Eindelijk, het mag weer - het amateurvoetbal is terug

Amateurvoetbal Amateurvoetbal start weer dit weekend. Corona laat sporen na.

Trainer Leon Munsters, voetballers Salena Ahaddouch en Paul de Weerd.
Trainer Leon Munsters, voetballers Salena Ahaddouch en Paul de Weerd. Foto’s Dieuwertje Bravenboer

Trainen kon al langer, de meeste spelers hebben een paar wedstrijdjes voor de beker in de benen. Maar dit weekend gaat het echt beginnen. Na anderhalf jaar waarin het amateurvoetbal op een korte onderbreking na vrijwel volledig stil heeft gelegen vanwege corona, beginnen zaterdag en zondag in totaal ruim 60.000 teams bij een kleine 3.000 verenigingen in heel Nederland aan een nieuw competitieseizoen.

Helemaal vanouds gaat dat nog niet. De ‘anderhalve meter’ geldt weliswaar niet meer, daar zijn coronaregels voor de horeca voor in de plaats gekomen. Die zijn in licht aangepaste vorm óók van toepassing op sportkantines. Dat betekent: kantines opsplitsen in afhaalzones voor iedereen – buiten nuttigen – en zitgedeeltes voor gevaccineerden. En vooral: QR-codes checken.

Niemand is er blij mee. Clubs vrezen vervelende discussies tussen ongevaccineerde leden of bezoekers en vrijwilligers die de controles doen. Sommige verenigingen overwegen professionele beveiligers in te huren, ondanks de kosten. Zoals DCV uit Krimpen aan den IJssel, dat volgens voorzitter Michel Bourguignon binnenkort een aantal beladen streekderby’s speelt. Maar zin om weer te voetballen wint het in de regel van bezwaren tegen de maatregelen. „Wij gaan met afzetlinten aan de slag en checken aan gewoon aan de deur”, zegt Bourguignon.

De gevreesde kaalslag onder amateurverenigingen is tijdens de coronaperiode uitgebleven. Volgens voetbalbond KNVB is geen enkele club failliet gegaan, dankzij steun van de overheid, sponsorinkomsten, clubacties en vooral contributie. Wel hebben veel verenigingen verder ingeteerd op hun reserves. Clubs die toch al krap bij kas zaten, verkeren nu in zwaar weer.

Naast financiële tekorten hebben amateurverenigingen vooral last van een schreeuwend gebrek aan vrijwilligers. DCV uit Krimpen kan er zo nog dertig gebruiken, zegt Monica Snoei, die zelf al jaren actief is binnen de club. „Tijdens de pandemie zijn mensen andere dingen gaan doen”, zegt ze.

Verder laat corona vooral emotionele sporen na binnen de clubs, blijkt uit de verhalen van leden door het hele land. En iedereen is dolblij dat ze na anderhalf jaar ein–de–lijk weer mogen.

Paul de Weerd (62)
‘We hebben een nieuwe fietsenstalling gemaakt’

Paul de Weerd. Foto Dieuwertje Bravenboer

 

Paul de Weerd (62) speelt in het veteranenteam van V.V. Heerde.

„Corona heeft er flink ingehakt in het dorp – en ook op de club. Twee seniorenteams zijn ermee opgehouden. Gelukkig konden we een paar spelers overnemen, want ik was bang dat ons team ook uit elkaar zou vallen. We zagen elkaar niet, mensen gingen andere dingen doen. We hebben wel een groepsapp, maar ook dat verwaterde tijdens corona.

„Voor mij viel er de voorbije anderhalf jaar veel weg. Ik loop hier al vanaf mijn zesde rond, ben iedere donderdagavond op de club. Vroeger installeerde ik telefoonaansluitingen voor KPN, maar ik zit al een paar jaar thuis. Sindsdien verzorg ik onder meer het kunstgrasveld. Korrels goed leggen, dat doe ik één dag in de week. Als onderhoudsploeg zijn we gelukkig wel doorgegaan tijdens de lockdown. Er is altijd wat te doen. We hebben een nieuwe fietsenstalling gemaakt. Likje verf hier, likje verf daar.

„Vorige week speelden we voor de beker en zijn we een minuut stil geweest voor Harry, onze teamgenoot. Hij overleed een klein jaar geleden aan ALS, dit was het eerste moment dat we hem konden herdenken. Zijn zoon deed de aftrap, in de 23ste minuut zongen we You’ll never walk alone en hebben we voor Harry geapplaudisseerd. 23 was zijn nummer.

„Zondag spelen we uit, tegen Real Dronten. Ik vind het geweldig dat het weer gaat beginnen. Ooit was ik spits in het eerste elftal, in de loop der jaren ben ik steeds verder naar achteren gegaan. Nu speel ik rechtsback. Zo lang ik nog iets voor het team kan betekenen, ga ik door.”

Salena Ahaddouch (11)
‘Ik heb in de tuin gevoetbald met mijn broertje’

Salena Ahaddouch. Foto Dieuwertje Bravenboer

 

Salena Ahaddouch (11) speelt bij Atlético Club Amsterdam.

„Deze zaterdagochtend rij ik met mijn moeder naar Nieuw-Vennep. Daar spelen we tegen de Jongens Onder-14 van FC VVC. Ik zit in een meidenteam van Atlético Club Amsterdam, we spelen dit seizoen voor het eerst in een competitie met jongens.

