Opinie

De breuk in het Westen

Geopolitiek Europa moet blijven streven naar een zelfstandige geopolitieke positie. Zelfs nu de Britten opnieuw voor de Amerikanen kiezen, schrijft . Door Aukus raakt ‘strategische autonomie’ voor Europa verder uit zicht.
Foto Thomas McDonald / British Ministry of Defence / EPA

Twee dagen voor de geallieerde landingen in Normandië in juni, 1944, kreeg Charles de Gaulle het aan de stok met de Britse premier Winston Churchill. Generaal De Gaulle eiste het toekomstige leiderschap over het bevrijde Frankrijk voor zichzelf op. Voor de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt was De Gaulle niet meer dan een lastige blaaskaak. Hij zou nooit instemmen met een dergelijke eis. Churchill, die wel waardering had voor de theatrale grandeur van De Gaulle, stond aan de kant van de Amerikaanse president. Als hij moest kiezen tussen De Gaulle en Roosevelt, zei Churchill, dan zou hij altijd kiezen voor Roosevelt.

Dit was in 1944 een volkomen begrijpelijke houding. Europa leefde nog onder Duitse bezetting. De Vrije Fransen onder De Gaulle hadden weinig meer dan symbolische waarde. En Groot-Brittannië was met de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie een van de drie grote geallieerde mogendheden. Toch zou het Verenigd Koninkrijk later een hoge prijs betalen voor de haast slaafse loyaliteit aan de VS die voor de Britten vanzelfsprekend was – met enige uitzonderingen, zoals de Suez-crisis in 1956.

Nog steeds in de roes van de overwinning , sloeg het VK na de oorlog de ene kans na de andere af om vorm te geven aan de nieuw opgerichte Europese instellingen. Toen de toenmalige premier, Harold Macmillan in de jaren zestig besloot dat het VK alleen binnen de Europese Economische Gemeenschap (EEG) nog iets zou kunnen betekenen, was het te laat. De Gaulle weigerde in 1963 (en later ook in 1967) om de Britten toe te laten.

De Gaulle was Churchills woorden in 1944 niet vergeten. Hij zag het VK als een paard van Troje dat alleen kon leiden tot Amerikaanse overheersing in Europa. Frankrijk was in zijn ogen de natuurlijke Europese leider. Aangezien de meeste Europeanen hun buik vol hadden van Duitse Führung, werd deze constructie min of meer algemeen aanvaard.

Pas in 1973 werd het VK lid van de EEG. Toch bleven Britse premiers, met uitzondering van Edward Heath in de jaren zeventig, zich vastklampen aan de zogenaamde Special Relationship met de VS – ‘special’ dan voornamelijk voor Londen. De verhouding kwam neer op gedeelde nucleaire geheimen, samenwerking van inlichtingendiensten, en militaire coöperatie. De Britten hoopten dat hun land hierdoor een leidende rol kon blijven spelen, lang nadat de zon over hun Empire was ondergegaan.

Allianties in de Indo-Pacific

En ook nu heeft het VK weer eens gekozen voor de VS, in een nieuw defensiepact met Australië en Amerika, Aukus. De Australische afspraak met Frankrijk om Franse duikboten te kopen ging op de schop, en dit zonder de Fransen van tevoren te waarschuwen. Australië koos voor Brits-Amerikaanse duikboten met atoomaandrijving. Franse ambassadeurs werden teruggeroepen uit Washington (een daad die inmiddels weer is rechtgezet) en Canberra – maar als een teken van minachting niet uit Londen; het VK werd niet voldoende serieus genomen.

Australië had wellicht goede redenen om de Brits-Amerikaanse duikboten te verkiezen. Misschien is het ook best zinnig om Amerikaanse allianties in de Indo-Pacific te versterken, niet alleen met Australië, maar ook met India en Japan. Wat de Britten daar precies te zoeken hebben, behalve om het imago van ‘Global Britain’ op te poetsen, is niet meteen duidelijk. Voor Frankrijk, met zijn koloniale eilanden en 1,5 miljoen Franse burgers, staat iets meer op het spel.

