Brandweerkazerne Hendrik aan de Marnixstraat in Amsterdam.

Foto Koen van Weel/ANP

Op de kazerne werd hij gepest, op de kazerne ging hij dood

Reconstructie Aan de zelfdoding van de Amsterdamse brandweerman Memet Yildirir gingen langdurige pesterijen vooraf. Niet voor het eerst, in het Amsterdamse korps. Diepgravend onderzoek kwam er niet.

„Hallo.” „We hebben hier een incident.” „Ja.” „Een doorgeflipte collega.” „Ja.”
„We willen politie hier op de kazerne en eh een ambulance.”
„Ambulance is alreeds geïnformeerd, waarom wil je de politie?”
„Eh.. omdat onze collega amok maakt, hij heeft een mes in zijn hand, dus ehh het is echt serieus. Pfoeii…”
„Snap het helemaal.”

Het is dinsdag 3 december 2019, omstreeks half elf in de ochtend. In de meldkamer van de Amsterdamse brandweer is het meteen duidelijk wanneer ze kazerne Hendrik aan de lijn krijgen: hier is iets helemaal mis. De paniek klinkt duidelijk door in het transcript van de melding – zeker wanneer de situatie tijdens het telefoongesprek een nieuwe wending neemt.

Achtergrond: „Hij is gesprongen, jongens.”
„Ach… ohhhh … o my God.”
„Wie is die collega die dat doet?”
Achtergrond: „Kankerzooi, fucking teringlijer man.”
[...]
„Hoe heet die collega?”
„Hoe heet ie… Memet, Memet.”
„Memet?”
„Memet.”

Memet Yildirir (40), brandwacht eerste klasse, is die ochtend doorgedraaid op zijn werk. In de kantine van kazerne Hendrik aan de Marnixstraat steekt hij een collega met een schaar in zijn rug. Hij grijpt een groot mes, waarmee hij zichzelf verwondt. Daarna laat hij zich uit het raam op de eerste etage vallen. Reanimatie is vergeefs: hij overlijdt ter plekke.

De zelfdoding van Memet is een traumatische gebeurtenis voor de Amsterdamse brandweer. Zelfmoorden komen vaker voor in het Amsterdamse korps, maar een collega die zich óp het werk van het leven berooft – dat hebben ze nog niet eerder meegemaakt. Iedereen loopt geschokt en verdwaasd rond. Nog dezelfde ochtend komen de brandweercommandant en burgemeester Femke Halsema langs om met de mannen op de kazerne te spreken. Ook is er een groepsbijeenkomst voor iedereen die getuige is geweest van Memets dood, in het bijzijn van een GGZ-medewerker.

Drie dagen later nemen zijn collega’s afscheid van Memet. Ze vormen een erehaag in de Marnixstraat wanneer zijn kist, op een ladderwagen, vanuit de moskee verderop langs de kazerne rijdt. De volgende dag wordt Memet begraven in zijn geboorteland Turkije, in het bijzijn van zijn familie, echtgenote en dochtertje van één jaar oud.

Spoken op de kazerne

Waarom beroofde Memet zichzelf van het leven? Hij had psychische problemen – zoveel is duidelijk. Anderhalf jaar eerder kreeg hij een psychose, gevolgd door een burn-out, waardoor hij bijna een jaar niet op volle kracht kon werken. Op de fatale dinsdagochtend in december was hij opnieuw compleet in de war. Hij schreeuwde en bedreigde mensen, vertellen getuigen naderhand aan de politie. De nacht ervoor – hij draaide een 24-uursdienst – was hij ook al aan het spoken op de kazerne.

Memet werd ook gepest door zijn collega’s. Een relatie tussen dit pestgedrag en Memets zelfmoord, zo schreef burgemeester Halsema eerder dit jaar aan de Amsterdamse gemeenteraad, valt niet vast te stellen. Memet had de pesterijen gemeld en er was „actie op ondernomen”. Halsema: „De recherche heeft het onderzoek afgerond en geen verband gezien tussen pesten en de zelfmoord.”

