Opinie

Nederland moet klimaatschade elders royaal compenseren

Klimaatopwarming Kleine eilandstaten ondervinden nu al klimaatschade door westerse landen. Nederland kan dit beter niet laten aankomen op een rechtszaak, schrijft .
Tuvalu dreigt door opwarming van het klimaat tussen nu en honderd jaar in de golven te verdwijnen.
Tuvalu dreigt door opwarming van het klimaat tussen nu en honderd jaar in de golven te verdwijnen. Foto Mario Tama / Getty Images)

Op de klimaattop die eind oktober in Glasgow begint, zullen Nederland en andere westerse staten hun financiële bijdragen aan door klimaatverandering getroffen staten aanmerkelijk moeten verhogen. Als ze dit niet doen, lopen zij de kans dat zij zich voor een internationale rechter moeten verantwoorden voor de door hen veroorzaakte klimaatverandering – en voor de gevolgen voor miljoenen mensen in de meest getroffen staten.

In de aanloop naar de klimaattop gaat veel aandacht naar verdergaande emissiereducties die de temperatuurstijging binnen de grens van 1,5 graad Celsius moeten houden. Nederland en de EU zetten hier ambitieus in. Maar er gaat veel minder aandacht naar het andere grote onderwerp op de agenda: klimaatadaptie, terwijl de uitkomsten op dat onderwerp op korte termijn bepalend zullen zijn voor het leven van miljoenen mensen in de minst ontwikkelde en kleine eilandstaten.

Onvermijdelijke opgave

Klimaatadaptie, en financiering daarvan, zo laat het vorige maand verschenen IPCC-rapport zien, is echter een onvermijdelijke opgave. Ook als we wereldwijd emissies vergaand reduceren, zal de temperatuur in de komende decennia verder stijgen, vooral als gevolg van cumulatie van emissies van de westerse staten.

Lees ook: Mens kan er niet meer omheen: aanpassen aan klimaat moet

De meest ingrijpende gevolgen doen zich voor in de minst ontwikkelde, kleine eilandstaten. Zij moeten zich aanpassen aan een nieuwe realiteit van droogte en overstromingen, bijvoorbeeld door herlocatie van bevolking of bouw van dijken. Waar aanpassing niet mogelijk is worden ze geconfronteerd met verlies van land, schade aan infrastructuur, vermindering van landbouwopbrengsten (in VN termen: ‘loss and damage’). De staten die het minst verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering en de minste middelen hebben, worden dus geconfronteerd met de hoogste lasten.

Eerder dit jaar becijferde het VN milieuprogramma UNEP de jaarlijkse kosten van ‘klimaatadaptatie’ in arme landen op 115 tot 247 miljard euro, in 2050 oplopend tot meer dan 400 miljard euro. De kosten van loss and damage kunnen een veelvoud hiervan zijn.

De getroffen staten weten bij wie ze de rekening moeten neerleggen. De Alliance of Small Island States en het Climate Vulnerable Forum waarin 48 kwetsbare staten zijn verenigd, wezen na publicatie van het IPCC-rapport direct naar de hoofdverantwoordelijkheid van ontwikkelde landen.

In de afgelopen dertig jaar is geprobeerd om via onderhandelingen de westerse staten die hoofdverantwoordelijkheid ook te laten nemen. Dat heeft echter niet genoeg opgeleverd. In 2009 werd door een groep ontwikkelde staten toegezegd om vanaf 2020 jaarlijks 100 miljard dollar beschikbaar te stellen voor adaptie in armere landen.

Maar kort geleden verschenen rapporten van de OESO en Oxfam maken duidelijk dat dit doel niet wordt gehaald en dat dit hoe dan ook te weinig is om de kosten te van adaptie te dekken. Voor loss and damage is er sinds 2013 een apart mechanisme opgericht, maar Nederland en andere westerse staten hebben tot nu geen afspraken willen maken over financiële vergoeding van deze kosten – wat in feite neer zou komen op compensatie van door het Westen veroorzaakte schade.

Als de klimaattop in Glasgow onvoldoende oplevert, is er voor kleine eilandstaten alle reden om de druk te vergroten; als het moet zelfs voor de rechter

Als de klimaattop in Glasgow niet voldoende oplevert, is er voor de minst ontwikkelde , kleine eilandstaten alle reden om met juridische argumenten de druk te vergroten; als het moet zelfs voor de rechter. Tot nu toe waren juridische procedures (ook de Urgenda- en Shell-zaken) gericht op het verminderen van emissies door staten en bedrijven. De volgende fase van procedures zal zeer wel kunnen gaan over compensatie voor de kosten van adaptie en loss and damage.

Lees ook: ‘Al is het effect beperkt, niets doen kan niet’

Rechtsmacht

De juridische grondslag voor een succesvolle claim is eigenlijk relatief eenvoudig. Internationaal recht verplicht staten ervoor te zorgen dat activiteiten die onder hun rechtsmacht plaatsvinden (zoals verbranding van fossiele brandstoffen, transport, landbouw) geen ernstige schade veroorzaken aan andere staten. Het IPCC-rapport maakt volstrekt duidelijk dat deze schade zich daadwerkelijk voordoet. Een internationale rechter zal niet tot een andere conclusie komen.

Een voor de rechter gedaagde westerse staat zal mogelijk tegenwerpen dat het niet billijk zou zijn om alleen hem aansprakelijk te stellen; want zijn individuele bijdrage zal relatief beperkt zijn, en er zijn immers zoveel andere veroorzakers. Maar dat argument zal geen hout moeten snijden. Een staat die in strijd met een internationale verplichting schade veroorzaakt kan zich niet verschuilen achter het feit dat ook andere staten bijdragen aan de schade.

Hoewel de juridische grondslag van een vordering eenvoudig is, zal een rechtszaak in de praktijk desalniettemin complex zijn. Los van het feit dat het Internationale Gerechtshof alleen bevoegd zijn zich te buigen over staten die met een procedure instemmen (Nederland heeft dat op voorhand gedaan, maar bijvoorbeeld de Verenigde Staten niet), kunnen we juridische discussies verwachten over de vraag voor welk deel van de schade een individuele staat aansprakelijk is, en hoe een oorzakelijk verband kan worden gelegd tussen bijvoorbeeld emissies in Nederland en schade in de getroffen gebieden.

Maar dat het lastig is betekent niet dat het een onbegaanbaar pad is. Er is enorme vooruitgang geboekt in de detaillering van bijdragen van afzonderlijke landen aan klimaatverandering, en van de verbanden tussen klimaatverandering en extreem weer. Dat zal richtinggevend zijn in juridische procedures.

Dat met het IPCC-rapport op tafel een rechtszaak kansrijk is, betekent niet dat het de voorkeursstrategie is. Procederen is kostbaar en zal lang duren. Hoe dan ook zouden westerse staten het hier niet op aan moeten laten komen. Het zou geen fraai schouwspel zijn om Nederland voor het Internationaal Gerechtshof met juridische scherpslijperij over causaliteit te zien bepleiten dat het geen verantwoordelijkheid draagt. Westerse staten moeten de eer aan zichzelf houden en doen wat internationaal recht vraagt: bijdragen aan adaptiekosten en compensatie voor loss en damage, die zij in strijd met internationale verplichtingen hebben veroorzaakt. Er zijn nog vier weken om hiervoor een goede formule voor te bedenken.