De zelfkant, dat was de standplaats van deze ambassadeur (1948-2021)

De laatste bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Ambassadeur Hans Blankenberg (1948-2021) was van het onconventionele slag, waar ook ter wereld.

Hans Blankenberg rond 1990 op vakantie in Duitsland.
Hans Blankenberg rond 1990 op vakantie in Duitsland. Foto privécollectie

Typisch Hans, zeiden collega’s toen zij de foto zagen. Hans Blankenberg, op het moment van het maken van de foto in 2008 ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden in Afghanistan, vloog mee in een C-130 vrachtvliegtuig van de luchtmacht boven dat land. Hij was verdiept in een boek, en uit beide oren stak een filtersigaret. Een bizar tafereel. Als Defensie geen oordoppen verstrekt moet het maar op deze manier, verklaarde hij later. Alles kwam in dat ene beeld samen: praktisch, onconventioneel, provocerend, humoristisch, theatraal. Kortom: typisch Hans, de man die een keer tijdens de jaarlijkse Koninginnedag-receptie zijn gasten in vier talen het wezen van Nederland uitlegde aan de hand van een hilarisch verhaal over de kaasschaaf.

De ‘jungleboot-diplomaat’ overleed, 72 jaar oud, op 7 augustus aan longkanker. Hij had zoals dat heet, een ‘geleefd leven’ achter de rug. Veel roken, veel drinken. Matigheid was een woord dat in zijn vocabulaire niet voorkwam. Altijd aan het werk als anderen al lang naar huis waren, altijd als laatste weg als er feestjes waren, altijd alles gelezen hebbend, altijd tot het uiterste willen gaan voor minder bedeelden, altijd onder vrienden tot het einde discussiërend totdat zij overtuigd waren.

Niet dat het laatste hem in alle gevallen lukte. Als lid van de Senaat van het Utrechtse Studentencorps voerde hij in de jaren zeventig tevergeefs strijd om vrouwen toe te laten tot de vereniging. Voordeel was wel dat mede daardoor de traditionele travestievoorstelling tijdens lustrumvieringen met een hoofdrol voor Hans Blankenberg in stand bleef. Want dat was hij ook: amateurartiest, amateurdichter, amateurschilder. De door hem zelf gemaakte nieuwjaarskaarten waren collector’s items.

Hij kon zo uit zijn laarzen stappen om daarna in een krijtstreeppak de salons binnen te komen

Zijn diplomatieke leven speelde zich af in de minder welvarende delen van de wereld: Latijns-Amerika, Azië, Afrika. „Een post in Kopenhagen was aan hem niet besteed”, zegt zijn jongere broer Huub. „Een ware fragiele statenbedwinger”, noemde collega en vriend Bert van Geel hem in een in memoriam. „Er is geen staat zo fragiel of Hans wist er de weg. Er is geen bierkaai of Hans heeft ertegen gevochten. Met groot gevoel voor de zelfkant, mogen we wel stellen.”

Betrokkenheid bij de zelfkant, in allerlei vormen. Iedereen noemt die eigenschap. Straatjeugd gaf hij – autodidact – in de weekenden tekenles. Na zijn pensioen was hij vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk.

Blankenberg tijdens een Koninginnedagreceptie in Addis Abeba (Ethiopië), in 2013, zijn laatste jaar als ambassadeur.

Foto privécollectie

De standplaatsenlijst van Blankenberg bevat landen als Nicaragua, Costa Rica, Rwanda, Afghanistan, Libië, Ethiopië. „Allemaal landen waar de deftige diplomaten liever niet kwamen”, aldus broer Huub. Hans’ wereld was de derde wereld. Zo was hij ook in 1974 begonnen in Den Haag: bij ontwikkelingssamenwerking waar de bevlogen Jan Pronk toen minister was. Daar hield hij zich bezig met noodhulp. Jos van Gennip, destijds plaatsvervangend directeur-generaal internationale samenwerking herinnert zich een „impulsieve” beleidsmedewerker die het geen probleem vond door bestaande ambtelijke structuren en gewoontes heen te breken. Dat was een mentaliteit die nodig was bij snelle hulp bij rampen. „Met zijn onorthodoxe methoden kwam hij heel ver”, zegt Van Gennip.

Midden jaren negentig werd het onderscheid tussen Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking opgeheven, en moesten diplomaten overal inzetbaar zijn. Ontschotting was het toverwoord. Blankenberg was hét voorbeeld van de gewenste positieve kruisbestuiving. Van Gennip: „Hij kon zo uit zijn laarzen stappen om daarna in een krijtstreeppak de salons binnen te komen.”

Onconventioneel optreden was zijn kracht, zeggen mensen die hem hebben meegemaakt. En dat daarbij de randen werden opgezocht, het moest maar. Zo had hij in Midden-Amerika zijn ‘discrete projecten’ waarbij hulpgeld onder de rokken van nonnen werd doorgesluisd naar mensen in gebieden die met Amerikaanse steun waren afgegrendeld van de buitenwereld. Er zouden zich misschien guerrillastrijders ophouden. Maar mensen konden niet worden uitgehongerd en dus werd het aan Blankenberg gelaten een oplossing te verzinnen om hen te bereiken.

Schilderij (1 bij 3 meter) van de hand van Hans Blankenberg zelf, daterend uit de jaren tachtig. Hij heeft zichzelf geportretteerd, en links is zijn toenmalige vrouw te zien. Foto privécollectie, beeld Hans Blankenberg

Onconventioneel was ook de manier waarop Blankenberg kort na de genocide in Rwanda in contact probeerde te komen met de nieuwe machthebbers, vertelt toenmalige ambassademedewerker Francesco Mascini. „Hans beschikte over een ijzeren drankvoorraad, in een land waar niets was te krijgen. Hij nodigde de leiders regelmatig bij hem thuis uit voor de borrel. Hij was daardoor één van de best geïnformeerde ambassadeurs.”

Zijn onconventionele optreden schuurde weleens met de interne procedures en boekhoudregels van Buitenlandse Zaken. Maar hij zorgde ervoor loyaal te zijn aan het departement. Hij klaagde niet openlijk over ‘Den Haag’. Behalve dan die keer in 2010 toen minister Uri Rosenthal (VVD) diplomatie in een interview met De Volkskrant omschreef als „rustiek tijdverdrijf” waar een eind aan moest komen. „Toen is hij ontploft. Dat heeft hem enorm verwond”, zegt vriend Reyer Ottow.