Dat is niet het hele verhaal. Uit onderzoek van NRC blijkt dat Memet langdurig gepest werd door enkele collega’s. Soms meer, soms minder – maar structureel. Zijn depressie en burn-out waren direct terug te voeren op die langdurige treiterijen, zo blijkt uit getuigenissen van zijn weduwe, interne e-mails, vertrouwelijke medische documenten en gesprekken met negen betrokkenen bij de brandweer. Memet zelf heeft, voorafgaand aan zijn zelfdoding, op schrift gezet dat het pesten door collega’s een verwoestende invloed had op zijn leven. Genoeg redenen, zo vond het OM, om een onafhankelijk onderzoek te laten instellen naar wat er precies gebeurde op kazerne Hendrik in de maanden en jaren voor Memets dood.

Alleen: onderzoek naar pestgedrag op de kazerne kwam er nooit. De korpsleiding van de brandweer wilde er niet aan – ondanks een aanbeveling van de officier van justitie, en ondanks herhaaldelijk aandringen van Memets weduwe. De brandweer weigerde haar ook het rechercheonderzoek naar Memets dood te overhandigen, omdat alleen het OM dat zou mogen doen. Burgemeester Halsema, politiek verantwoordelijk voor de brandweer, was op de hoogte van de onvrede van de weduwe over hoe de korpsleiding omging met het overlijden van haar echtgenoot.

Dat de brandweer het pesten van Memet niet specifiek liet onderzoeken, is opmerkelijk. Memets dood was de vierde zelfmoord in acht jaar tijd bij het korps. In tenminste twee van die andere gevallen ging het om een brandweerman die op de werkvloer gepest werd.

Semra Aytemür, de weduwe van Memet, heeft de Amsterdamse brandweer inmiddels aansprakelijk gesteld voor de dood van haar man. Ze wil dat de brandweer erkent dat er een verband is tussen het pesten en de zelfmoord van Memet en eist een schadevergoeding. Ze is „erg teleurgesteld” in de manier waarop de korpsleiding en burgemeester Halsema zijn dood hebben afgehandeld, zegt ze tegen NRC. „Ik wil dat er onbevangen naar Memets zaak gekeken wordt, en dat is niet gebeurd.”

Het mooiste beroep ter wereld

Brandweerman worden was de grootste droom van Memet Yildirir (1979). Hij groeide op in het zuiden van Turkije, vlak bij de grens met Syrië. Een makkelijke jeugd had hij niet: toen hij tien jaar oud was, overleed zijn vader na een val van een paard. „Hij moest al jong werken in de sinaasappelgaarden van zijn moeder”, vertelt zijn weduwe Semra. Als jongetje was Memet dik, hij werd gepest op school. Ook was er sprake van mishandeling door een leraar.

Rond de eeuwwisseling komt Memet naar Amsterdam. Hij is dan twintig, en verliefd geworden op een Nederlands-Turkse vrouw. Het huwelijk strandt, maar Memet blijft in Nederland. Hij heeft verschillende baantjes: schoonmaker, facilitair medewerker, ober. In 2008 wordt hij, nadat hij twee keer is afgewezen omdat hij niet kan zwemmen en niet goed verstaanbaar is door de portofoon, aangenomen bij de Amsterdamse brandweer. Hij treedt in dienst als aspirant-brandwacht.

Bij de brandweer voelde Memet zich snel thuis, vertelt Semra. „Hij zei altijd dat brandweerman het mooiste beroep ter wereld is.” Hoewel zijn Nederlands nog wel iets beter kan, krijgt hij uitstekende beoordelingen, zo valt te lezen in zijn personeelsdossier („leergierig”, „goede brandwacht en een prettige collega”). Hij maakt vrienden en integreert snel in de hechte gemeenschap van de uitrukdienst. Want meedoen is van cruciaal belang bij de Amsterdamse brandweer: door de 24-uursdiensten zitten de brandweerlieden dicht op elkaar. Ze eten en slapen op de kazerne, zodat ze ook ’s nachts kunnen uitrukken. Ze sporten samen, koken samen, douchen samen, klussen samen – en halen geintjes uit met elkaar.

Brandweerman worden was de grootste droom van Memet Yildirir, geboren in 1979.
Memet in oktober 2019, met zijn vrouw Semra en hun dochtertje van bijna één jaar
Foto’s privécollectie

Ook zijn nieuwe liefde Semra, die hij ontmoet tijdens een avondje uit op het Leidseplein, is in eerste instantie heel gecharmeerd van de collega’s van Memet. Op hun eerste date nodigt hij haar meteen uit op kazerne Hendrik op de Marnixstraat. „Ik vond die brandweermannen hartstikke leuk”, zegt Semra. „Ze maakten de hele tijd droge grappen.”

