Opinie

De rotzooi na het feest

Frits Abrahams

Zaterdagmiddag even de proef op de som genomen in een café-restaurant aan het Leidseplein. Zouden we onze QR-code en identiteitskaart moeten laten zien?

Jawel, een kelner stapte op ons af en vroeg naar de QR-code. Mijn vrouw had haar telefoontje al in de aanslag en slaagde meteen voor dit heikele examen. Ik stond, zoals te verwachten viel, even te klooien zodat de internationale code op mijn schermpje verscheen. Gehoorzaam zocht ik de nationale code op, maar de kelner was me voor: „Ach, meneer, ga ook maar zitten, ik geloof het wel.” Naar de identiteitskaarten vroeg hij niet.

Aardig van hem, maar niet helemaal waar minister De Jonge op hoopte. Die zal minder halfslachtigheid en meer controle willen zien. Omdat ik daar begrip voor heb, had ik mijn schoonzoon gevraagd de QR-code op onze telefoontjes te slingeren. Hij nam zoon Hidde (13) mee, een whizzkleinkid zo bleek weldra, want hij slingerde achteloos mee, nam en passant de telefoontjes uit elkaar met de precisie van een horlogemaker en verwisselde simkaarten alsof hij aan het klaverjassen was. Van wie had hij dit talent geërfd? Niet van zijn grootvader.

Hugo de Jonge zou trots op ons zijn geweest als hij gezien had hoe wij zijn coronabeleid in de praktijk ondersteunden. Dat was andere koek dan het gezeurzanik dat hem uit andere delen van de Nederlandse samenleving bereikt. Dat zijn aartsvijandin Mona Keijzer hem, nota bene op de dag van de invoering van de coronapas, aan haar Volendamse vishaak wilde slaan, zal hem niet helemaal verrast hebben. Maar het gejammer in andere delen van de bevolking moet hij als schokkend ervaren.

Neem al die burgemeesters, Femke Halsema voorop, die alleen „op excessen” willen handhaven. Een exces is een buitensporigheid, een uitspatting, een daad van geweld zelfs. Ik benijd de boa’s niet, die bij hun inspectie van de cafés moeten beoordelen wat excessief is en wat niet. Krijgen ze hulp van een kloek ME-peloton als ze halverwege de avond in een café moeten roepen: „Exces! Sluiten!”?

Vanwaar die dwarsigheid in Nederland? Waarom wil men liever luisteren naar Mona Keijzer en Willem Engel dan naar serieuze virologen als Ab Osterhaus en Menno de Jong (OMT), die blijven waarschuwen voor overbelasting van de ziekenhuizen, zeker als er een nieuwe griepgolf volgt? „Handhaven voorkomt dat we misschien over een aantal weken alles weer op slot moeten doen”, zegt De Jong.

Ik las in de Volkskrant een leerzaam ingezonden briefje van schrijver Rudi Wester. Ze was een weekje in Parijs geweest en had gemerkt hoe efficiënt de coronapas daar gecontroleerd wordt. „Volle terrassen, volle restaurants, volle musea: tijdverlies door controle van coronapas nihil en gevoel van veiligheid groot.”

Als we het niet voor onszelf overhebben, zouden we het wél voor het ziekenhuispersoneel kunnen doen. „Wij zijn niet beschermd”, zei het personeel van het Erasmus MC, dat vindt dat de leiding (onder wie, o ironie, Diederik Gommers en Ernst Kuipers) te veel (corona)patiënten op de intensive care opneemt. Het personeel is uitgeput, men kan het werk niet meer aan, er is veel ziekteverzuim.

Volgens de leiding „zeurt” het personeel, maar ik zie er nog geen exces in, eerder de reële wanhoop van mensen die de rotzooi moeten opruimen na het feest van anderen.