Recensie

Recensie Muziek

In ‘Der Silbersee’ worden alle theaterwetten genegeerd

Opera Opera Vlaanderen heropende met de weinig bekende Kurt Weill-opera ‘Der Silbersee’. De politieke boodschap, over het opkomend fascisme, sneeuwt onder in een knotsgek, bij vlagen briljant anti-theater.

Scène uit Kurt Weills opera ‘Der Silbersee’ door Opera Vlaanderen.
Scène uit Kurt Weills opera ‘Der Silbersee’ door Opera Vlaanderen. Foto Annemie Augustijns

Op het toneel staat een theater, het doek gaat op en een stel weerzinwekkende mutanten zingt over hun honger, die ze ritueel ten grave dragen in de vorm van een gremlinachtige baby met vleermuisarmen. Nee, erg smaakvol gaat het er bij Opera Vlaanderen niet aan toe in de exuberant vormgegeven, tot drieënhalf uur opgerekte nieuwe productie van Der Silbersee, een vrij onbekend werk van Kurt Weill en toneelschrijver Georg Kaiser. Maar net als je je mentaal voorbereidt op een érg lange avond, rent de hysterische regisseur het podium op: „Oh, it’s sooo bad! What was I thinking?”

De ‘regisseur’ is acteur Benny Claessens, die met zijn explosieve aanwezigheid de ster van de avond is: een onvoorspelbare, labiele kern die marchandeert en ettert, over de schreef gaat, alles en iedereen meesleurt in zijn zelfdestructieve queeste en tóch weet te ontroeren. Met zijn fictieve troupe brengt Claessens in het jaar 2033 een productie van Kurt Weills Der Silbersee, die kort na Hitlers machtsovername in 1933 in première ging en na een paar weken werd stilgelegd. Weill ontvluchtte Duitsland – en nu belegeren wederom fascistische horden het theater.

Carnavalesk

Toch komt die politieke boodschap nauwelijks uit de verf in het concept van regisseur Ersan Mondtag, met wie Claessens veelvuldig samenwerkt in Duitsland en die vlak vóór de coronalockdown bij Opera Vlaanderen ook Der Schmied von Gent regisseerde. Daarvoor is de handeling te carnavalesk, het uitproberen van betekenislagen te ironisch.

Lees ook: Uitgebuit Congo in breugeliaanse opera ‘Der Schmied von Gent’

Het verhaal draait om veldwachter Olim, die sloppenwijkmutant Severin neerschiet omdat hij iets gestolen heeft – een ananas, zo blijkt. Olim krijgt berouw, wint pardoes de hoofdprijs in de loterij en ontfermt zich in zijn kasteel over de manke Severin (tenor Daniel Arnaldos), waarbij de homo-erotische boventonen uitbundig worden geëxpliciteerd in allerhande gay-clichés. Maar Severin zit vol wrok: alle weelde ten spijt wil hij slechts wraak op degene die hem zijn ananas ontnam. Wanneer Olims identiteit onthuld wordt, komen ze alsnog nader tot elkaar. Ondertussen probeert de verarmde huishoudster Frau von Luber (de Nederlandse actrice Elsie de Brauw) met list en bedrog haar kasteel terug te krijgen.

De Brauw speelt prima en zingt zelfs verdienstelijk in het duet ‘Schlaraffenland’, maar ook zij wordt enigszins geëclipseerd door vaatje buskruit Claessens, zeker wanneer ze in zijn turbo- en anti-acting meegaat. Meteen aan het begin pikt Claessens als ‘regisseur’ de rol van Olim in: „You don’t have the political range”, zegt hij tegen de beoogde hoofdrolspeler. „You’re too straight.”

Vervolgens loopt alles door elkaar: de mutanten worden Palestijnse vrijheidsstrijders, het kasteel wordt een Egyptische tempel, Frau von Luber wordt een Chinese koningin, Benny/Olim wordt Christus, iedereen hult zich in latex – in (vlekkeloos) Duits, Engels en Nederlands lappen Claessens en co alle theaterwetten en werkelijkheidslagen aan hun laars, in een bij vlagen briljante mix van soap, reality show, queer-viering, making-of, politiek theater en, o ja, opera. Het is dat koor en orkest onder dirigent Karel Deseure vanaf de vlammende ouverture voortreffelijk zijn, anders zou je de muziek haast vergeten, zo langdradig en/ of scherpzinnig wordt er tussen de scènes door geschreeuwd, gekermd en gekeuveld. Laat die fascisten buiten maar joelen en sla je armen om me heen, lieverd.