Als Memet en Semra in het najaar van 2015 trouwen, is de hele kazerne uitgenodigd op het feest. Een groepsfoto toont het pas getrouwde stel temidden van vijftien gespierde mannen, lachend en gekke bekken trekkend. Als cadeau hebben Memets collega’s een brandblusser vol met kleingeld gestopt en dichtgeplakt met superlijm. „Met stiften hadden ze hun namen erop geschreven”, zegt Semra. „Dat was lief bedoeld.”

Memet was allesbehalve een sombermans, zeggen vrienden en oud-collega’s met wie NRC sprak. Ze omschrijven hem als een van nature energiek en opgewekt mens, een levensgenieter met wie je een fantastische avond kon hebben. Memet was ook zachtaardig, sociaal, en extreem gericht op anderen. Zijn collega’s op kazerne Hendrik waren erg gesteld op hem, zo vertellen ze later aan de politie. „Hij was een harde werker, een goede jongen, gezellige jongen. Nooit chagrijnig.”

De ei-grap

Die vrolijke, sociale Memet begint vanaf begin 2018 plots vreemd gedrag te vertonen. De aanleiding is een incident op de kazerne dat zijn collega’s in hun politieverhoor omschrijven als „de ei-grap”. In december 2017 heeft een andere brandweerman tijdens het avondeten van de nachtploeg een briefje van vijftig euro voor Memets neus gelegd. „Dit krijg je als ik drie eieren kapot mag slaan op je hoofd.” Is goed, zegt Memet – waarop de collega niet drie maar twee eieren op zijn hoofd kapot slaat en het briefje weer weghaalt. Iedereen aan tafel buldert van het lachen. Gefopt!

Het is een geintje dat past in de cultuur van de uitrukdienst. Pesterijtjes horen erbij, vinden ze bij de Amsterdamse brandweer, of het nou een emmer water bovenop een deur is, een bewerkte foto op het prikbord of vieze filmpjes in de gemeenschappelijke appgroep. Dat is de keerzijde van de hechte groepscultuur op de kazerne: je moet tegen een stootje kunnen. In hun politieverhoor vertellen Memets collega’s vrij achteloos over de ei-grap. Ze vinden het onschuldig.

Het blijft niet bij die ene avond in de keuken. In de maanden die volgen blijven enkele collega’s de ei-grap oprakelen in Memets bijzijn – ook als hij herhaaldelijk zegt dat hij er genoeg van heeft. „Voor een bevelvoerder is het lastig om mensen aan te spreken, want je bent one of the guys”, zegt een brandweerman later in zijn verhoor bij de politie.

Voor een bevelvoerder is het lastig om mensen aan te spreken, want je bent one of the guys

Brandweerman

Eén brandweerman geldt volgens collega’s als de aanjager van de aanhoudende pesterijen, ten minste twee collega’s doen mee. In zijn politieverhoor vertelt de gangmaker hoe de ei-grap telkens wordt uitgemolken: „We hebben een klussie gehad en we zitten in de autospuit. Hé zullen we eens een lekker eitje bakken zo meteen, gezellig? En ik hoor het mezelf zeggen en ik zie hem kijken.” Zelf vindt hij het geen pesten. „Nee ja, dat is… dat is niet pesten. Nee, zeker niet. Tenminste van mijn kant hè.”

Op Memet hebben de pesterijen een steeds grotere impact, zo merkt zijn vrouw Semra – al vertelt hij haar aanvankelijk niet over het incident. Met ‘Turks eergevoel’ heeft die gekrenktheid weinig van doen, zegt Semra: „Hij was juist helemaal geen typische Turk.” Toch staat Memet niet helemaal ongecompliceerd in het leven, ondanks zijn opgeruimde voorkomen. Hij kan onzeker zijn, mede omdat zijn Nederlands niet perfect is. Op het werk heeft hij een hoog verzuim, zo blijkt uit zijn personeelsdossier – al weten zijn vrouw noch de brandweer nu nog waar dat verzuim door kwam. Ook lijdt hij aan ADHD, waarvoor hij een tijdje ritalin slikt.

