Merel van Vroonhoven: „Als iemand iets niet snapt, moet ík het beter uitleggen.”

Foto Merlijn Doomernik

Interview

Merel van Vroonhoven: ‘De vraag is echt: wanneer ontploft het onderwijs?’

Merel van Vroonhoven Ze maakte de overstap van topbestuurder naar het onderwijs. Sinds dit schooljaar staat Merel van Vroonhoven voor de klas.

Ja, ze is écht juf geworden. En ja, ze staat écht voor de klas. Merel van Vroonhoven (53), voormalig topbestuurder bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM), NS en ING, geeft sinds dit schooljaar les aan groep 6 van de Eerste Nederlandse Buitenschool, een school voor speciaal onderwijs in Den Haag. De klas is klein: tien leerlingen. Allemaal jongetjes, allemaal een vorm van autisme. Het is een voordeel, zegt ze, dat ze zelf een zoon heeft met autisme. „Ik weet hoe het is een kind te hebben dat nét even anders naar de wereld kijkt. Voorbeeld: ik zei deze week ‘vijf maal vier is twintig’. Zegt een leerling: ‘Juf, het is niet maal, het is keer!’ Dan kun je denken: goh, wat een brutaal kind. Maar voor hem is het heel raar dat ik máál zeg, terwijl we altijd kéér zeggen. Dat moet ik uitleggen.”

Je moet heel duidelijk zijn.

„Ja, je moet heel precies communiceren. Ik zei laatst: ‘Jongens, we gaan groepje voor groepje naar buiten’. Meteen een vinger in de lucht: ‘Juf, we gaan toch eerst naar de gang en dán pas naar buiten?’ Inderdaad. Dat had ik beter moeten zeggen. Deze kinderen passen, net als mijn zoon, niet in het standaard bakje. Als ze emotioneel reageren of in de war raken van iets ogenschijnlijk eenvoudigs, denk je in eerste instantie: huh, waarom loopt hij boos weg? Ik heb moeten leren dat er meer perspectieven zijn en dat er achter hun boosheid of frustratie vaak een enorme worsteling zit. Ik vraag nu na elke les: wat zou de juf anders kunnen doen? Als iemand iets niet snapt, moet ík het beter uitleggen. Dat is je rol als leraar, zeker in het speciaal onderwijs. Je moet oog hebben voor het kind en niet proberen om het in een keurslijf te proppen.”

Toen ze in 2019 vertrok bij de AFM om als zij-instromer naar de pabo te gaan, stroomden de reacties binnen. „Dúizenden mails en brieven, ongelooflijk!” Nog steeds komen er dagelijks mails van mensen die óók een overstap naar het onderwijs overwegen. Advocaten, directeuren, studenten. Daar moest ze iets mee, vond Van Vroonhoven. Het werd een boek dat deze week verscheen: De stap: Hoe mijn weg naar de top me naar het klaslokaal bracht. Daarin schrijft ze open en nauwgezet hoe tijdens een steeds succesvollere carrière als een van de weinige vrouwen in de top van het Nederlandse bedrijfsleven gaandeweg het besef doordringt dat ze iets anders wil. Iets wat veel directer invloed heeft op het leven van anderen.

Lees ook: ‘Waarom is een topfunctie de definitie van succes?’ – het NRC-interview in het jaar dat Van Vroonhoven aan de pabo begon

Duizenden reacties van mensen die ook zo’n stap overwegen. Hoe verklaart u dat?

„Het zet mensen aan het denken: je kunt dus zelfs op je vijftigste nog iets heel anders gaan doen. Ik merk dat veel mensen diep van binnen voelen dat onderwijs het belangrijkste is wat er is. Er kwamen trouwens ook veel mails van ouders van kinderen met een beperking. Zij zagen mijn stap als een erkenning: onze kinderen zijn belangrijk! En er waren veel leraren die zeiden: dit laat zien dat er iets is dat belangrijker is dan de top van het bedrijfsleven. Het klaslokaal.”

Door u is het lerarentekort binnenkort opgelost?

„Het zou heel aanmatigend zijn om dat te denken, haha. Ik denk wél dat alle geluiden in de media over de crisis in het onderwijs en over de lerarentekorten helpen. En het feit dat veel ouders door corona hebben gezien: goh, het is écht een vak, leraar zijn. Een móéilijk vak.”

Vindt u het moeilijk?

