Natascha van Weezel: „We wisten: zodra papa stopt met werken, gaat hij dood.”

Foto’s Annabel Oosteweeghel

Interview

Bleich en Van Weezel: ‘Rechts-populisten hebben de media in de houdgreep’

Anet Bleich en Natascha van Weezel Anet Bleich en Natascha van Weezel schreven een boek over journalistiek en populisme. De Houdgreep is ook een ode aan vader en echtgenoot Max van Weezel. „Max kon maar niet loslaten.”

Toen Anet Bleich en haar dochter Natascha van Weezel in het voorjaar van 2019 werd gevraagd of ze samen het Nieuwspoort-rapport wilden schrijven, een verslag van politieke „bevindingen”, was Max van Weezel nog maar net dood. „Schrijven over Den Haag was toch papa’s domein”, zegt journalist Natascha van Weezel (35). „Daar wilden we aanvankelijk liever niet aan komen.” Toen ze er een jaar geleden toch aan begonnen, was dat voor politicoloog Anet Bleich (70) het eerste project sinds de dood van haar man. Hun boek is aan hem opgedragen: „Voor Max, die wij ook als meelezer oneindig hebben gemist.”

Over één ding waren ze het snel eens: het moest een onderzoek worden naar de invloed van rechts-populistische partijen op de media. Bleich verwonderde zich er al geruime tijd over hoe media met de PVV en FVD omgaan. „In de regel is dat tamelijk kritiekloos. Terwijl die partijen zelf voortdurend afgeven op journalisten. Het is bijna masochistisch van de journalistiek.”

Voor De Houdgreep – De haat-liefdeverhouding tussen de media en populistisch rechts spraken ze met 22 vertegenwoordigers van de media; van Vrij Nederland en De Volkskrant tot De Telegraaf en Geenstijl. Het was de bedoeling om ook politici aan het woord te laten. Maar Geert Wilders en Thierry Baudet ontbreken. „We hebben maandenlang geprobeerd om ze te spreken te krijgen. Helaas is dat niet gelukt”, zegt Van Weezel. Voor gesprekken met secondanten als Theo Hiddema of Martin Bosma voelden ze niets. „We wilden geen tweede garnituur”, aldus Bleich. „Dus werd het vooral een boek over dilemma’s waar journalisten mee worstelen.”

Aanvankelijk hadden ze onderling veel discussie. Van Weezel was bang dat haar moeder een vooringenomen links manifest wilde maken. „Ik wilde echt grondig onderzoek doen. Het opmerkelijke is dat we van standpunt zijn veranderd. Ik ben steeds feller geworden. Terwijl mijn moeder vaak zei: pas op, laat je eigen mening er niet te veel in sluipen.”

Wat onderscheidt rechts-populisten van gewone rechtse politici?

Bleich: „Populisten zijn het er over eens dat we te maken hebben met een kwaadaardige corrupte elite. Ze kenmerken zich door nativisme: iets tussen vreemdelingenangst en vreemdelingenhaat in. Tegen de EU, de rechtsspraak, en de media. Lang leve de autochtone Nederlander.”

Dat is aantrekkelijk voor de media?

Van Weezel: „Blijkbaar wel. Baudet is door de media heel lang als een normale politicus behandeld. Hij werd continu bij talkshows uitgenodigd. Redacteuren gaven openlijk toe dat ze dat deden omdat dat scoorde. Als je bij de patatbalie in de Tweede Kamer staat [waar journalisten en politici elkaar ontmoeten] vóél je dat. Er is opwinding wanneer Wilders komt, of wanneer Baudet iets geks doet.”

FVD heeft zich lang voorgedaan als een soort PVV-light, zegt Van Weezel. „Ik had zelfs mensen in mijn eigen omgeving die zeiden: ‘Op Wilders zouden we nooit stemmen. Maar Forum is gematigd.’ Terwijl Baudet toen al at met de extreemrechtse auteur Jared Taylor. Hij doet dingen die op z’n minst de schijn wekken van antisemitisme en racisme.”