Door de pesterijen wordt Memet thuis afwezig, merkt Semra. Hij is argwanend en gespannen, sluit zichzelf af. Als ze ’s avonds naar bed gaat, blijft hij nog uren op de bank zitten piekeren.

Begin 2018 gaat Semra bij wijze van verrassing langs op de kazerne, samen met een vriendin met wie ze die avond uit eten is geweest. „Meestal vond hij dat heel leuk, maar nu was hij ongemakkelijk en nerveus. In de kantine liep hij naar een uitvergrote foto van hem en twee collega’s en haalde een stuk eierschaal weg, dat op z’n hoofd geplakt zat.”

Psychose

In de zomer van 2018 zegt Memet ineens iets vreemds tegen zijn vrouw. Semra: „De lucht is helemaal blauw en dat klopt niet, zei hij, dat komt door Amerika”. Het blijkt een psychose te zijn. „Hij vertrouwde niets meer, haalde bepaalde software van de tv omdat hij bang was om afgeluisterd en gevolgd te worden.”

Na een vakantie in Spanje lijkt Memet min of meer de oude, maar op de eerste dag dat hij weer naar de kazerne moet, komt hij na een paar uur werken alweer thuis. Semra: „Hij moest huilen, het ging niet meer. Hij zat alleen maar de hele tijd op te letten, vertelde hij.”

Memet meldt zich ziek en blijft een paar maanden thuis. Hij zoekt hulp, bij de bedrijfsmaatschappelijk werker en bij een psycholoog. Hij krijgt EMDR-therapie. Diagnose van de therapeut: een ernstige depressie met paranoïde trekken, „vooral als gevolg van een aanhoudend geplaagd worden door collega-brandwachten met een met hem uitgehaalde grap, een plagen dat uiteindelijk door betrokkene als pesten werd ondervonden.” Memet is erdoor „hypersensitief voor potentiële plaag-/pestsignalen” geworden.

In zijn verslag laat de therapeut Memet zelf aan het woord. De citaten maken duidelijk hoe ingrijpend de effecten van de pesterijen op de brandweerman zijn: „Ik had al een rugzak met tegenslagen en zij hielden niet op met de draak met mij te steken na een met mij uitgehaalde grap, ook niet nadat ik daar meermalen om gevraagd had. Ik begon steeds meer te denken dat ze het voortdurend over mij hadden, ook kwaad over mij spraken en afstand tot mij hadden genomen. […] Ik vertrouwde op de kazerne niemand meer en voelde mij er heel alleen.”

De behandeling slaat aan. Memets „zelfvertrouwen en mentale weerbaarheid is aanmerkelijk toegenomen en zijn psychische evenwicht is weer bijna als vanouds”, schrijft zijn psycholoog na vijf maanden therapie. Hij kan geleidelijk weer terug naar de uitrukdienst – zeker omdat hij binnenkort begint aan een assertiviteitstraining en „een cursus om zijn spreekvaardigheid in het Nederlands te verbeteren.” Op de kazerne hebben zijn collega’s het gevoel dat ‘de oude Memet’ er weer is.

Er is wel één belangrijke voorwaarde voor Memets geestelijke stabiliteit: het pesten mag niet opnieuw beginnen. Zijn bevelvoerders, zo schrijft de psycholoog, „moeten alert zijn en blijven dat betrokkene niet daadwerkelijk te veel ‘geplaagd’ wordt.” En daar gaat het toch weer mis. „Helaas”, zo schrijft de bedrijfsmaatschappelijk werker eind 2018 in een vertrouwelijke e-mail, „hebben een aantal collega’s de draad weer opgepakt wat pesten betreft, maken hele subtiele en openlijke grappen die ervoor gezorgd hebben dat MY [Memet Yildirir, red.] daar weer erg veel onder lijdt”. Hij gaat apart in gesprek met vier pesters, „met het verzoek per direct te stoppen met dit gedrag omdat het anders een formele klacht zal worden.”