„Ja. Ontzettend leuk, maar moeilijk. Wat doe je als een kind helemaal blokkeert omdat rekenen niet lukt? Hoe krijg je het dan terug? Ik ben voortdurend op zoek naar de sleutel om een kind te laten bloeien. Ik heb gelukkig een duobaan met een heel ervaren juf – zij was jaren geleden al de juf van mijn zoon. Ze is zó ontspannen, daar leer ik ontzettend veel van. Ik moet echt nog veel leren. Ik roep steeds: ik ben een ervaren beginner.”

Dat lijkt me lastig als je gewend bent om ergens heel goed in te zijn. U was de baas van een groot bedrijf, u had een secretaresse, een auto met chauffeur, een salaris van meer dan twee ton...

„Alles om me heen was goed geregeld, ja.”

Veel leraren zeiden: dit laat zien dat er iets belangrijker is dan de top van het bedrijfsleven. Het klaslokaal

En u bepaalde wat andere mensen moesten doen.

„En nu ben ik jongste bediende en doe ik een heleboel dingen niet goed. Daar ben ik natuurlijk ook het meest bang voor geweest van tevoren. Kan ik dit wel? Wie ben ik nog als ik niet meer aan de top sta? We hebben onszelf zo verbonden aan ons werk, aan status. Je kunt zeggen: ik was leidinggevende en ik geef nu leiding aan een klas. De essentie is hetzelfde, maar er zijn natuurlijk grote verschillen. Je moet veel concreter en consequenter zijn. Kinderen voelen het onmiddellijk als je niet duidelijk bent. Dan ontstaat er geroezemoes, wanorde. Volwassenen hebben de neiging om politiek correct te zijn en nooit te zeggen wat ze echt vinden. Kinderen geven je meteen lik op stuk. De afgelopen twee jaar was ik stagiaire en mijn mentoren waren meestal vijftien jaar jonger, maar veel ervarener. Dat was soms even slikken. Al dacht ik vooral: wat leuk dat dit nog kán. En wat helpt: ik heb levenservaring waardoor ik niet meer huilend thuiskom als er iets misgaat. Ik denk nu: oké, morgen weer een dag. En ik heb niet de ambitie om… Ik wil gewoon een goede leraar worden, dát is mijn ambitie.”

U hoeft niet de beste leraar aller tijden te worden, of de baas van de school?

„Nee, mijn ambitie is nu echt: hoe geef ik een goede les? Hoe haal ik het beste uit een kind? Dat is al zó moeilijk! Ik heb bijvoorbeeld een kind in de klas dat niet praat. Hoe ga ik hem helpen om zich te uiten? Hoe ben ik voor hem een goede juf?”

In uw boek schrijft u dat ambitie en bewijsdrang altijd belangrijke drijfveren waren. Zijn die verdwenen?

„Ik ben kind van de jaren zeventig en opgegroeid in een periode waarin onderwijs de grote gelijkmaker werd en het allemaal ging om persoonlijke ontwikkeling: succes is een keuze! Dat is helemaal doorgeslagen naar een prestatiegerichte, individualistische maatschappij waarin we heilig zijn gaan geloven in de markt. Het zou pretentieus zijn als ik zou zeggen dat ik dat heb zien aankomen, maar gaandeweg kreeg ik er wel een ongemakkelijk gevoel bij. Toen ik mijn boek ging schrijven en oude dagboeken herlas, zag ik dat ik al tien jaar eerder had geschreven: ‘Misschien wil ik wel leraar worden’. Maar mijn drang om als vrouw in de top van het bedrijfsleven te komen was óók heel groot. Die streed steeds meer met mijn gevoel en idealen, wat nog eens extra werd gevoed door mijn eigen kind. Ik zag dat leraren zoveel invloed hadden op zijn ontwikkeling, terwijl er zo’n enorm lerarentekort is. Ik dacht: ieder kind verdient wat mijn kind heeft ervaren.”

Wat was dat?

„Heel hoge verwachtingen. En dan niet ten aanzien van de hoogste cito-score, maar ten aanzien van hém. Zijn docenten zeiden: jij bent de moeite waard en jij hebt iets toe te voegen. Kinderen met autisme voelen zich vaak anders dan anderen. Ze denken: ik begrijp anderen niet goed, ik doe langer over schoolwerk. Er ontstaat al heel jong faalangst. Die kinderen gaan tegen zichzelf zeggen dat ze het niet kunnen en niet de moeite waard zijn. Mijn zoon kreeg leerkrachten die niet zeiden ‘wat kan jij níet’ maar ‘wat kan jij wél’.”

Hoe gaat het nu met hem?

