Superschurken of naïeve computernerds? Duitse rechter beslist over lot Nederlander Xennt

Cyberbunker In Duitsland is het proces hervat tegen de Nederlander Herman-Johan Xennt en zeven anderen. Hun internetbedrijf deed vanuit een bunker aan drugs- en wapenhandel. Hamvraag: zijn dit zware cybercriminelen, of een stelletje naïeve nerds?

Links: Luchtopname van de Cyberbunker.
Links: Luchtopname van de Cyberbunker.

Liefst 650 man politie en leden van antiterreureenheid GSG9 vielen twee jaar terug in het Duitse Traben-Trarbach een bunker aan de Moezel binnen, die bekendstond als de ‘Cyberbunker’. In een nabijgelegen dorpsrestaurant werd tegelijkertijd de Nederlandse ondernemer Herman-Johan Xennt met een aantal medewerkers gearresteerd.

Tegen hen begon vorig jaar oktober in Trier de grootste Europese rechtszaak ooit tegen verdachten van internetcriminaliteit. Tot eind 2021 zijn zo’n tachtig zittingen gepland.

Na een zomerpauze is het proces onlangs hervat. De acht verdachten verschijnen tweemaal per week voor het hekje.

Het Openbaar Ministerie van Koblenz legt hun ten laste dat ze tussen 2013 en 2019 lid zijn geweest van een criminele organisatie, die computerdiensten verleende voor illegale webhandel. Dit gebeurde op Darknet, een computernetwerk waarop geanonimiseerde gebruikers met speciale software hun weg vinden naar onwettige praktijken.

De tweede aanklacht is medeplichtigheid aan de illegale handel van sites op Darknet, zoals Wall Street Market, Flugsvamp, Cannabis Road, Fraudsters, Orangechemicals.com, Acechemstore.com en Lifestylepharma.com. De Duitse justitie inventariseerde 249.000 verboden transacties. Het ging om tonnen marihuana, honderden kilo’s cocaïne, lsd, amfetamine en medicijnen. De medeplichtigheid behelst ook hosting van een index van CB3rob.org – met 6.500 Darknet-websites, onder meer in moordcontracten en kinderporno – en van een netwerk (botnet) waarmee in 2016 een miljoen routers van klanten van Deutsche Telekom zijn platgelegd. De genoemde winkels en forums draaiden op de computers (servers) van de Cyberbunker.

De acht verdachten zijn vier Nederlanders, drie Duitsers en een Bulgaar. Zij worden bijgestaan door achttien advocaten. Naast Xennt staat diens Duitse partner Jacqueline B. terecht, tevens boekhouder. De andere Nederlanders zijn bedrijfsleider Michiel R. en Xyonn O. en Yennoah O., zonen uit een eerdere relatie van Xennt, die als IT’ers in de cyberbunker werkten.

Absolute veiligheid

Xennt (1959) wordt geboren in het Gelderse Renkum en groeit op als Herman Johan Verwoert-Derksen. Hij voltooit een hbo-opleiding computerwetenschap en boekt in de jaren tachtig en negentig wisselend succes als computerhandelaar; een aantal van zijn bedrijven gaat bankroet. Van jongsaf aan is hij fan van de sciencefictionserie Star Trek, in de jaren zeventig op de Nederlandse tv. Herman Johan verandert zijn achternaam in Xennt, en wil alleen nog zo worden aangesproken. Hij is ook idolaat van de kleur zwart – zichtbaar aan zijn kleding en later in zijn slaapkamer in de Duitse Cyberbunker.

Xennt staat niet bekend als een harde baas, eerder een primus inter pares. ‘Make it so!’, horen medewerkers hun verder vrij zwijgzame chef zeggen – een gevleugelde uitdrukking van commandant Jean-Luc Picard uit Star Trek, vrij te vertalen als ‘voer het uit!’

De Duitse justitie telde 249.000 verboden transacties, onder meer in tonnen drugs

In 1996 verwerft hij een voormalige NAVO-bunker bij Goes, die hij als datacentrum gaat exploiteren. De dienstverlening wordt aangeboden als bulletproof. Ze is gericht op bedrijven die absolute veiligheid voor hun websites wensen – zoals banken en Schiphol – maar ook op websites die de politie willen weren. De laatste categorie vormt het zwaartepunt. Xennt stelt wel een grens: geen kinderporno en geen terrorisme.

Andere porno was er wel volop te vinden. Sven-Olaf Kamphuis (nu 44), collega en vriend van Xennt: „We waren wat betreft hosting de grootste pornoboer van Europa. De porno-exploitanten uit alle landen van Europa wisten ons goed te vinden.”

Kamphuis en Xennt staan te boek als briljante en excentrieke nerds. Beiden kennen het internet technisch goed; ze zijn er vroeg bij met pogingen een alternatieve internetbank op te zetten met een soort bitcoin, en een systeem met alternatieve domeinnamen voor websites.