Terug op de kazerne

Een jaar na zijn psychose is Memet – inmiddels vader van een dochtertje en druk bezig met de verbouwing van een koophuis in Diemen – weer volledig terug op kazerne Hendrik. Ondanks de vermanende gesprekken met de plagers is het pesten nog steeds niet weg, zegt Semra. „Het gebeurde nu subtieler, op een sneaky manier. Als de tafel in de kantine was opgeruimd na de lunch, stond er ineens een ei. En niemand wist wie dat ei had neergezet natuurlijk.”

Het treiteren ging „misschien wel veel langer dan we beseften” door, zegt de belangrijkste treiteraar later in zijn politieverhoor. Maar: „Pesten is een ruim begrip.” Een andere collega, tegen de politie: „Er waren ook collega’s die het moeilijk vonden dat dingen niet meer mochten, grappen maken.”

Er zijn ook collega’s die zich zorgen maken om Memet. Ze informeren regelmatig of het wel goed gaat, houden hem uit de wind op het werk. Het past bij de groepsmentaliteit van de Amsterdamse brandweer, vertellen ze later aan de politie: brandweerlieden horen elkaar erdoorheen te slepen.

Op de ochtend van zijn veertigste verjaardag, 14 november 2019, pikt Semra haar man op met de auto. Ze neemt Memet na zijn dienst mee op een vlucht in een Cessna-vliegtuigje. Het moet een feestelijke dag worden, maar Memet oogt teneergeslagen. „Toen ik vroeg wat hem dwars zat, zei hij: ‘Vanochtend heb ik tegen een collega gezegd dat ik vandaag jarig ben, maar eigenlijk dood wil.’” Meerdere collega’s vertellen de politie over de ontboezeming.

Hulp onderweg, met spoed

Op maandagochtend 2 december brengt Semra haar man naar kazerne Hendrik voor een 24-uursdienst. Ze wonen tijdelijk met hun dochtertje in Veenendaal, bij Semra’s ouders, omdat de verbouwing van hun nieuwe huis in Diemen vertraging heeft opgelopen. In de auto maakt Memet een gespannen indruk, hij spreekt over „groepsstalking”. Toch wil hij naar de kazerne. Semra gaat door naar haar werk – ze is strafadvocaat in Amsterdam.

Die avond bellen ze. „Hij had buikpijn en niet gegeten. Ik vroeg: moet ik je komen ophalen? Nee, zei hij.” Als Semra de volgende ochtend wakker wordt, ziet ze dat ze negen gemiste oproepen heeft van Memet, en een voicemailbericht: wil je me komen ophalen? „Ik belde hem terug, maar kreeg geen gehoor.” Uiteindelijk krijgt ze hem te pakken aan de vaste lijn van de kazerne. „Ik kom er nu aan, zei ik.”

De autorit van Veenendaal naar Amsterdam duurt anderhalf uur, vanwege de ochtendspits. Als Semra om half tien bij de kazerne arriveert, wordt ze meteen door de bevelvoerder de andere kant op geleid. „Hij nam me apart en zei: het gaat niet goed met Memet. Er is hulp onderweg, met spoed.”

Semra vraagt of ze haar man mag zien, ze wordt meegenomen naar zijn slaapkamer. Daar treft ze Memet buiten zichzelf aan. „Zodra hij me zag, begon hij tegen me te schreeuwen: ‘Weg jij, of anders vermoord ik je.’ Ik zag dat hij zich angstig en onveilig voelde.”

Als Semra de volgende ochtend wakker wordt, ziet ze dat ze negen gemiste oproepen heeft van Memet, en een voicemailbericht: wil je me komen ophalen?

Semra blijft achter op een kamertje, met een glaasje water. Dan komt de bevelvoerder binnenlopen. „Hij schreeuwde: Memet heeft een collega aangevallen. Je moet nú naar buiten!”

Buiten de kazerne, op de Marnixstraat, gaat Semra op een bankje zitten. Een collega van Memet houdt haar gezelschap. „Op een gegeven moment hoorde ik een politiesirene. Ik dacht: Memet wordt toch niet aangehouden omdat hij een collega gestompt heeft?”

Na wat voelt als uren wordt ze gewenkt: de politie wil met haar praten. „Die agent vroeg: gaat het om uw man? Wat is zijn geboortedatum? Ik zei: u gaat hem toch niet aanhouden? Hij is geen crimineel!”