Wat voor rol spelen de media daarbij?

Bleich: „In het begin was er vooral enthousiasme. Ook toen Henk Otten zijn twijfels over Baudet uitsprak en opstapte, werd hij nauwelijks geschaad. Pas bij die Marokkanen-tweet uit februari 2020 [Baudet twitterde dat twee „dierbare vriendinnen” in de trein waren lastiggevallen door Marokkanen, later bleken dat NS-medewerkers die hun kaartjes wilden controleren] zie je scheurtjes ontstaan. Daarna kwam de onthulling van Ton F. van Dijk over die antisemitische berichten in jongeren-appgroepen.”

Moet je Baudet zien als een wolf in schaapskleren die steeds meer kleren heeft uitgetrokken? Of is er werkelijk iets veranderd?

Bleich: „Ik denk allebei. Ik vermoed dat hij die fascinatie voor extreemrechts al langer had, maar steeds gefrustreerder is geraakt. Hij dacht dat hij het enorm zou gaan maken; eerst in de media, daarna in de literatuur en vervolgens in de politiek. Dat is allemaal nogal tegengevallen. Daardoor is hij steeds radicaler geworden. Bovendien kreeg hij ruzie met allerlei mensen. Hij kan slecht tegen kritiek en is daardoor verder gaan doordraven.”

Je kunt Wilders en Baudet niet negeren, maar je moet ze confronteren met hun fouten

Wat voor positie neemt Wilders in?

„Bij Wilders proberen journalisten bij het vragenuurtje het moment te benutten voor een korte quote. Ze weten heus wel dat ze voor zijn zielenroerselen niet bij hem hoeven aan te kloppen.”

Van Weezel: „Terwijl ook hij niet om de media heen kan. De NOS heeft twee miljoen kijkers. Natúúrlijk heeft hij die nodig. En de NOS wil hem altijd, omdat hij anders op geen enkele andere manier in beeld komt.”

Bleich: „Ze weten dat Wilders altijd levert, en oneliners produceert.”

Het boek heet De Houdgreep. Wie neemt wie in de houdgreep?

Bleich: „De rechtspopulisten de media. Wilders door hard to get te spelen. Baudet door zogenaamd spannend te zijn in uitzendingen. Door onverwachte dingen te zeggen, te intimideren. Laatst wilde Joost Vullings hem geen hand geven vanwege corona. Waarop hij Vullings „homo” noemde.”

Van Weezel: „Dat vind ik meer Baudet die gek doet.”

Bleich: „Nee, dat is Baudet ten voeten uit. Hij intimideert.”

Kunnen media zich aan die houdgreep ontworstelen?

Bleich: „Niet voor honderd procent. Je kunt Wilders en Baudet niet negeren. Zo’n twintig procent van de bevolking onderschrijft hun standpunten. Maar je moet ze wel confronteren met hun fouten.”

Van Weezel: „Wij pleiten in ons boek voor een mediabreed gesprek hierover. Want iedereen doet maar wat. Veel journalisten vinden het moeilijk om een duidelijk standpunt in te nemen, uit angst niet objectief over te komen.”

Moeten media dan bij quotes van Lilianne Ploumen ook gaan zeggen: dit is typisch een links PvdA-standpunt, dat moet u maar niet al te serieus nemen?

Van Weezel: „Het gaat niet om links of rechts. Als iemand antisemitische dingen zegt, of moslims basht, moet je dat expliciet benoemen.”

Bleich: „Toen Wilders in een kiesdebat sprak over ‘het Marokkaanse gif in de samenleving’ was er bij de nabespreking bij Op1 niemand die er iets over zei.”

Omdat ze waarschijnlijk denken: ‘laat die man maar kletsen’.

