Minister Grapperhaus lichtte Kamer verkeerd in over fraude bij Pels Rijcken

Landsadvocaat Minister Ferd Grapperhaus was eerder op de hoogte van Frank Oranjes betrokkenheid bij een grote fraudezaak dan diens eigen kantoor. Dat blijkt uit documenten die NRC inzag.

Minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA).
Minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA). Foto Bart Maat/ANP

Demissionair minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) heeft de Tweede Kamer verkeerd ingelicht over zijn kennis over de omvangrijke fraude bij landsadvocaat Pels Rijcken. In tegenstelling tot wat hij de Kamer eerder meldde, hoorde Grapperhaus al in augustus 2020 van de top van het OM dat bestuursvoorzitter en notaris Frank Oranje van een omvangrijke fraude werd verdacht. Dat was zelfs eerder dan dat Oranje en Pels Rijcken van het strafonderzoek wisten. Dat blijkt uit interne documenten van het ministerie die zijn vrijgegeven na een beroep van NRC op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

Begin maart dit jaar brachten het ministerie en Pels Rijcken simultaan naar buiten dat notaris Oranje een megafraude had gepleegd. Inmiddels is duidelijk dat de vooraanstaand notaris sinds 1998 zeker 11,2 miljoen euro stal van klanten van het prestigieuze advocatenkantoor Pels Rijcken. Het gros daarvan werd in 2019 ontvreemd toen Oranje net bestuursvoorzitter was geworden. Dat geld, dat Oranje als notaris moest beheren, is nog steeds zoek. De bestuursvoorzitter pleegde in november vorig jaar zelfmoord.

Lees ook: Fraude topnotaris Pels Rijcken blijkt nog groter – kantoor onder verscherpt toezicht

Grapperhaus schreef de Kamer afgelopen maart dat hij pas van de fraude op de hoogte raakte nadat Pels Rijcken zijn ministerie in september 2020 vertrouwelijk op de hoogte stelde. Enkele dagen later onthulde het Financieele Dagblad echter dat de minister al in 2019 door het OM over de fraudeverdenking en een onderzoek werd geïnformeerd. Grapperhaus zette dat bericht snel recht door op eigen initiatief de Kamer te informeren dat hij in maart 2019 slechts summier „en marge” van een overleg was geïnformeerd over een verdenking van fraude tegen „een notaris”.

De minister zou pas in september 2020 via Pels Rijcken op de hoogte van de verdenking tegen Oranje zijn gesteld. Hij sprak weliswaar in augustus met de plaatsvervangend voorzitter van het College van Procureurs-Generaal van het OM, zo schreef Grapperhaus, maar die had hem slechts gemeld dat er tegen „een notaris” een strafrechtelijk onderzoek liep en dat die notaris zou worden verhoord. Dat Grapperhaus al in augustus met de naam Oranje werd geconfronteerd, zoals blijkt uit de documenten die NRC inzag, mocht van hem niet in de Kamerbrief.

Oranje had eerder contact met Grapperhaus

Pels Rijcken – een van ’s lands grootste advocatenkantoren – treedt al sinds 1969 op als landsadvocaat. Het is in die hoedanigheid jaarlijks betrokken bij honderden gevoelige juridische kwesties van de overheid. Dat roept de vraag op of Oranje ook fraude bij overheidswerk heeft gepleegd. Uit de interne documenten van het ministerie blijkt dat men – eenmaal op de hoogte van de fraudeverdenking tegen Oranje – met name bezorgd was over het werk dat de notaris verrichtte voor bewindspersonen, in de eerste plaats voor Grapperhaus zelf.

Lees ook: Is het tijd voor een andere landsadvocaat? En is die te vinden?

Uit de Wob-stukken blijkt dat hij en Oranje elkaar al van voor 2020 kenden. Zo had Grapperhaus voor zijn aantreden verschillende keren contact met de notaris. Oranje was in 2017 betrokken bij het doorlichten van verschillende ministers en het op afstand plaatsen van zakelijke belangen en financiële belangen van bewindspersonen die zouden toetreden tot het nieuwe kabinet. Over dossiers van zes bewindspersonen adviseerde Oranje samen met de toenmalige landsadvocaat zodat hun zakelijke belangen een kabinetsbenoeming niet in de weg stonden. Dat gold ook voor Grapperhaus, die tot dan toe zelf werkzaam was als hoogleraar arbeidsrecht en advocaat bij kantoor Allen & Overy.

Spoedopdracht

Advocatenkantoor Houthoff kreeg nadat het ministerie achter de schermen op de hoogte van de fraude raakte een spoedopdracht om door te lichten of de werkzaamheden van Oranje voor de ministers en ander werk voor de Rijksoverheid wel naar behoren zijn verricht. Grapperhaus zou als eerste worden onderzocht. Die opdracht keurde Grapperhaus echter af. „Ik vind het zo wel erg op mij toegespitst”, schrijft hij aan zijn ambtenaren. Hij wil dat er meteen breder wordt ingezet en de dossiers worden herbekeken van alle ministers die contact hadden gehad met Oranje.

Naar aanleiding van het Houthoff-onderzoek berichtte Grapperhaus de Kamer begin maart dat er „geen enkele aanwijzing” is dat „in zaken waarin de Staat cliënt was, niet naar daaraan te stellen notariële standaarden is gehandeld”. Dat bleek onjuist. Afgelopen juli meldde Pels Rijcken dat Oranje de afgelopen achttien jaar ook in vijf dossiers waarin de rijksoverheid klant was, heeft gefraudeerd.

Een woordvoerder van minister Grapperhaus wilde dinsdag geen commentaar geven.