Er komt een brandweerman aangelopen. „Gaat het wel goed met Memet?”, vraagt Semra aan hem. De brandweerman zwijgt. „Hij is toch niet dood?” vraagt Semra. De brandweerman kijkt haar aan met een betekenisvolle blik. Op dat moment dringt het tot haar door: Memet ís dood. „Toen moest ik tegen de gevel van de kazerne gaan staan.”

De collega die door Memet met een schaar in de rug is gestoken, blijkt zijn belangrijkste plaaggeest. Hij moet naar het ziekenhuis, maar houdt geen blijvend letsel over aan de aanval. Later vindt de politie in Memets rugzak zijn iPhone, volledig doormidden gebroken. In de linkerzak van zijn jas zit een handgeschreven briefje, waarop Semra meteen het handschrift van haar man herkent. „Collega’s”, zo luidt de tekst, „bedankt voor het les en dat jullie mijn leven helemaal verwoest! Gefeliciteerd maar dat was niet echt nodig omdat dit heeft mijn leven kapot gemaakt.”

‘Geverfde vogels’

De tijd na Memets dood is voor Semra onwerkelijk. De afscheidsdienst in de moskee, de begrafenis in Turkije – ze heeft het gevoel dat ze er maar half bij is. Met hun dochtertje, dat op de dag van Memets begrafenis een jaar oud is geworden, woont ze nog maanden bij haar ouders in Veenendaal. De laatste klusjes in het nieuwe huis in Diemen worden gedaan op kosten van de gemeente Amsterdam – een aanbod dat burgemeester Halsema haar doet in een persoonlijk gesprek.

Semra werkt ook mee aan het politie-onderzoek. Ze doet dat in de verwachting dat de brandweer zelf ook onderzoek zal laten doen naar Memets dood. Natuurlijk, het werkelijke verband tussen pesten en de suïcide zal niet achterhaald kunnen worden – Memet kunnen ze het niet meer vragen. Maar ze wil wel weten wat de precieze omvang was van de pesterijen in de maanden en jaren voor Memets dood.

Het is bekend dat er bij de Amsterdamse brandweer een cultuur heerst waarin pesten, racisme, seksisme en intimidatie regelmatig voorkomen: grappen over huidskleur en seksuele geaardheid, vrouwelijke brandweerlieden die bij het slapen gaan door hun mannelijke collega’s worden ‘ingestopt’. Commandant Leen Schaap, die een maand voor Memets overlijden afzwaait, heeft drie jaar lang geprobeerd die cultuur open te breken. Maar zijn directe, confronterende stijl heeft zoveel weerstand opgeroepen bij de uitrukdienst dat burgemeester Halsema hem aan de kant heeft gezet.

Memet Yildirir Foto privécollectie

Bovendien is Memets zelfmoord niet de eerste in het Amsterdamse korps. In 2011 stuurt een brandweerman van kazerne Pieter zijn auto expres de verkeerde weghelft op. In 2015 rijdt een brandweerman van kazerne Victor met zijn auto van de dijk in Zeeland. En in 2017 berooft Niels Halsema (geen familie van de burgemeester), werkzaam op kazerne Willem, zichzelf in zijn ouderlijk huis op Texel van het leven.

Van Niels Halsema was bekend dat hij werd gepest op de kazerne. Zijn familie liet de zaak aanvankelijk rusten, maar inmiddels wil Halsema’s zus Nancy meer duidelijkheid over de achtergrond van zijn overlijden, zegt ze. Ze is van plan om zijn personeeldossier op te vragen bij het korps.

Ook bij de brandweerman van kazerne Victor hebben betrokkenen het sterke vermoeden dat zijn zelfgekozen dood, naast issues in de privésfeer, te maken had met de situatie op de werkvloer. Al deze brandweerlieden, zeggen collega’s die hen persoonlijk kenden, waren gevoelige, dienstbare jongens die graag aardig gevonden wilden worden – net als Memet. Een karakterstructuur die je kwetsbaar maakt binnen de harde machocultuur op de kazernes. Als je ‘anders’ bent, zegt een betrokkene, krijg je dat voortdurend te horen. ‘Geverfde vogels’, zo noemt hij deze categorie brandweerlieden.

