Opinie

Roger Michell zag de ‘leading man’ in Daniel Craig

De onlangs overleden regisseur Roger Michell zag al vroeg de mogelijkheden van Daniel Craig. Maar zelf een Bondfilm regisseren, daar schrok hij voor terug: hij hechtte aan gedegen voorbereiding, wat er bij Bondfilms nogal eens bij inschiet.

Coen van Zwol

Roger Michell was bijna een James Bond-regisseur geweest. In 2006 versmaadde de vorige week op 65-jarige leeftijd overleden Britse regisseur Quantum of Solace. Daniel Craig pushte hem: hij speelde in 2003 een sexy klusjesman die valt voor een oudere vrouw in Michells The Mother en in 2004 docent Joe die na een ongeluk met een luchtballon last krijgt van een stalker in Michells Enduring Love. Bondproducer Barbara Broccoli zegt al heel vroeg een ‘leading man’ te hebben gezien in karakteracteur Craig met zijn apenoortjes. Maar Roger Michell castte hem als eerste zo.

Quantum of Solace was hem te riskant: er was slechts een ‘outline’ waarin James Bond het aan de stok krijgt met het Algerijnse vriendje van Vesper Lynd, de spionne die zijn hart brak. Veel script was er verder niet, wel was men al stunts aan het plannen en stond de première op 8 maart 2008. Met een schrijversstaking in aantocht zag Michell af van de eer en de miljoenen. „I basically chickened out”, verweet hij zichzelf. Anders dan collega Fukunaga, die zich in No Time To Die wel in het diepe stortte, zag Michell op tegen de hectiek en hechtte hij aan gedegen voorbereiding. Dat Bondfilms vaak houtje-touwtje tot stand komen hoorde hij later pas. Quantum of Solace werd wel Daniel Craigs slechtste Bondfilm.

Diplomatenzoon Roger Michell viel in Cambridge al in de prijzen als toneelregisseur, klom daarna snel op tot de Royal Shakespeare Company. In de filmwereld kreeg hij de reputatie van een ‘director for hire’ die een goed script niet zo nodig naar zijn hand hoefde te zetten. Liever verfilmde hij het elegant en haalde hij het beste uit zijn acteurs.

Toen ik Roger Michell vorig jaar tijdens een groepsinterview op het Lido trof, waar zijn vermakelijke The Duke in première ging, moesten we elkaar na lang keuvelen over ditjes en datjes tot de orde roepen: nu over de film! Je leest alom hoe warm, sociaal, bescheiden en genereus hij was. Een aimabel, begenadigd ambachtsman meer dan een genie. Zijn grootste hit werd in 1999 romkom Notting Hill, met Hugh Grant als boekhandelaar die valt voor filmster Julia Roberts: „I’m also just a girl, standing in front of a boy, asking him to love her.” Kwam die film ter sprake, dan wees Michell direct op scenarist Richard Curtis. Zoals hij in Venetië al bij vraag één – waarom het verhaal van kunstdief Kempton Bunton niet eerder was verfilmd – direct naar zijn producer verwees: „Zij boorde die goudmijn aan, zeg jij het maar Nicky.”

Een teamspeler dus. In Hollywood en Londen bouwde Michel een consistent oeuvre op van films die minimaal vermakelijk, spannend of charmant waren en nooit ondermaats. Denk aan thriller Changing Lanes (2002), waar road rage danig uit de hand loopt. Aan Morning Glory (2010) met Harrison Ford als horkerige nieuwslezer, aan Le Week-end (2014), over een echtpaar dat in Parijs de ingedutte relatie revitaliseert, aan My Cousin Rachel (2017), met Rachel Weisz al dan niet als zwarte weduwe. Het ging bij hem vaak over onbeholpen mannen, valt me nu op. En ondanks zijn middle of the road-reputatie scoorde Michell iets beter bij filmcritici dan bij het grote publiek. Zij zagen misschien scherper waar vakmanschap meesterschap wordt.

Coen van Zwol is filmrecensent.