Hoe het minzame mondje uit de portretkunst verdween

Portretkunst Wie alle honderd portretten van de tentoonstelling Icons bekijkt, ziet dat de mond de afgelopen eeuwen sterk is ontwikkeld – van het kleine mondje van Elizabeth tot de dikke lippen van Mick Jagger – maar dat een dichte mond de standaard is gebleven.

Natasja Kensmil, Albertine Agnes, Princess of Orange, Countess of Nassau (1634-1696),
Natasja Kensmil, Albertine Agnes, Princess of Orange, Countess of Nassau (1634-1696), Collectie Fries Museum

Koningin Elizabeth heeft een fascinerende mond. Tenminste, op het holografische portret dat de Canadese kunstenaar Chris Levine in 2012 van haar maakte. Links – voor de kijker rechts – krult de mondhoek iets meer dan rechts, is de lachvouw iets dieper. Terwijl je als kijker voor het portret staat en het 3D-portret vanuit verschillende invalshoeken probeert te bekijken, vraag je je af: zou ze vaak stiekem achter haar hand schateren terwijl ze de rest van haar gezicht zoveel mogelijk in de plooi houdt, of is het een minzame grimas die soms aan één kant per ongeluk omhoog floept?

Koningin Elizabeth door Chris Levine National Portrait Gallery London

Het is in ieder geval een 3D-portret waar je eindeloos voor blijft staan in het Fries Museum, waar de reizende tentoonstelling Icons and Identities te zien is, grotendeels gebaseerd op de collectie van de National Portrait Gallery (Londen). Ruim honderd werken nemen je mee in de portretkunst van 1505 (koning Hendrik VII) tot 2021 (prinses Albertine Agnes op een portret dat Natasja Kensmil maakte), van een portret van Shakespeare (rond 1600) tot Dame Vivienne Westwood (uit 2012).

Dichte mond is standaard

Wie alle honderd portretten bekijkt, ziet dat de mond de afgelopen eeuwen weliswaar sterk is ontwikkeld, maar dat een dichte mond de standaard is gebleven. Terwijl steeds meer stemmen golden en de opengetrokken scheur in de politiek zelfs de norm is geworden, geldt nog steeds: wie herinnerd wil blijven, drukt zijn of haar lippen op elkaar.

Het Feniks Portret van koningin Elizabeth I (1575) door Nicolas Hilliard National Portrait Gallery London

Neem Het Feniks Portret van koningin Elizabeth I (1533-1603) uit 1575 door Nicolas Hilliard. In de rijk versierde jurk met een vette steen in het midden is op een kraag een wit hoofd neergezet van de vorstin. Terwijl op de wespentaille na alles groot is aan deze vrouw – schouders, handen, voorhoofd, oog-irissen en lange neus – valt op dat haar mond minuscuul is. Dat haar hand er groot op staat, is begrijpelijk. In haar tijd gold ze eerder als „bevallig dan knap”, zoals een Venetiaanse ambassadeur in die tijd opmerkte, maar werd ze geprezen om haar mooie handen met lange dunne vingers en verzorgde nagels. De samengeknepen mond geeft aan: met mij valt niet te spotten.

Dunne lippen

Iets vergelijkbaars straalt het portret van haar vader uit, Koning Hendrik VIII (1491-1547). Ook bij hem is alles groot – begrijpelijk voor wie bedenkt dat de man zo dik was dat hij omhoog getakeld moest worden – behalve de mond. Net als bij zijn dochter ligt dat vooral aan de bovenlip, die weliswaar wat breder is dan de onderlip, maar vooral veel dunner.

Amy Winehouse (2011) door Marlene Dumas National Portrait Gallery

En zo zijn er talloze portretten van mannen en vrouwen met dunne lipjes. Willem, prins van Oranje (1650-1702), heeft weliswaar rode lippen alsof er lippenstift op zit, maar een heel smal mondje. Iedereen van het gezin van Arthur Capel (vader, moeder en vijf van hun negen kinderen) heeft op een portret uit 1640 een pruilmondje onder een lange neus. Op het schilderij kun je zien dat het gezin niets tekortkwam en toch kijken ze zuinig. Dat vader Capel en de oudste zoon onder weinig prettige omstandigheden vermoord zouden worden vanwege hun politieke keuzes, kon de reden niet zijn: de strafvoltrekking was ruim na de voltooiing van het portret.

We zijn onze mond

De mond kan bedreigend zijn: door te schuimbekken of vuil te spuwen. De mond is bovendien het startpunt van de spijsvertering. De romantiek wil dat het oog de spiegel tot de ziel is, maar het is de mond die werkelijk uitdrukking geeft aan opgewektheid, verliefdheid, verdriet of gekwetstheid. En de mond is ook het begin van beïnvloeding en gevaarlijke meningen. We verraden ons door wat we zeggen, men is wat men eet – wij zijn onze mond.