„Ik heb er ontzettend veel zin in. De afgelopen tijd mochten we vaak alleen trainen. Of we mochten helemaal niet voetballen, die maanden waren helemaal saai. Voetballen is het enige dat ik echt leuk vind. Ik heb wel wat hardgelopen en in de tuin gevoetbald met mijn broertje. Zo heb ik mijn conditie bijgehouden.

„Verder ben ik vooral met school bezig. Ik zit in de eerste klas van een middelbare school in Amsterdam-Noord. Een paar juffen en klasgenootjes hebben corona gehad, maar niemand die ik ken is ernstig ziek geworden.

„Als ik thuis speel, sta ik vroeg op, eet wat, kleed me om, was mijn gezicht en ga met mijn vader mee naar de club. Die is in Nieuw-West, daar woonden we vroeger. Mijn vader is de voorzitter en ik speel er al sinds mijn zesde, dus ik ken iedereen. De meeste zaterdagen blijf ik de hele dag op de club, dan kijken we samen naar andere teams. Of ik ga nog met mijn zus mee naar haar wedstrijd, zij speelt in de Meiden Onder-17.”

Leon Munsters (57)
‘Twee clubiconen zijn ons ontvallen’

Leon Munsters. Foto Dieuwertje Bravenboer

 

Leon Munsters (57) is trainer van Dames 1 bij RKVV Erp.

„Er heerste de afgelopen tijd een rouwstemming op de club. Twee clubiconen zijn kort na elkaar overleden aan corona. Een van hen stak zijn vrouw aan, zij heeft het ook niet gered. En Cees, met wie ik de dames trainde, is er ook niet meer. Hij was ziek, kanker, en stierf vorige zomer na een eenvoudige ingreep in het ziekenhuis.

„Cees kwam uit Veghel, is toen getrouwd met een vrouw uit Erp en hier komen spelen. In het eerste. Daarna heeft hij allerlei teams getraind en begeleid. En nu al heel lang de meiden. Hij was 75, hij wás de club.

„Dit seizoen moet ik het dus zonder Cees doen. Dat voelt leeg. Meiden zijn meiden. Ze nemen me snel op in de groep, maar bij beslissingen die ik neem had ik toch graag overleg gehad met Cees.

„Afgelopen seizoen hebben we drie wedstrijden gespeeld. Daar was de familie van Cees ook bij. De meiden zaten helemaal stuk, maar ze hebben er veel energie uitgeput. Het lijkt nu wel of het andere spelers zijn, door het plotselinge overlijden van Cees hebben ze afgesproken extra hun best te doen, misschien zelfs kampioen te worden. Een week of vier geleden zijn we begonnen met de voorbereiding: één keer in de week veldtraining, plus bootcampjes in de sportschool. We spelen zesde klasse, het allerlaagste niveau.

„Iedereen op de club is dolblij dat we weer mogen. Ik ook. De zondagen vulde ik met andere dingen, nutteloze dingen als ik eraan terugdenk. Voetbal kijken bijvoorbeeld.”

Hans Rutte (60)
‘Iedereen besefte: contributie is onze lifeline’

Hans Rutte. Foto Dieuwertje Bravenboer

 

Hans Rutte (60) is voorzitter van Onze Gezellen in Haarlem.

„Onze vereniging is de coronaperiode relatief goed doorgekomen. Er zijn geen slachtoffers gevallen bij ‘OG’ en ons ledenaantal is vrijwel gelijk gebleven. Ook financieel viel de schade heel erg mee. We zijn in de gelukkige omstandigheid dat de gemeente Haarlem een aanzienlijk deel van de veldhuur heeft kwijtgescholden en ook komend seizoen neemt ze een deel voor haar rekening. Daarnaast hebben we 7.500 euro opgehaald met een loterij, sponsoren zijn ons blijven steunen en leden hebben vrijwel allemaal hun contributie betaald. Iedereen realiseerde zich dat contributie de lifeline is voor de club.

„Toch is de coronaperiode ook voor onze vereniging zwaar geweest. De eerste maanden mocht er helemaal niets. Later kon de jeugd trainen en onderlinge wedstrijdjes spelen, volwassenen alleen trainen op anderhalve meter. Toen kwam de volgende lockdown en ging de club weer dicht. Dat heeft enorme impact, sportief en sociaal.

„Wij hebben nu vooral heel veel vrijwilligers nodig, voor de kantine en het schoonmaken van kleedkamers bijvoorbeeld. De afgelopen anderhalf jaar hoefde dat bijna niet. Mensen zijn gewend geraakt aan zaterdagen zonder voetbal. Nu proberen we ze weer te activeren. We hebben een cadeautje thuis gebracht. En af en toe met ze gebeld, vooral met de vrijwilligers die al wat ouder zijn.

„Voor mij persoonlijk heeft corona ook veel veranderd. Ik werkte altijd in sales en marketing, toen de pandemie uitbrak zat ik even zonder baan. Door het virus zag ik mijn kansen op een nieuwe klus – ik ben 60 – verdampen.

Begin dit jaar was ik het zat om thuis te zitten en heb ik gereageerd op een vacature van Albert Heijn. Ze belden direct terug: je bent van harte welkom, ook al was je 80 geweest. Sindsdien breng ik boodschappen rond. Hartstikke leuk!”