Ze werken samen met experts van Rabobank, ING en accountant KPMG, maar dat loopt stuk op gebrek aan vertrouwen. Kamphuis en Xennt zoeken graag de grenzen op. Ze noemen zich anarchisten van ‘de onafhankelijke republiek Cyberbunker’.

Een werkplek in het bunkercomplex. Foto Landeskriminalamt Rheinland-Pfalz/epa

Grootste ddos-aanval ooit

Hun bedrijfsnamen veranderen mettertijd, maar deze geuzennaam blijven ze hanteren. Ze worden in 2013 wereldwijd berucht met de grootste gecoördineerde ddos-aanval ooit, gericht op Spamhaus, een grote bestrijder van spam. Kamphuis belandt, als leider van die aanval, een kleine twee maanden in de cel.

Als Xennt Cyberbunker in Duitsland voortzet, blijft Kamphuis vanuit Nederland meewerken. Hij mijdt Duitsland vanwege openstaande boetes. In Trier staat hij niet terecht; de Duitse justitie heeft niet om zijn uitlevering gevraagd.

In 2012 verlaat het Duitse leger zijn bunker in het Moezeldorp Traben-Trarbach, en komt het complex op dertien hectare grond te koop. Xennt is met 450.000 euro de hoogste bieder voor de bunker met 5.000 vierkante meter vloeroppervlak, verdeeld over vijf verdiepingen, waarvan vier ondergronds. De ondernemer met blond haar tot op de schouders krijgt de gemeenteraad mee met de belofte van werkgelegenheid. „We gaan de Cyberbunker inrichten voor zwaar beveiligde internethosting, voor bijvoorbeeld banken. Dat levert jullie dorp zeker honderd arbeidsplaatsen op”, belooft hij. In juni 2013 is de aankoop rond.

Zes jaar later wordt die gemeenteraad opgeschrikt door de ongekende politie-inzet bij de arrestatie van Xennt en zijn medewerkers. De media staan bol van berichten over zware misdaad. Hoofdaanklager Jürgen Brauer spreekt van een „buitengewone internationale strafzaak” en de „grootste slag tegen cybercriminaliteit in Duitsland ooit”. Johannes Kunz, chef van de cyberspeurders van deelstaat Rijnland-Palts, heeft het over een „gigantisch succes”, dankzij internationale politiesamenwerking.

Michael Eichin, een van Xennts advocaten, beschouwt de justitiële euforie en de berichtgeving als trial by media. Het Openbaar Ministerie bouwt vast aan een voorsprong, meent hij, door te blijven hameren op de cocktail van drugs, wapenhandel en kinderporno waarmee het een beeld van zware misdaad schetst. „Mijn cliënt wordt weggezet als een superschurk”, aldus Eichin.

Chocolademelk

In 2015 duiken straatfoto’s op van Xennt in gezelschap van George Mitchell, een Ierse crimineel. Een fotograaf van de Ierse sensatiekrant Sunday World heeft hen in Traben-Trarbach vastgelegd na een brunch, met Mitchell aan de gin-tonic en geheelonthouder Xennt aan de chocolademelk.

Xennt en Mitchell, om zijn waggelloop bijgenaamd ‘de Pinguïn’, werken al 25 jaar samen. Mitchell zat in Nederland vast wegens een omvangrijke diefstal van computeronderdelen. De Ier, aan wie een grote rol in de internationale drugshandel wordt toegedicht, verloor zijn schoonzoon door een liquidatie in Amsterdam.

Volgens de krant luistert de Duitse politie de telefoons van Xennt en Mitchell af. Schuw maakt dat niet. Met de opzichtige zilverkleurige BMW X6 van Xennt bezoeken ze de lokale horeca en soms ook bordeel Booty Club in Trier.

Mitchell en Xennt werken in die periode samen aan een telefoonapp voor versleutelde tekst- en spraakberichten, genaamd Underground. Dit soort technologie wordt vaak gebruikt in criminele omgevingen. Kamphuis stuurt in Nederland de Poolse programmeurs aan van de app, en Xennt vraagt hulp van IT- en juridisch brein Frank van der Loos, die ook in Goes met hem werkte. Van der Loos zegt geweigerd te hebben: „Ik heb nog veel geld tegoed van Xennt, en hij stelde weer een openeindregeling voor. Xennt is niet te vertrouwen.”

Lees ook dit verhaal over een hostingbedrijf: Het afvoerputje van het internet zit in een Noord-Hollands dorp

De app op BlackBerry- en Android-telefoons verkoopt Mitchell volgens de Ierse krant eerst in Ierland en vervolgens aan bendes in Colombia en Europa. Deze zogeheten ‘Exclu Chat-app’ is overigens niet illegaal en voor iedereen te koop.

