Opinie

Hoeveel (corona)risico willen we lopen?

Column Wat is gevaarlijker, een ontmoeting met een willekeurige landgenoot of het eten van een boterham met pindakaas? De omgang met kleine kansen blijft moeilijk.

Robbert Dijkgraaf

Een theatervoorstelling, een restaurantbezoek, een zakenreis — de komende tijd zal de grote vraag zijn: past het in mijn persoonlijke risicobudget? Nu dankzij het succes van de coronavaccins het land weer langzaam opengaat, maar de Deltavariant blijft rondwaren, staan we voor moeilijke keuzes. Net zoals we binnen de grenzen van ons financiële budget moeten leven, zullen we een afweging moeten maken hoeveel risico we willen lopen en waaraan we dat willen ‘besteden’. Een vliegreis naar je kinderen voelt toch anders dan een wetenschappelijk congres.

Anders dan bij een financieel budget, kent een risico zowel een objectieve als een subjectieve kant. Vanzelfsprekend moeten de kwetsbaren in de samenleving extra voorzichtig zijn. Maar daarnaast kan de risicoperceptie drastisch van persoon tot persoon verschillen. Het is één ding de prijs van twee artikelen in de supermarkt te vergelijken, maar de mens is notoir slecht in het vergelijken van kansen op ziekte of een ongeluk. Daarom hebben velen van ons vliegangst, terwijl fietsen of autorijden veel gevaarlijker is.

De micromort

Het is vooral moeilijk kleine kansen in te schatten en op te tellen. Eerder schreef ik hier over de wetenschappelijke eenheid om risico te meten: de micromort, een kans van 1 op een miljoen om te overlijden. Voorbeelden van activiteiten met een risico van 1 micromort zijn: een uurtje fietsen, een fles wijn drinken, een röntgenfoto laten maken, anderhalve sigaret roken of veertig boterhammen met pindakaas eten (daar kan een minuscule hoeveelheid kankerverwekkende stof in zitten). Sowieso is het alledaagse leven niet ongevaarlijk. Bij normaal gedrag is de kans op een onnatuurlijke dood, zeg een ongelukkige val of een botsing in het verkeer, ongeveer 1 micromort per dag. Als we ziektes meenemen ligt het gemiddelde rond de 20. Het wordt spannender bij parachutespringen (8), basejumping (430) of de Mount Everest beklimmen (38.000).

In het geval van corona zijn zulke kansberekeningen ingewikkeld, onzeker en veranderlijk, zeker als nieuwe varianten zich aandienen. Als volledig gevaccineerde van ruim middelbare leeftijd is mijn kans om na een besmetting aan Covid te overlijden waarschijnlijk minder dan 0,1 procent. Als we ervan uitgaan dat niet meer dan 1 op de duizend Nederlanders op dit moment besmet is, is daarmee mijn kans om te overlijden aan een ontmoeting met een willekeurige landgenoot veel kleiner dan 1 micromort, zeker als die ander ook gevaccineerd is. Misschien één boterham met pindakaas.

Ondanks de bescherming van de vaccins vraagt het durf en gewenning om opnieuw ons oude leven op te pakken. De coronatijd heeft de illusie gegeven dat sommige risico’s volledig kunnen worden uitgesloten. Kunnen we die weer voorzichtig toelaten?

Twee jaar geen auto

Stel dat twee jaar lang niemand auto had gereden. Hoe zou het dan voelen om ineens weer achter het stuur te zitten? Waarschijnlijk volstrekt onverantwoord. Hoe weet je dat je medeweggebruikers zich aan de regels houden? Of dat die tegenligger niet dronken is? Wie heeft dit autorijden trouwens allemaal bedacht en toegestaan? De eerste ongelukken zullen groot op de voorpagina van de krant verschijnen. Iedere dag zal het journaal de sombere statistieken van de verkeersslachtoffers melden. Tot we deze cijfers weer schouderophalend accepteren.

Het zal interessant zijn te zien hoe wij het komend jaar met deze kansrekening van winst en verlies omgaan. Opvallend is dat het persoonlijke risicobudget omgekeerd evenredig lijkt met het financiële budget. Ultrarijken zijn vaak ultravoorzichtig. Zij laten zich dagelijks testen, vermijden ieder openbaar vervoer en stellen alle diners en bijeenkomsten uit. Heel Silicon Valley zit nog thuis achter een computerscherm. Niet onbegrijpelijk. Zij hebben immers ook veel te verliezen. Mensen met een kleine beurs daarentegen verkeren helemaal niet in de luxe positie om risico’s te kunnen vermijden. Als buschauffeur, verpleegkundige of leraar wordt hun juist gevraagd zonder aarzeling in het diepe te springen. Corona heeft de ongelijkheid alleen maar vergroot.

Als risico enkel een verliespost is, waaruit bestaat dan de winst? Ook die inschatting is grotendeels subjectief. Voor mij was de grote openbaring van de afgelopen tijd de verborgen waarde van het persoonlijke contact, dat we zo hebben moeten missen. Toen op mijn instituut de dagelijkse middagthee weer werd geserveerd, leerde ik in tien minuten meer van mijn collega’s dan in een jaar via Zoom. Informeel contact is wonderlijk efficiënt om subtiele gevoelens duidelijk te maken en de conversatie in onverwachte richtingen te leiden. Het zijn de kruimels van een achteloos gesprek die de voedingsbodem vormen voor verdere gedachten. Juist het zachte bindweefsel van het samenleven, al die spontane, ongestructureerde en kwetsbare ontmoetingen, laat zich maar moeilijk naar een scherm verplaatsen.

Net zoals we kleine risico’s moeten leren inschatten en vergelijken, zouden we ook die kleine momenten van geluk en inspiratie in rekening moeten brengen. Ze tellen namelijk op tot iets groots. Tijd voor een definitie van microgeluk?

Robbert Dijkgraaf is directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton.