Meerderheidskabinet weer optie

Formatie Kaag (D66) en Segers (CU) bewegen weer naar elkaar toe. Met opnieuw een vertrokken kabinetslid wordt formeren nog urgenter.

D66-leider Sigrid Kaag en ChristenUnie-voorman Gert-Jan Segers waren in augustus samen te gast bij de informateur op dat moment, Mariëtte Hamer.
D66-leider Sigrid Kaag en ChristenUnie-voorman Gert-Jan Segers waren in augustus samen te gast bij de informateur op dat moment, Mariëtte Hamer. Foto Lex van Lieshout/ANP

Ruim zes maanden na de Tweede Kamerverkiezingen, waarin partijen steeds meer afstand van elkaar namen en de formatie met de week in een grotere impasse belandde, lijkt de wil om samen te werken tóch nog aanwezig bij politieke partijen. De vorming van een nieuwe coalitie stond al die tijd stil door blokkades over en weer: D66 wilde niet met de CU, VVD en CDA wilden niet met twéé linkse partijen, GroenLinks en de PvdA wilden elkaar niet loslaten. Aan die eerste blokkade leek dit weekend voor het eerst en heel voorzichtig iets te veranderen.

Dat begon zondag door een interview met CU-leider Gert-Jan Segers in het AD. Hij zei „geen boosheid” te voelen over D66, ondanks de uitsluiting door die partij. Een veelgehoord argument om niet nog eens samen in een coalitie te zitten, is het ideologische verschil tussen beide partijen over medisch-ethische thema’s, zoals de embryowet en de initiatiefwet van D66 over voltooid leven. Tegen het AD zei Segers dat „medisch-ethisch heel groot wordt gemaakt”. Hij legde de nadruk op de onderwerpen waar CU en D66 elkaar de afgelopen vier jaar wél konden vinden. „Voor goed klimaatbeleid, voor sociaal beleid, voor de rechtsstaat, voor humaan asielbeleid. Dan is het toch gek om onze relatie helemaal te definiëren aan de hand van één onderwerp?”

Een paar uur later, op een bijeenkomst met D66-leden in Amsterdam, sprak D66-leider Sigrid Kaag zich uit over de rol van haar partij in de voortsukkelende formatie. „Ook wij zijn debet aan de impasse.” Ze zei dat haar partij bereid is „onze politieke blokkade op te heffen”. „Laten we met alle zes de constructieve partijen – VVD, D66, CDA, PvdA, GroenLinks, CU – aan tafel gaan.”

Lees ook: Proefdraaien met de nieuwe verhoudingen in de Tweede Kamer

Kaags concessie

Kaag toonde zich zo bereid te praten met twee confessionele partijen. Hoewel ze het bracht als een nieuwe concessie, is dat het niet. Eind augustus schreef ze op de site van haar partij over „onze voorkeur een kabinet met VVD, CDA, PvdA en GL. En om de impasse te doorbreken heb ik eerder deze formatie, voor de zomer, al voorgesteld de CU daar nog aan toe te voegen voor een breed zespartijenkabinet. Dat is toen door VVD en CDA geblokkeerd.” Die poging wil ze nieuw leven inblazen. Als er een concessie nodig is, moet die komen van VVD en CDA, die niet willen praten met meer partijen dan nodig voor een meerderheid.

De oproep van Kaag lijkt niet alleen een antwoord op het complexe vraagstuk dat de formatie inmiddels is, maar ook op de soepel verlopen onderhandelingen over de verbouwing van de begroting van volgend jaar. Vorige week, bij de Algemene Beschouwingen, wist het huidige demissionaire kabinet (VVD, D66, CDA en CU) ruim 2 miljard euro te verdelen om hun politieke wensen (deels) mogelijk te maken. Dat heeft de voorkeur van VVD en CDA alleen maar versterkt om nogmaals samen een coalitie te vormen.

Daarmee staat D66 in de onderhandelingen over een nieuw kabinet alleen. Het is die partij niet gelukt om de eigen gewenste coalitiepartners, PvdA en GroenLinks, mee te nemen naar de onderhandelingstafel. De sociaal-liberalen lijken nu toch invloed te willen uitoefenen door dan maar iedereen uit te nodigen.

Maandag zouden de gesprekken van VVD, D66 en CDA met informateur Remkes worden hervat. Het is van alle drie bekend dat ze de voorkeur hebben voor een meerderheidskabinet, al kreeg Remkes de opdracht om de mogelijkheden tot een minderheidskabinet te onderzoeken.

Noodzaak tot tempo

Op dag 2 van de Algemene Beschouwingen was al opgevallen dat Rutte had gezegd „alles te bevorderen te komen tot een stabiel meerderheidskabinet of desnoods, op basis van het rapport van mevrouw Hamer, tot een minderheidskabinet dat in ieder geval kan rekenen op een vruchtbare samenwerking in de Kamer”.

Formeel is de formatie nog steeds niet begonnen. De noodzaak tempo te maken wordt wel gevoeld. De tevredenheid over de politiek neemt af, bleek afgelopen week uit onderzoek van I&O Research in opdracht van NRC. Dat heeft niet alleen te maken met de trage formatie, maar ook met het aftreden van bewindspersonen. Dat deden er in het kabinet-Rutte III elf van de vierentwintig. Drie van hen vertrokken de afgelopen tien dagen, van wie één dit weekend: Mona Keijzer. Lees ook: Keijzer wilde zelf niet opstappen na kritiek coronapas