Opinie

AUKUS toont noodzaak strategische samenwerking EU

Australië-VS

Commentaar

De verkoop aan Australië van twaalf conventionele onderzeeërs werd in Frankrijk in 2016 alvast maar het ‘contract van de eeuw’ genoemd. Er zou zo’n 56 miljard euro en jaren werkgelegenheid mee gemoeid zijn. Dat de Fransen verontwaardigd zijn dat Australië vijf jaar later de bestelling alsnog afblaast, is alleen al daarom begrijpelijk. Maar de Australische premier Scott Morrison maakte vorige week niet alleen bekend dat hij toch voor Amerikaanse nucleair aangedreven boten koos. Met de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk presenteerde hij zonder Frankrijk of de Europese Unie daarin te kennen ook een ambitieuze militaire alliantie, ‘AUKUS’, die in de Stille Oceaan tegenwicht moet bieden aan het daar militair en politiek steeds dominantere China.

De diplomatieke crisis van de afgelopen week draaide daarmee om veel meer dan contractbreuk of het mislopen van een industriële deal. De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Jean-Yves Le Drian, sprak van een „dolksteek in de rug”: de deal was al maanden in de maak maar de Fransen waren in het ongewisse gelaten. Nadat Frankrijk zijn ambassadeurs uit Canberra en Washington had teruggehaald – een vergaande zet tussen bevriende naties – erkende de Amerikaanse president Joe Biden donderdag dat overleg vooraf wenselijk was geweest.

Voor Frankrijk was de militaire samenwerking met Australië een belangrijk deel van een in 2018 ontvouwen strategie voor de Indo-Pacific. Ook de nota bene vorige week gepresenteerde EU-strategie voor de regio komt hieruit voort. Met ruim anderhalf miljoen onderdanen in de regio heeft Frankrijk enig recht van spreken: Nieuw-Caledonië, integraal deel van de republiek, is Australiës meest nabije oosterbuur. Na de VS heeft Frankrijk wereldwijd het meeste zeegebied. Met AUKUS vrezen de Fransen verdere Chinees-Amerikaanse polarisatie die de strategische en commerciële belangen van de EU in het gedrang brengt. Die vrees is terecht.

Dat Frankrijk zich door de VS het meest verraden voelt is veelzeggend, maar ook paradoxaal. Frankrijk, de oudste diplomatieke vriend van de VS, heeft zich een goede partner getoond in de strijd tegen terreur, laatstelijk vooral in de Sahel. Zo gaan NAVO-partners niet met elkaar om, luidde de begrijpelijke kritiek in Parijs.

Maar het was juist Macron die twee jaar terug al het Trans-Atlantisch bondgenootschap „hersendood” verklaarde. Nog tijdens het presidentschap van Donald Trump waarschuwde hij dat een nieuwe Amerikaanse president wellicht beleefder zal zijn, maar dat het buitenlandse beleid onder een Democraat niet wezenlijk zou veranderen. In een bipolaire wereld, waarin de VS zich vooral op China richten, zou de EU en daarmee ook Frankrijk buitenspel komen te staan. Europa doet er daarom goed aan met defensiesamenwerking en gemeenschappelijk buitenlands beleid een zekere mate van ‘strategische autonomie’ op te bouwen, herhaalde hij keer op keer. Na de eenzijdig door de Amerikanen besloten terugtocht uit Afghanistan kan het Frankrijk nauwelijks verrast hebben dat ook Trumps opvolger Biden voor Europa weinig oog heeft.

De crisis van de afgelopen dagen bevestigt Macrons gelijk: als Europa gehoord wil worden, is gezamenlijk optreden onontbeerlijk. Het is toe te juichen dat EU-kopstukken zich deze week achter ‘Parijs’ hebben geschaard. En het is geruststellend dat Biden en Macron het voor het moment hebben bijgelegd. Maar het blijft belangrijk dat in Brussel serieus werk wordt gemaakt van een geopolitieke strategie waarbij Europese waarden en belangen centraal staan. Wie nog twijfelde, zag deze week hoe de EU in de wedloop tussen China en VS vermorzeld kan worden.