Opinie

China mag Evergrande niet tot een crisis laten uitgroeien

vastgoedreus

Commentaar

Er gaat vrijwel geen dag meer voorbij zonder nieuwe onheilstijdingen rond Evergrande, het reusachtige Chinese vastgoedbedrijf dat wankelt onder omgerekend ruim 250 miljard euro aan schulden. Nadat het vorige week een rentebetaling op een dollarlening niet bleek te kunnen voldoen, kwam er afgelopen weekeinde meer slecht nieuws. Twee lokale overheden blokkeren geld dat Evergrande daar op rekeningen heeft staan en afkomstig is van huizenkopers van wie de woning nog in planning of aanbouw is. Voorkomen wordt dat dit geld wordt aangewend om elders bij Evergrande gaten te dichten.

Zo sluit het net zich om de vastgoedreus. Vorige week leidde nervositeit daarover tot een kortstondige koersschok die de wereldwijde beurzen overging. Nu is de rust enigszins terug, maar centrale banken zetten zich overal wél schrap om, waar nodig, crisismanagement te plegen. Alles staat of valt bij het vertrouwen dat de Chinese overheid dit probleem te lijf kan. Grote vraag wordt hoe veel meer Evergrandes er zijn, waardoor de kans op een financiële crisis zou toenemen.

Lees ook dit artikel: Als het Chinese Evergrande valt, kan het de internationale economie meeslepen in zijn val

China heeft een ongekende vastgoedhausse achter de rug. De ontluikende middenklasse wil beter wonen en ziet de koop van een huis ook als een manier om te sparen voor de oude dag. Die middenklasse is het gewenste gevolg van de ongekend hoge, en ongekend langdurige, groeicijfers van de Chinese economie. Die is in de afgelopen kwart eeuw zo fors gegroeid, dat hij de Amerikaanse binnen een jaar of tien in omvang voorbij kan streven. Maar ook de schulden zijn toegenomen tot westers niveau.

Volgens de jongste bevindingen van het International Institute of Finance, de denktank van de bankwereld, bedragen de schulden van Chinese huishoudens nu ruim 60 procent van het bruto binnenlands product, en dat is vergelijkbaar met de eurozone. De Chinese overheidsschuld is relatief laag, met 65 procent van het bbp. Maar bedrijven hebben inmiddels schulden opgebouwd die optellen tot 158 procent – veruit het hoogste van alle belangrijke landen in de wereld.

En dan is er die laatste, belangrijke categorie: schulden van de financiële sector. Die zijn in China, met 45 procent, juist zeer laag. Maar op dit punt is voorzichtigheid gebonden. Want alleen het meetellen van officiële banken zegt niet alles. China kent een flinke financiële ‘schaduwsector’ van bedrijven en instellingen die zich gedragen als bank, maar dat niet zijn. Vermoed mag worden dat juist zij een belangrijke rol spelen bij de vastgoedfinanciering.

Het is mogelijk dat Beijing de problemen bij Evergrande aangrijpt om de bezem te halen door het financiële systeem, en om de enorme schulden bij bedrijven – met name in de vastgoedsector, te lijf te gaan. De sociale onrust die nu rond de huizenmarkt ontstaat, is precies wat Beijing niet wil.

De maatregelen die de afgelopen tijd onder president Xi Jin Ping zijn genomen, van bijscholing tot gamen, en van vermogensongelijkheid tot de datahonger van techbedrijven, suggereren dat de Chinese overheid het kapitalisme lang zijn gang heeft laten gaan, maar dat nu in al zijn facetten wil consolideren. De animal spirits hebben China geholpen een inhaalslag te maken, maar de beesten van de vrije markt moet nu weer worden getemd. De uitdaging wordt nu om de grootste monsters, de vastgoed- en financiële sector, weer terug in hun hok te krijgen. De rest van de wereld heeft er baat bij als Beijing dit lukt. Want China is inmiddels zo groot dat een crisis nu niet alleen het land zelf raakt, maar ook de internationale economie.

Lees ook dit artikel: Voor China is het gigantische Evergrande ‘too big to fail’