„Heel goed. Hij is 19 en studeert aan een hogeschool. Dat had ik twaalf jaar geleden niet durven dromen. Toen we net wisten dat hij autisme had… Ik schrok heel erg van die diagnose. Totdat ik erachter kwam dat ik naar hem keek met spiegelende brillenglazen en mijn idee van een gelukkig leven op hem projecteerde. Het interessante is: zijn leven ís anders, maar hij heeft zich enorm ontwikkeld. En dat komt voor een heel groot deel door zijn leraren.”

Van Vroonhoven staat drie dagen per week voor groep 6 en gebruikt de andere dagen om „invloed uit te oefenen en de wereld te veranderen op een iets grotere schaal”. Ze schrijft columns over haar ervaringen in de Volkskrant, is voorzitter van verschillende raden van toezicht en haar werd in 2019 door onderwijsminister Arie Slob gevraagd om zich als ‘onafhankelijk aanjager’ in het lerarentekort te verdiepen. Haar alarmerende rapport verscheen in juli 2020, waarna Slob beloofde om een ‘taskforce’ in te richten.

We zijn ruim een jaar verder en...

„... er is nog steeds geen taskforce. Het lerarentekort loopt alleen maar verder op.”

Lees ook: De coronamiljarden voor scholen vergroten het lerarentekort

Er is wel 8,5 miljard om de leerachterstanden door corona aan te pakken.

„Je kan er wel 8,5 miljard in plempen, maar daarmee los je het lerarentekort niet op. Je maakt het probleem alleen maar groter, omdat het geld binnen twee jaar op moet. Scholen proberen nu leraren bij andere scholen weg te kopen – dat gebeurde op mijn school ook. Het tekort aan leraren is een sluipmoordenaar. Maar kinderen kunnen niet voor zichzelf opkomen en leraren gaan gewoon nóg harder werken in nóg grotere klassen om de gaten te vullen. De vraag is echt: wanneer ontploft het onderwijs? Ik heb veel meer parallellen gezien tussen scholen en het bedrijfsleven dan ik ooit had verwacht. Op macroniveau zie ik in het onderwijs dezelfde dominantie van het neoliberale gedachtegoed. Ook hier gaat het om marktwerking, concurrentie en meetbaarheid van individuele prestaties.”

Waar merkt u dat aan?

„Het is ieder voor zich, omdat scholen worden gefinancierd op basis van het aantal leerlingen. Ik liep mijn eerste stage in het Laakkwartier, waar een lerarentekort is van 22 procent. Nog geen drie tramhaltes verderop kom je in de duurste wijk van Den Haag waar scholen daar totaal geen last van hebben. Terwijl júist kinderen in Laak goede leraren nodig hebben. Zij hebben thuis meestal geen ouders die helpen met huiswerk of bijles kunnen betalen. Werk dan samen, denk ik. Dat gebeurt nauwelijks. Er zijn, zeker nu die 8,5 miljard er is, heel veel partijen bijgekomen die een graantje mee willen pikken. Adviseurs, bijlesbureaus... We hebben een gemankeerd voetbalelftal gecreëerd met negen spelers en wat gepensioneerde handballers die in een prop- en propvol stadion staan waar allerlei mensen heel hard roepen hoe het anders moet, maar níet de keuze maken om zelf voor de klas te gaan staan. Dat is niet oké.”

Valt het tij te keren?

„Alleen als we stemmen op de juiste partijen.”

Welke?

„De partijen die zeggen dat er echt iets fundamenteels en structureels moet gebeuren, die ervoor zorgen dat de lerarensalarissen omhoog gaan, bijvoorbeeld. De linkse middenpartijen besteden daar in hun partijprogramma’s in elk geval meer aandacht aan dan de partijen aan de rechterkant.”

Een paar dagen na het interview komt er onverwacht tóch vijfhonderd miljoen extra om de salarissen van leraren in het basisonderwijs te verhogen. Mooi, appt Van Vroonhoven, „maar niet de panacee van alles”.

Er moet meer gebeuren om de dieper liggende oorzaken aan te pakken, zoals die betere samenwerking tussen alle partijen in het onderwijs. „Het lerarentekort is een veelkoppig monster. We moeten voorkomen dat er nu wordt gedacht: 8,5 miljard én hogere salarissen, klaar is Kees.”

Heeft u zelf politieke ambities?

„Nee. Ik wil gewoon een heel goede juf worden. En elke dag word ik er meer en meer in bevestigd dat dit een goede stap was.”

Geen spijt als u deze week uw eerste loonstrookje ziet?

„Haha, nee! Ik ben al twee jaar pabostudent en krijg straks voor het eerst weer een loonstrookje. Dus ik ben heel blij.”

Merel van Vroonhoven - De stap: Hoe mijn weg naar de top me naar het klaslokaal bracht. Ambo Anthos, 280 pagina’s, 21,99 euro