Kat-en-muisspel

Maar het zijn niet die banden met deze misdadiger waarvoor Xennt en zijn medewerkers zijn aangeklaagd. Ook de ontwikkeling en verkoop van de encryptie-app maken geen deel uit van de aanklacht, Mitchell is evenmin gearresteerd. De redenen hiervan wil Dr. Jörg Angerer, hoofdaanklager bij de justitiële dienst tegen computercriminaliteit in Rijnland-Palts, de Landeszentralstelle Cybercrime (LZC) in Koblenz, niet kwijt.

Wel is duidelijk dat justitie de zaak aangrijpt om duidelijk te maken hoe serieus ze de strijd neemt tegen hostingbedrijven die illegaliteit faciliteren en afschermen. Vaak winnen die het kat-en-muisspel met opsporing, dankzij technische constructies via moeilijk te traceren en aan te pakken contacten in Oost-Europa, ondoorzichtige geldstromen naar belastingparadijzen en flitsverhuizingen van websites.

Europese wetgeving maakt de aanpak van hostingbedrijven er niet makkelijker op. Zo vrijwaart de Europese e-commercerichtlijn hosters – en platforms als Amazon en Facebook – sinds 2002 van aansprakelijkheid als ze criminelen of verspreiders van nepnieuws op hun servers huisvesten zonder weet te hebben van die activiteiten.

Het Cyberbunker-proces lijkt nu de ideale gelegenheid de wereld te tonen dat justitie wel degelijk is opgewassen tegen gewiekste digitale criminaliteit. Weliswaar gingen ook bij het hostingbedrijf van Xennt geldstromen volledig in bitcoin en was de communicatie versleuteld, maar de politie kon toch relatief eenvoudig berichtenverkeer aftappen en wist bovendien te infiltreren via een tuinman en een schoonmaakster.

Deze getuigen zijn niet naar Trier gekomen, waar de rechtszaak plaatsvindt. Te gevaarlijk, zegt justitie, volgens regionale krant Volksfreund, gezien de banden van Xennt met Mitchell, die weer contact zou hebben met huurmoordenaars. Maar zonder slag of stoot ging dat niet. Rechtbankpresident Günther Köhler drong aan op hun getuigenis. De verdachten, zo voerde hij aan, waren immers nooit gewelddadig of wapengevaarlijk. Uiteindelijk kwam een politieman getuigen namens de vrouw, en vertelde de ‘tuinman’ zijn verhaal, onherkenbaar, op video.

Activistische sites

Aanklager Angerer drijft bedrijfsleider Michiel R. tijdens een zitting in het nauw. „Toch vreemd, niet? Dacht u dat jullie bedrijven als Siemens of Deutsche Bahn aantrekken?” R. antwoordt: „Ik kan u geen ongelijk geven. Het is wel komisch, maar van Xennt kregen we het idee dat we voor activistische sites als Wikileaks werkten en niet voor kwaadaardige lieden.”

Een parketwacht leidt een gehandboeide Xennt naar zijn plek bij het begin van het proces. Foto Harald Tittel/dpa

Het beeld dat de ‘Cyberbunkerbende’ veeleer bestaat uit naïeve computernerds dan uit de spijkerharde criminelen die justitie ziet, kwam al naar voren uit tv-beelden. Regionale omroep SWR toonde bij het begin van het proces de geboeide verdachten, met Xennt in zwart colbert, en berichtte: „De mensen die vandaag voorkwamen zou je bepaald niet betitelen als typische leden van een criminele organisatie. De jongste is nog maar twintig jaar. Ze tonen zich ook angstig… Hoofdverdachte H.X. was niet meer de man met de lange blonde haren en lange jas, zoals die bekend was in Traben-Trarbach, maar een oude man met bril.”

Ook rechtbankverslagen in andere Duitse media, vooral die van Volksfreund, schetsen een min of meer gewoon familiebedrijf, met Xennt als zwijgzame baas. De details uit de bunker brengen niet veel spektakel; er is blijdschap over de puppies van de waakhonden, er zijn alledaagse ruzies, en uitstapjes naar het dorp. Ook krijgt Xennt een kind met een nieuwe vriendin.

Van de verdachten heeft tot nu toe alleen de Nederlandse ‘bedrijfsleider’ gesproken. Media schilderen R. af als een zielige man, in zijn jeugd misbruikt, op straat terechtgekomen. Hij huilt regelmatig tijdens het proces, terwijl hij nerveus zijn handgeschreven aantekeningen zachtjes voorleest. R. roemt Xennt om diens visie, werklust en idealisme, maar noemt hem ook „een opportunist”: iedere klant was welkom. Tegelijkertijd werkte Xennt met justitie mee door na zijn arrestatie toegangscodes voor kantoor, telefoons en kluizen te geven.