Wéér een andere brandweerman die zelfmoord pleegt, in 2003, komt aan bod in een reeks filmpjes die voor een cursus cultuurverandering binnen de Amsterdamse brandweer zijn opgenomen. In het bewuste filmpje, dat in het bezit is van NRC, zegt een bedrijfsmaatschappelijk werker dat „pesten en treiteren best wel eens een bijdrage zou hebben kunnen leveren” aan de zelfmoord. „Die jongen is zo lang getreiterd.” Het gaat om dezelfde vertrouwenspersoon die zich later over Memet zal ontfermen.

In de andere filmpjes, gemaakt in 2009, vertellen leidinggevenden en brandweerlieden openhartig over groepsdruk, intimidatie en pesterijen. Alle aspecten die later terugkeren in de zaak-Memet komen voorbij: grenzen die telkens overschreden worden, bevelvoerders die de andere kant opkijken, het bekende excuus van ‘Amsterdamse humor’ als er wél iets wordt gezegd. De filmpjes blijven intern: de gemeenteraad heeft ze één keer, na lang aandringen, in een besloten sessie mogen bekijken.

‘Geen strafbare feiten’

In het voorjaar van 2020 rondt de politie het onderzoek af naar Memets dood. De rechercheurs vinden geen strafbare feiten – het was een zuiver geval van zelfdoding. Na bestudering van het dossier neemt het OM die conclusie over: geen strafvervolging. Maar daarmee is de zaak niet af, vindt de officier van justitie. Bij het overhandigen van het dossier aan de korpsleiding, zo mailt ze later aan Semra, heeft ze „ongevraagd het advies meegegeven om een intern onderzoek te laten verrichten naar de gang van zaken. Het OM heeft daarbij aangegeven dat een onderzoek door een onafhankelijk orgaan, zoals bijvoorbeeld de Ombudsman, wenselijk kan zijn.”

Maar de nieuwe brandweercommandant Tijs van Lieshout voelt er niets voor. Alle betrokkenen zijn gehoord, er zijn geen strafbare feiten vastgesteld – en daarmee, vindt Van Lieshout, is de zaak gesloten. „Ik moet er rekening mee houden”, zo mailt hij aan Semra, „dat extra onderzoek veel onrust geeft in de groep brandweercollega’s die nog intensief rouwen om het verlies van hun dierbare collega.”

Semra blijft aandringen bij Van Lieshout. De rechercheurs hebben in hun verhoren weliswaar gevraagd naar de pesterijen, schrijft ze hem, maar niet naar de cultuur waarbinnen de treiterijen plaatsvonden. Ze wil écht begrijpen wat er die decemberochtend gebeurd is, en vooral wat eraan vooraf ging – anders kan ze niet in het reine komen met de dood van haar man. „Ik wil antwoorden aan mijn dochter kunnen geven als zij groot genoeg is”.

Ik moet er rekening mee houden dat extra onderzoek veel onrust geeft in de groep brandweercollega’s die nog intensief rouwen om het verlies van hun dierbare collega

Tijs van Lieshout brandweercommandant

Hoe kan het bijvoorbeeld, zegt Semra, dat de politie zo weinig gewicht geeft aan het handgeschreven briefje, dat een duidelijk verband legt tussen de pesterijen en Memets psychische nood? In het politiedossier staat dat het „onmogelijk vast te stellen” is of het briefje vlak voor de zelfmoord geschreven is: er staat geen datum op. Maar op de achterkant van het briefje staat haar 06-nummer gekrabbeld, zegt Semra. „Dat had-ie nodig omdat hij die nacht z’n telefoon kapot had gemaakt.”

Hoewel Semra’s mails steeds indringender van toon worden („Wat moet ik doen om ervoor te zorgen dat er gewoon gebeurt wat er moet gebeuren?”), krijgt ze nul op het rekest. Ook blijft Memets medisch dossier, dat bij de bedrijfsarts van de brandweer ligt, gesloten, vanwege het medisch beroepsgeheim.

Zijn personeelsdossier krijgt ze wel, al is het niet volledig: NRC beschikt over ten minste één stuk dat niet is overdragen maar wel uit het dossier afkomstig moet zijn.