Van Weezel: „Als je deze dingen niet tegenspreekt, treedt er gewenning op. Dat is het grote gevaar. Alles waar je aan went normaliseert. Je hebt maar één crisis nodig – zoals nu corona – en je ziet dat er ontregeling optreedt. Het afgelopen jaar werden acht op de tien journalisten bedreigd (onderzoek van I&O Research onder 689 journalisten). Niet dat dat alleen door de rechtspopulisten komt. Maar als er een sfeer gecreëerd wordt van ‘fake news’, ‘mainstream media’, ‘tuig van de richel’ en ‘leugenachtige NOS-staatsomroep’, leidt dat bijna vanzelf tot onveiligheid.”

Las Max tijdens het schrijven voor jullie gevoel met jullie mee?

Bleich: „Zeker. Al waren zijn commentaren deze keer jammer genoeg niet altijd even duidelijk.” Hij is al bijna tweeëneenhalf jaar dood. En toch is hij nog altijd heel aanwezig, zegt Anet Bleich. „Elke dag opnieuw bij het wakker worden denk ik: ‘Jeetje, hij ligt er niet. Ik moet het vandaag weer zonder hem doen.’ Het is een grauwsluier die over alle dingen hangt. Maar ik ben wel weer gaan leven.”

„Is het echt léven?”, vraagt haar dochter.

„Het is iets dat op leven lijkt.”

Achtenveertig jaar waren ze samen, sinds 1982 woonden ze in dit huis, uitkijkend op een zijtak van de Amstel. De kamer oogt inmiddels iets meer opgeruimd dan vroeger, toen er tussen de versleten meubels alleen smalle paden tussen de stapels oude kranten, boeken en cd’s begaanbaar waren. „We hebben wel een beetje opgeruimd”, merkt Natascha eufemistisch op. „Maar het blijft rommelig.” Ze had veel last van de dood van haar vader, zegt ze. „Ik wilde heel graag direct mijn oude leven terug. Die rouw zat me in de weg. Maar het lukte me niet. Er kwam niks uit mijn handen. Pas nu weet ik dat ik ook kan doorleven zonder hem.”

Dacht je eerst dat je dat niet kon?

„O ja. Wij waren zo’n hecht driemanschap. Enig kind, alle drie journalist. En door onze Joodse achtergrond enorm op elkaar gericht. Dat is onze geschiedenis: wie kun je vertrouwen? Familie is familie, alleen daar ben je helemaal veilig.”

Ze werd door haar ouders al jong behandeld alsof ze volwassen was, zegt haar moeder. „Vanaf haar derde beschouwden we haar als gelijkwaardig. Dat was achteraf misschien geen goede benadering.”

Natascha knikt. „Ik werd er al jong van doordrongen dat er kwáád was in de wereld. Het zware was altijd een ondertoon, bij alles. Er was oorlog op tv, alle opa’s en oma’s hadden de Holocaust meegemaakt. Iedereen stond voortdurend in de alert-stand. Dat voel je als kind.” Haar vader was altijd aan het werk. En als hij een ‘papa-dag’ had, nam hij haar mee naar Welingelichte Kringen of de redactie van Vrij Nederland. „Dan zei hij: ga maar lekker spelen met Monica (de redactiesecretaresse).” Al deden ze ook veel leuke dingen samen, benadrukt ze. „We gingen met z’n tweeën naar de Spice Girls, de Backstreetboys en Michael Jackson.”

Schilderij van Natascha van Weezel, Max van Weezel, en Anet Bleich. Het schilderij hangt thuis bij Anet Bleich. Foto Annabel Oosteweeghel

Toen hij in maart 2018 hoorde dat hij alvleesklierkanker had werd hun driemanschap alleen nog maar hechter. Wat het ziekbed moeilijk maakte, was dat hij zich maar niet kon verzoenen met zijn lot. Dat werd zelfs steeds sterker, zegt zijn vrouw. „In het begin – toen er nog een heel klein beetje hoop was – had hij een enorme somberheid: maak je maar geen illusies, ik ga eraan. Dat hoorde bij Max. Dat is een houding om jezelf te beschermen: ga maar uit van het allerergste, dan valt het hooguit mee. Toen het eenmaal vaststond dat het inderdaad dat allerergste werd, begon hij het te ontkennen. Toen wilde hij toch per se nog die ene behandeling, waarvan de artsen zeiden dat die helemaal geen verschil zou maken. Max kon niet loslaten. Tot de laatste seconde heeft hij zich tegen zijn lot verzet.”