Mary Seacole (1869) door Albert Charles Callen National Portrait Gallery London

Misschien verklaart dat dat monden op veel oude portretten klein en minzaam zijn, in al die gezichten met opvallend weinig levensvouwen eromheen. Waar kleuren, kleding en sieraden symbool stonden voor de machtsverhoudingen, doen de portretten er het zwijgen toe. Een kleine mond als teken van beschaving, geremdheid en controle.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen: zowel de mond op het portret van de Britse admiraal Horatio Nelson (1758-1805) als zijn geliefde Emma Hamilton (1765-1815) mag er zijn. Die van hem is een beetje vierkant om zijn ijdelheid en bazigheid uit te drukken, die van haar woest aantrekkelijk, ietwat geopend. Hamiltons portret is gemaakt door George Romney in 1785, in de tijd dat hij volledig door haar was geobsedeerd. Ze kijkt pienter op het portret, en je vraagt je af of ze iets wil gaan zeggen of dat haar enigszins geopende mond voor verleiding staat. Het kan allebei. Zelf zei ze in 1791 dat ze iemand was die de wereld (lees: Engeland) „wilde laten zien dat een mooie vrouw geen leeghoofd hoeft te zijn”. Het liet onverlet dat ze twee jaar na de dood van admiraal Nelson bankroet was en uiteindelijk berooid op straat stierf.

Ayuba Suleiman Diallo (1733) door William Hoare National Portrait Gallery London

De mond wordt pas echt prominenter op het moment dat emotie meer ruimte krijgt, en de fotografie natuurlijk haar steentje bijdraagt. Een mooi voorbeeld is zanger Harry Belafonte (1927). Hij werd in 1954 melancholiek gefotografeerd door Dorothy Wilding. Hij staat aan de vooravond van zijn succes, maar je ziet het er niet aan af. Zelf beschrijft Belafonte zich in deze periode als zoekende: „Ik was nog steeds in verwarring over mijn raciale achtergrond. Ik was zwart, inderdaad, maar West-Indisch, trad op voor een wit publiek – een culturele hybride.” Even melancholiek met een even mooie mond is Anna May Wong (1905-1961), die in de jaren twintig de enige vrouwelijke Hollywoodster van Chinese afkomst was. Ze verliet de Amerikaanse filmwereld omdat ze er genoeg van had dat de „Chinees op het filmdoek bijna altijd een schurk is, moordlustig en onbetrouwbaar”.

Luidruchtige monden

Beiden kijken treurig en melancholiek, maar een brede mond is niet voorbehouden aan een bespiegelend karakter. Prominenter zijn de luidruchtige monden op een foto van de Beatles (Norman Parkinson, 1963). Terwijl ze alle vier loensend in de camera kijken, hebben ze stuk voor een stuk een wat onnozele lach om de lippen. Totaal niet majesteitelijk, zoals de Britten een paar eeuwen eerder op al die portretten hadden, wel meer een mond waarbij je je kan voorstellen dat je niet zozeer heimelijke aanbidders of hielenlikkers om je heen hebt, maar gillende tieners die een idool in je zien.

De volgende stap: de man als pin-up, zo beschreef schrijver Francis Wyndham toen hij David Bailey’s foto van Sir Mick Jagger zag. Met dikke lippen iets uit elkaar kijkt hij met zijn bontmutsje om het hoofd de toeschouwer verleidelijk aan.

Naïeve lach

Verleidelijk lachen blijkt ingewikkeld. Het is niet voor niets dat modellen meestal chagrijnig kijken. Wie de mond stijf op elkaar heeft, lijkt bovendien intelligenter; wie lacht is naïef en een open mond staat voor domheid. Het beste bewijs daarvan in het Fries Museum is de foto van Rowan Atkinson. Koos Breukel legde hem in 1993 vast. Anders dan bij de gebruikelijke portretten is de foto van onderop genomen. Waar grote, lange neuzen in vroeger tijden de standaard waren om een adellijk type neer te zetten, krijgt de grote neus op deze foto een nieuwe dimensie: de kijker wordt getrakteerd op een blik in de enorme neusgaten van Atkinson. Om de niet al te snuggere Mr. Bean een nog dommere uitstraling te geven hangt de mond wat open.

Naomi Campbell (1987) gefotografeerd door Patrick Demarchelier National Portrait Gallery London

De mond mag op portretten en foto’s doorgaans dicht zijn, er is in het Fries Museum één uitzondering van een open mond die ook nog eens mooi is: van het lachende fotomodel Naomi Campbell (1970) die in 1987 werd genomen door Patrick Demarchelier. Maar het is echt een uitzondering. De lippen hoeven niet meer zo stevig op elkaar als vroeger, maar wie een portret wil laten maken, kan nog steeds het best zijn mond dichthouden.