Dat is ook de verdedigingslijn van advocaat Eichin. Xennt is onschuldig: „Hij is een nerd, hij programmeert al jaren apps en is een kalme zakenman.”

Verder ontstaat tijdens het proces een beeld van Xennt die zich ongenaakbaar (unangreifbar) acht, door een combinatie van onbenul en hoogmoed. Zo gaf hij de politie ten minste tweemaal bereidwillig toegang tot de Cyberbunker, om servers op te halen van ontmantelde Darknet-sites. Ze zouden hem toch niets kunnen maken.

Cyberbunker mocht daarna doordraaien, misschien wel omdat justitie er door slordige beveiliging makkelijk het illegale dataverkeer kon volgen.

IT’er Van der Loos, die in 2015 tweemaal de bunker bezocht: „Het was evident dat de basisbeveiliging voor hosting zwaar onvoldoende was, technisch amateurisme. Ik heb niet gevraagd wat er op de servers stond, maar ook voor legale klanten kan dat niet.”

Valsspelen

Aanklager Angerer zegt tegen NRC dat alle dataverkeer van Cyberbunker vanaf juni 2016 werd getapt via een Duits internetknooppunt. Waarom liet de ontmanteling dan nog drie jaar op zich wachten? „Omdat het zeer tijdrovend was te bewijzen dat de operatoren kennis hadden van de machinaties van hun klanten”, aldus Angerer. Want dat is de kern van de zaak: hebben de verdachten opzettelijk illegale webhandel gefaciliteerd?

Hoewel Xennt voor de rechtbank zwijgt, was hij vorig jaar in een brief vanuit de gevangenis stellig: „Wij wisten niet wat klanten op hun servers hosten. Angerer vreest voor zijn carrière. Hij moet deze zaak winnen.’

Kamphuis denkt ook dat de aanklager met de beschuldiging van medeplichtigheid aan onder meer drugshandel geen zaak heeft, zegt hij tegenover NRC. „Denkt de heer Angerer echt dat het ons interesseert hoeveel lijntjes mevrouw Merkel deze week heeft besteld?”

Intussen gaan de raadslieden van de verdachten ervan uit dat het justitie maar gedeeltelijk zal lukken haar aanklacht hard te maken. Ze verwachten dat het proces in oktober eindigt met een beperkte veroordeling. Advocaat Stefan Schmidt: „De rechtbank heeft inmiddels wel duidelijk gemaakt dat de beschuldiging van medeplichtigheid aan bewezen misdaden van de klanten, zoals drugshandel en verspreiding van kinderporno, geen standhoudt.”

Maar dan staat altijd nog de aanklacht wegens vorming van een criminele organisatie voor het faciliteren van illegale handel, voornamelijk in drugs. Schmidt: „Wij blijven erbij dat de verdachten daar geen weet van hadden, en ik blijf bij mijn eis tot vrijspraak.”

Tegelijk sluit de advocaat niet uit dat de rechtbank in Trier gevangenisstraffen zal opleggen, „uiteenlopend van zes maanden tot zes jaar”. De rechters lijken er volgens hem voldoende van overtuigd dat de verdachten wisten wat voor zaken hun klanten deden. Met zijn infiltranten, de taps en een enorme hoeveelheid data heeft het OM veel bewijs in handen, erkent Schmidt.

Ook zijn collega Christian Schmitt, advocaat van R., rekent erop dat de verdachten worden vrijgesproken van hulp bij 249.000 misdaden. „Wellicht wordt voor Xennt een uitzondering gemaakt. Maar voor de anderen resteert dan de beschuldiging dat ze een criminele organisatie hebben gevormd. Ik verwacht daarvoor geen hoge straffen.”

Inmiddels is zijn cliënt al tijdens het proces in vrijheid gesteld, omdat hij goed meewerkte. R. gaf tijdens de zitting toe te weten dat de Cyberbunker wellicht illegale websites hostte, zonder overigens schuld aan die misdrijven te bekennen. De andere verdachten blijven zwijgen.

Ook Kamphuis vindt dat de Duitse justitie medeplichtigheid aan misdrijven op de sites niet heeft kunnen aantonen. „Er was gewoon geen rechtmatig bewijs voor beschuldigingen van zware criminaliteit. Maar ze zullen Xennt wel hard proberen te pakken om het gezicht te redden.”

Advocaat Christian Schmitt laakt vooral het samenspel tussen Openbaar Ministerie en media: „OM en politie zijn veel te ver gegaan. Eerst met de inzet van 650 man politie, terwijl de Cyberbunkermannen eerder alle medewerking verleenden toen de politie gewoon aanklopte. En media zijn onheus gevoed. Terwijl men goed wist dat het om computernerds gaat, en niet om zware criminelen. Media zullen zich bij de uiteindelijke vonnissen ook achter de oren moeten krabben.”