Zelfs van het politiedossier wil de brandweer geen afschrift verstrekken: dat mag alleen het OM doen, zegt de korpsleiding. Uiteindelijk ziet Semra geen andere mogelijkheid dan het dossier woord voor woord over te typen bij het OM. De klus kost haar vijf dagen.

Een persoonlijk beroep op Femke Halsema, Van Lieshouts politieke baas, blijft ook zonder resultaat. Op geen van de e-mails die Semra en haar advocaat tussen februari en juni 2020 versturen aan de burgemeester, komt antwoord.

Een nieuwe start?

Op kazerne Hendrik is het anderhalf jaar na de dood van Memet Yildirir nog altijd onrustig. Zijn collega’s zijn er nog steeds kapot van. Een aantal brandweerlieden zit ziek thuis. De bevelvoerder die dienst had op de ochtend van Memets dood, is overgeplaatst naar een andere kazerne – op eigen verzoek. Een andere collega ook.

De individuele hulpverlening op de kazerne ging snel na Memets dood van start, maar met groepshulpverlening is pas na een jaar begonnen – volgens commandant Tijs van Lieshout „omdat toen pas duidelijk werd dat er geen herstel of heling kwam in de ploeg”. Tijdens een aantal heftige groepssessies, afgelopen winter, is er veel onderlinge boosheid naar boven gekomen, vertellen betrokkenen. Een deel van de ploeg is van mening dat Memet te hevig gepest is, een ander deel vindt van niet. De turbulentie op de kazerne heeft geleid tot het geforceerde vertrek van een bedrijfsmaatschappelijk werker die pas een paar maanden in dienst was. Inmiddels, zegt commandant Van Lieshout, is de korpsleiding bezig „de ploeg uit elkaar te halen” door brandweerlieden over te plaatsen naar andere kazernes. „Onderling komen ze er niet meer uit. Dan is een nieuwe start voor iedereen beter.”

De korpsleiding heeft alsnog een onderzoek ingesteld, door bureau ARQ IVP, gespecialiseerd in hulp bij ‘ingrijpende gebeurtenissen’. Het besluit daartoe viel in juni 2020, zegt commandant Van Lieshout. De opdracht werd verstrekt in oktober 2020, vijf maanden nadat Semra’s advocaat de brandweer aansprakelijk heeft gesteld voor de dood van haar man.

Het rapport, waarvan de korpsleiding een conceptversie liet inzien door NRC, beschrijft de „aard en omstandigheden van de suïcide” maar gaat slechts beperkt in op het pestgedrag van Memets collega’s. De hoofdvraag is of leidinggevenden en zorgverleners bij de brandweer de juiste interventies hebben gepleegd in de aanloop naar Memets zelfmoord. (Conclusie: ja, al ging dat na Memets reïntegratie „zonder de nodige urgentie”.)

„Ervaren pesterijen door collega’s”, schrijven de onderzoekers, was één van „een groot aantal factoren” die een rol gespeeld kunnen hebben bij Memets zelfmoord, naast „geslacht (…), belaste voorgeschiedenis (…), privé stressoren (…), kwetsbaarheid voor psychische ontregeling (…), culturele aspecten binnen de Brandweer (…), veranderingen binnen de organisatie (…), taalproblemen en mogelijk discriminatie.”

Memets medisch dossier konden de onderzoekers niet inzien vanwege het medisch beroepsgeheim. Eerdere onderzoeken naar de cultuur bij de Amsterdamse brandweer zijn niet geraadpleegd. Met Semra hebben de onderzoekers niet gesproken: zij hoort pas maanden later, als burgemeester Halsema de raad informeert, dat een onderzoek is ingesteld.

Persoonlijk contact hebben de korpsleiding en Halsema niet meer met Semra. Dat loopt nu via advocaten. Haar zaak tegen de brandweer zal jaren gaan duren, weet ze, maar daartoe is ze bereid. Ze hoopt dat de dood van haar man een „cultuuromslag” teweegbrengt bij het Amsterdamse korps. „Ik wil dat de brandweer inziet dat pestgedrag een fatale afloop kan hebben. Memets grens is keer op keer niet gerespecteerd, zijn collega’s vonden dat hij tegen de grapjes moest kunnen die over zijn grens heen gingen. Memet verdient erkenning, al is dat na zijn dood.”

Hun dochter wordt in december drie.