Necrologie

Ideoloog van Rwandese genocide toonde nooit berouw

Théoneste Bagosora 1941-2021 De bikkelharde Bagosora nam enkele geheimen over de precieze toedracht van de genocide in 1994 mee het graf in.

Théoneste Bagosoradroeg schuld aan de genocide in Rwanda die in 1994 aan een miljoen Tutsi’s en gematigde Hutu’s het leven kostte.
Théoneste Bagosoradroeg schuld aan de genocide in Rwanda die in 1994 aan een miljoen Tutsi’s en gematigde Hutu’s het leven kostte. Foto Tony Karumba/AFP

Hij had opgeroepen tot „de apocalyps tegen de Tutsi’s”, hij was betrokken bij de massamoord op duizenden Rwandese burgers en bij de dood van de Rwandese premier en Belgische vredessoldaten. Maar Théoneste Bagosora heeft daarvoor nooit berouw getoond. Daarom kreeg deze ideoloog van de genocide in Rwanda in 1994, die in 2008 tot 35 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld, eerder dit jaar geen gratie, hoewel bekend was dat de inmiddels tachtig jaar oude man ernstig ziek was. De bikkelharde en arrogante Bagosora nam enkele geheimen over de precieze toedracht van de genocide zaterdag mee zijn graf in.

Zijn voorhoederol begon op 7 april 1994, een dag na het neerschieten van het vliegtuig waarmee de Rwandese president Juvenal Habyiramana terugkeerde van vredesoverleg in Tanzania. De hooggeplaatste militair Bagosora behoorde tot de extremistische Hutu-kliek, die nauw was verbonden aan drie broers van presidentsvrouw Agathe Habyiramana en aan haar zogeheten akazu. Deze radicalen hadden het netwerk Zero opgericht dat de plannen coördineerde om de Tutsi’s uit te roeien. Van vrede met de Tutsi-beweging van de huidige president Paul Kagame wilde Bagosora niets weten: naar verluidt was hij kwaad weggelopen van het overleg met de opmerking dat hij naar Rwanda terugkeerde om de slachtingen voor te bereiden.

Vrijbrief voor moordenaars

Het startsein voor de grootste moordpartijen uit de recente Afrikaanse geschiedenis was het neerschieten van het vliegtuig van Habyiramana. Wie de verantwoordelijkheid draagt voor die aanval, is nog steeds niet duidelijk. Bagosora is altijd als een van de verdachten genoemd. Hij riep de dag na de vliegtuigcrash de noodtoestand uit, een vrijbrief voor moordenaars in alle uithoeken van het land om hun campagnes tegen de Tutsi’s te beginnen.

Vrijwel onmiddellijk waren overal in het land bloedbaden. Namen en adressen van veel prominente Tutsi's en gematigde Hutu's stonden al op lijsten. Het radiostation Mille Collines, dat onder controle van de extremisten stond, zond aansporingen tot moord uit. Als uit het niets, arriveerden vrachtwagens om de groeiende stapels lijken op te halen.

Lees ookdeze terugblik: Je bouwt geen land op doden

Machtigste man van het land

Bagosora was in de eerste weken van die donkere dagen in april vermoedelijk de machtigste man in Rwanda. Hij kon bevelen geven aan het regeringsleger, dat deels meedeed aan de slachtingen. Ook oefende hij controle uit over de Interahamwe en stelde wapens ter beschikking aan deze Hutu-militie. Hij gaf opdracht welke Tutsi’s waar en hoe te vermoorden. Hij droeg volgens de veroordeling in 2008, door het speciale Rwanda-tribunaal in Arusha, Tanzania, verantwoordelijkheid voor de moord op premier Agathe Uwilingiyimana en de tien Belgische blauwhelmen die haar bewaakten, als onderdeel van het vredesakkoord waartegen de Hutu-extremisten zich verzetten.

Vlucht uit Rwanda

Deze Hutu-extremisten organiseerden na de genocide - die een geschat aantal van één miljoen Rwandezen het leven kostte - een massale exodus van één miljoen Hutu’s naar Oost-Congo. Het leger van Kagame had gewonnen, maar extremisten als Bagosara legden zich daar niet bij neer. Vanuit de vluchtelingenkampen in het buurland wilden ze de macht heroveren in Rwanda. Bagosora maakte deel uit van het organisatieteam dat een aanval op Rwanda vanuit Congo voorbereidde.

Vanuit Congo vluchtte Bagosora naar Kameroen, waar hij in 1996 werd gearresteerd en overgebracht naar het hoofdkwartier van het tribunaal in Arusha, Tanzania.

Met de veroordeling van Bagosora in 2008 rondde het Rwanda-tribunaal zijn belangrijkste proces af. De grootste nog te vangen vis was Félicien Kabuga. Deze Rwandese zakenman en financier van de Interhamwe is pas vorig jaar opgepakt in Parijs. Félicien zit momenteel in hechtenis van de afdeling van het Rwanda-tribunaal in Den Haag, in afwachting van zijn transport naar Arusha waar hij zal worden berecht voor misdaden tegen de menselijkheid.

Luister ook: de genocide in Rwanda, 25 jaar later