Zo bleef hij Met het Oog op Morgen presenteren, ook toen het eigenlijk niet meer ging omdat hij door de morfine een raar dun stemgeluid kreeg. Daar hebben ze echte ruzies over gehad, vertelt Bleich. „Maar hij wilde niet van ophouden weten.”

Voor hen was dat verschrikkelijk, zegt Natascha. „Hij wilde graag sterven in het harnas. Ik durfde niet te luisteren omdat ik doodsbang was dat ik hem op de radio dood zou horen gaan.”

Dat werk was dus extreem belangrijk voor hem?

„Ja. En dát was ons grote dilemma. We wisten: zodra papa stopt, gaat hij dood. Dan nemen we hem het laatste restje levenskracht af.”

Hij had zijn schaarse energie ook in zijn vrouw en dochter kunnen steken.

„Dat heb ik vooral in het begin moeilijk gevonden. Toen hij het hoorde zei hij: ‘Ojee, nu moet ik al mijn collega’s afbellen. Wat verschrikkelijk.’ Terwijl mama en ik hier zaten te huilen. Dat deed mij pijn: alsof die collega’s belangrijker waren. Later hebben we samen alsnog veel tijd doorgebracht.”

Werk en erkenning waren voor Max volgens zijn vrouw van levensbelang. „Dat is echt een tweede generatie-verschijnsel: je mag er niet vanzelfsprekend zijn. Iedere dag opnieuw moet je bewijzen dat je het verdíént om te leven. Dat betekende niet dat hij minder van ons hield. Laat staan dat we op de tweede plaats kwamen.”

Werd dat met de jaren niet minder?

„Nee. Die onzekerheid is altijd gebleven.”

Natascha voerde in de laatste maanden dertig lange gesprekken met haar vader, om postuum een boek te maken. „Ik heb hem beloofd dat ik dat boek maak. Maar op dit moment kan ik dat nog niet aan.”

Dat is ook best veel gevraagd van een dochter.

„Ik ga het zeker doen. Alleen niet nu. Ik heb meer afstand nodig. Als ik hem zie of hoor word ik nog steeds verdrietig. Nu moet ik alweer bijna huilen.”

Betekent dat dat hij ook postuum nog gezien wilde worden?

Bleich knikt. „Een van de dingen die hij verschrikkelijk vond aan doodgaan was de gedachte dat mensen hem in een mum van tijd zouden vergeten.”

Terwijl het afscheid groter dan groot was. Met interviews op televisie en het halve kabinet dat hier thuis afscheid van hem kwam nemen.

Bleich glimlacht. „Mark Rutte zat op de stoel waar jij nu zit. Lodewijk Asscher kwam langs, Jesse Klaver kwam spekkoek brengen. En de ChristenUnie was bijna niet weg te slaan. Max genóót ervan. Het maakte iets goed van het verdriet.”

Natascha vroeg hem er op het einde naar. „‘Papa, heb je je gezien gevoeld? Hij zei: ‘Nee, eigenlijk nooit. Inmiddels wel. Maar nu is het wel erg laat.’”

Haar vader liep tijdens al hun bezoeken aan Den Haag een beetje met hen mee. „Hij had zo’n boek nooit kunnen maken. Hij was te veel deel van de Haagse journalistiek. Maar ik weet heel zeker dat hij het belangrijk zou hebben gevonden dat wij dit onderwerp bij de kop hebben genomen. Voor mijn gevoel is het daarom ook een ode aan hem.”