Een gedecideerde klap

Instrument De verhouding muzikant - instrument is precair. onderzoekt hoe dat voelt. Deze week: John Engels over zijn drumkit.

De papier-maché versieringen in groen, geel, oranje en bruin zijn wat verkleurd. Geen enkel drumstel heeft zo’n patroon. Een vriendin van drummer John Engels (86) maakte het begin jaren 90 voor hem. Op de bassdrum staan zijn initialen in dezelfde kleuren, in een Prince-achtig symbool. Het is eigenlijk al best veel poespas voor Engels. Hij houdt zijn drumstel klein en sober: bas, snare, twee toms en een paar cymbalen. Laatst zat hij nog achter zo’n grote rock-opstelling, leuk hoor, maar niet per se nodig. „Je kunt alles laten klinken.”

Ooit begon Engels met een zelfgemaakte bassdrum van een grote ton. Zijn vader, een uitstekende drummer, wilde niet dat hij in zijn voetsporen trad, maar ja, John raakte verslingerd aan jazz. Zijn carrière beslaat al bijna zeven decennia. Hij speelde met Stan Getz, Ray Brown, talloze anderen. Hoogtepunt: een internationale tour met Chet Baker. Met „die vogel” praatte hij niet eens zo veel, maar op het podium spraken zijn drums. Engels zelf kwam in een andere dimensie waar alles vanzelf ging.

Zo’n vijftig jaar geleden vroeg hij het merk Sonor specifiek om kleine drums, het werd een levenslange reclame-deal. Deze drumkit klinkt inmiddels op talloze platen. Maar hoe bescheiden ook, in zijn huis is er geen plek voor. Dat staat vol met losse trommels, bekkens, stokken, lp’s, video’s, cassettebandjes. In de tuin liggen nog wat instrumenten te roesten onder zeilen. En dan heeft hij onlangs nog van alles geveild.

Foto Andreas Terlaak

Voor het gesprek en de foto heeft hij zijn drumstel dus maar op het balkon opgebouwd. De vellen zijn van Remo. Hij aait er met zijn brushes over, maar is niet tevreden. „Deze zijn net nieuw en goed ruw, maar ik moet er nog op springen.” Dat doet hij altijd met nieuwe skins. Om ze op te rekken springt hij ’s avonds een paar keer op de vellen.

De opstelling is door de jaren bijna niet veranderd, er zijn alleen wat cymbalen bijgekomen. „Daarmee kleur je het geluid.” Hij wisselt ze regelmatig. Een van de cymbalen heeft een hap eruit en een gerepareerde barst. Iemand gaf het aan hem, want kapot. Voor hem kleurde die precies goed bij de rest.

Bij het opstellen op het balkon laat een rubbertje van het voetpedaal los en hij vervangt een stukje tape, maar verder is de oude drumkit opmerkelijk weinig beschadigd. Wel zaagde hij de spanschroeven van zijn bassdrum af zodat die beter de hoes past. Een groot deel van het muzikantenbestaan gaat over slepen met spullen, misschien dat hij daarom steeds naar kleiner verlangt. Hij wil naar de Sonor-fabriek om ze te vragen iets te maken van één laag hout. Hij pakt de snaredrum. „Hier, moet je voelen. Zes lagen hout. Veel te zwaar joh.”

Zijn hi-hat sluit bewust niet goed, voor een subtieler geluid. Hij speelt vaak met de rechterstok achterstevoren, legt hem op de rand van de snare, waarbij zijn hand het geluid verandert. Tsjek. Een gedecideerde klap. Niet hard, wel fel. En dan inkleuren met de cymbalen. „Ik drum liedjes. Voor mij is het een melodie-instrument.”