Maar het gaat Aukus om meer dan de handel in duikboten. President Joe Biden vindt het nodig om de groeiende dominantie van China in Azië te beteugelen met een vertoon van militaire macht. Hiervoor heeft hij de steun van bondgenoten nodig. Dit gaat stroef, omdat met name Duitsland en Japan, met hun enorme handelsbelangen in China, liever niet betrokken raken in een militair conflict. Maar door Frankrijk, met Britse medewerking, te ondermijnen, hebben de VS een historische bres in het Westerse bondgenootschap weer verder opengetrokken. Het is alsof De Gaulle, met zijn haast paranoïde wantrouwen tegen de Anglo-Saxons, gelijk heeft gekregen.

Oorlogsnostalgie

We kunnen hier ook op een andere manier over denken. Er kleeft aan de Britse gehechtheid aan de Special Relationship met de VS een zweem van oorlogsnostalgie, van herinneringen aan de glorie van 1945. Net als Tony Blair in de aanloop naar de invasie in Irak, zijn veel Britse politici overtuigd dat alleen het VK in Europa beschikt over een gedegen krijgsmacht en de politieke wil om die in te zetten. Boris Johnson spiegelt zich, alweer net als Blair, graag aan Winston Churchill.

Het is waar dat het VK en Frankrijk de enige landen in Europa zijn waar nog iets over is van een respectabele militaire macht, maar veel is het niet, en zeker onvergelijkbaar met wat Churchill in 1944 nog tot zijn beschikking had. Helaas heeft het VK zich door zijn oorlogsnostalgie te vaak door de VS laten strikken voor onnodige oorlogen, waar andere Europese landen buiten zijn gebleven.

Maar de vraag is nu of Biden toch gelijk heeft. Is het inderdaad zaak om China een halt toe te roepen met Brits-Amerikaans-Australisch machtsvertoon, zelfs als dergelijke provocaties betrekkingen met China nog moeilijker maken? Is het alternatief, om China gewoon zijn gang te laten gaan en zaken te blijven doen, niet een herhaling van Chamberlains appeasement van nazi-Duitsland in 1938? Of zijn er misschien ook andere mogelijkheden?

Angst om Chamberlain na te volgen is een van de redenen waarom het VK en de VS vaak onbezonnen oorlogen begonnen, zoals in Irak in 2003. Dit is waarom Franse leiders, zoals nu Macron, zo hard roepen om ‘strategische autonomie’ van Europa, het liefst onder leiding van Parijs uiteraard. Europa, zo wordt geopperd, moet gaan zorgen voor de eigen defensie, en niet langer meer afhankelijk zijn van de VS.

Lees ook de column van Luuk van Middelaar: Zien we een krachtenbundeling van de Angelsaksische wereld?

Aukus maakt het moeilijker

Josep Borrell, chef buitenlandse betrekkingen van de EU, heeft zelfs aangekondigd dat de Europeanen ook iets moeten doen om de macht van China te beperken, door een handelsverdrag met Taiwan te sluiten, maar natuurlijk wel zonder betrekkingen met China te schaden. Zelfs de zeer pro-Europese Le Monde vond dat dit nu niet echt een bewijs was van coherentie en ruggengraat.

Zolang de EU geen gemeenschappelijke buitenlandse politiek heeft en niet beschikt over Europese strijdmachten, is die ‘strategische autonomie’ een illusie. Maar het is daarom geen slecht doel om na te streven. Ik geloof dat het noodzakelijk is. Maar Aukus maakt het moeilijker. Europese defensie kan alleen iets betekenen met volle medewerking van het VK en een veel actievere bijdrage van Duitsland. Brexit, de Special Relationship, en de nasleep van de Duitse geschiedenis staan dit voorlopig in de weg.

En dus blijft het lot van miljoenen mensen in Oost- en Zuidoost-Azië, wellicht ook ver daarbuiten, in handen van autoritaire leiders in Beijing en wie er ook mag zitten in het Witte Huis. Noch het VK, noch Frankrijk, Australië of de EU hebben hier veel over te zeggen.