Opinie

In de wereldpolitiek is de EU als een ambitieuze stagiair

Europa moet lessen trekken uit de gekaapte Australische onderzeebootorder, schrijft Michel Kerres.

Michel Kerres

Het was een diplomatiek oproer zoals je het zelden ziet. Het komt niet snel voor dat een land zo in toorn ontsteekt tegen bevriende naties als Frankrijk naar aanleiding van de onderzeebootdeal die Australië sloot met de VS en het VK als onderdeel van een strategisch verbond, Aukus gedoopt.

Het was een „mes in de rug”, zei Jean-Yves Le Drian, de Franse minister van Buitenlandse Zaken, omdat Parijs dacht al een deal met Australië te hebben. Frankrijk trok ambassadeurs uit Washington en Canberra terug, maar de gezant in het VK mocht blijven. Londen was niet belangrijk genoeg om te straffen.

Parijs riep ook de hulp in van Brussel. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en Raadsvoorzitter Charles Michel spraken in New York in de marge van de VN-jaarvergadering openlijk schande van de deal.

Emmanuel Macron liet de diplomatieke stoottroepen hun werk doen om na een paar dagen met Biden te bellen. President to president. Vriendelijke verklaring na afloop. Franse ambassadeur terug. Ergste kou uit de lucht.

De Fransen zijn niet wars van politiek theater, maar je kon je niet aan de indruk onttrekken dat Parijs ook echt boos was.

Het ging om veel geld – tientallen miljarden - voor een wapenindustrie die het moet hebben van de export. Maar geld was niet het enige. De Fransen waren beledigd dat Australië in het geniep met een concurrent had onderhandeld. En het steekt dat die andere Europese militaire middelmacht, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk aftroefde. Brexit heeft de oude rivaliteit tussen de twee aangewakkerd en nu hing Boris Johnson de gebraden haan uit. In Washington stak de Britse premier de draak met de Franse woede: „Het is tijd dat onze dierbare vrienden prenez un grip en donnez-moi un break.”

Behalve eergevoel en geld is er nog iets in het geding. Het gaat om de machtsconstellatie in de Indo-Pacific, het geopolitiek strijdtoneel van de komende jaren. Frankrijk heeft in de regio grondgebied (overzeese departementen), 1,6 miljoen onderdanen, een grote economische zone en 7.000 militairen. Frankrijk ziet zichzelf dan ook als een Indo-Pacific Power. In het Franse beleid speelde een alliantie met Australië een belangrijke rol.

De bemoeienis van de EU met de Indo-Pacific staat daarentegen nog in de kinderschoenen: uitgerekend op de dag dat de onderzeebootdeal wereldkundig werd, ontvouwde de EU in Brussel zijn strategie voor de regio. Het was op een pijnlijke manier symbolisch dat niemand toen oog had voor het werk van de EU-Buitenlandchef Josep Borrell en de zijnen.

In de wereldpolitiek heeft de EU de status van een ambitieuze stagiair. Als je verwikkeld bent in een confrontatie met supermacht China en je kunt voor bescherming kiezen tussen Frankrijk/EU enerzijds en VS/VK anderzijds, wat zou je doen? In de Australische keuze voor het Engelstalige kamp schuilt de ware pijn, voor Frankrijk en voor de EU.

Biden is er niet op uit de EU te verzwakken, zoals zijn voorganger, maar hij gaat wel zijn eigen gang. Europese irritaties zijn niet meer dan collateral damage in het grotere gevecht tegen China. Het gaat in Washington niet meer om Europa, het gaat om de Indo-Pacific.

Europa kan op den duur alleen meekomen als het een eigen defensie opbouwt (kostbaar) en in het buitenland met één stem leert spreken (vrijwel ondoenlijk). Totdat het zover is, blijft Europa aangewezen op de Atlantische band. Tegelijk is het van Biden niet slim om Frankrijk, dat belangen heeft in de Indo-Pacific, te bruskeren. Een anti-Chinees front mét Frankrijk is sterker dan zonder.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.