Filosoof Eisenstein: ‘Zo veilig mogelijk leven is níét het doel van het leven’

Betekenisgeving Volgens filosoof Charles Eisenstein heeft de pandemie een zingevingscrisis blootgelegd. „Gewoon sámen leven, dat is volledig geofferd op het altaar van veiligheid.”

Illustratie Britt Planken

‘Waarom zijn we hier? Wat is het doel van ons leven?” Het is meteen duidelijk: als je met Charles Eisenstein praat, gaat het niet over koetjes en kalfjes. De Amerikaanse wiskundige en filosoof komt al in de eerste minuten van het gesprek op de grote levensvragen uit. Hoe hij de pandemie heeft beleefd, was de vraag.

„Die heeft toch vooral laten zien dat zo veilig mogelijk leven níét het doel van het leven is”, zegt Eisenstein, zittend achter de webcam, voor een oud wandkleed met een natuurtafereel op de achtergrond, een landschapje met boompjes en bloemetjes. Het is het vaste decor voor zijn YouTubevideo’s met essays over de pandemie, het klimaat en de natuur, die tijdens de coronacrisis geregeld viral gingen.

„Het is wel duidelijk geworden dat we het leven zélf hebben opgeofferd. In elk geval het soort leven dat de moeite waard is: sociaal leven. De mensheid drijft op samenkomen, dansen, zingen, knuffelen. Gewoon sámen leven. Dat is volledig geofferd op het altaar van veiligheid. Het resultaat: geestelijke ellende.”

Maar is dat niet wat te makkelijk geredeneerd: was een focus op veiligheid niet deels onvermijdelijk in zo’n noodsituatie als de pandemie? Eisenstein wijst op de vele statistieken over de extreem slechte mentale gezondheid in veel landen tijdens de pandemie – ook het CBS meldde onlangs dat een kwart van de jongeren psychische klachten heeft, een record.

„Ik ben niet tegen alle maatregelen per se, maar de schade door de blinde hang naar veiligheid tegen elke prijs, is enorm.” Volgens hem is veiligheid zó belangrijk geworden, dat al het andere ondergeschikt is geraakt, iets dat ook andere filosofen de laatste tijd betogen, van René ten Bos tot Marli Huijer tot Giorgio Agamben.

Charles Eisenstein (54) studeerde wiskunde en filosofie aan de Amerikaanse universiteit Yale, en maakte de laatste jaren naam als vrij radicaal denker over ecologie, natuur en klimaat. Zijn boeken, waaronder Sacred Economics (2011) en Climate, a New Story (2018) maakten tijdens de pandemie een opleving in populariteit door. Hij wordt door critici soms in de esoterische hoek geplaatst, vanwege de grote rol van spiritualiteit in zijn werk en omdat hij zeer sceptisch kijkt naar de reguliere geneeskunde, grote farmaceuten en dus ook naar de in zijn ogen te strikte coronamaatregelen.

Maar noem hem geen complotdenker. „Complottheorieën versimpelen de complexe werkelijkheid tot een eenvoudig complot. Complotdenkers springen in een vacuüm, dat samenhangt met het gebrek aan richting en betekenisgeving in onze samenleving. Ze vullen dat gat met een nieuwe ‘theorie van alles’, een nieuwe mythe die de hele wereld moet uitleggen, waarin één handig hokje bestaat om al het maatschappelijke falen in te stoppen. Dat is onmogelijk.”

Niet stevig in onze kern

De pandemie heeft bovenal aangetoond dat veel mensen erg vatbaar bleken voor manipulatie, volgens Eisenstein. Veel mensen waren óf opvallend volgzaam tijdens zeer ingrijpende maatregelen óf schoten helemaal door de andere kant op, vindt hij. „We zijn niet stevig gebleken in onze kern.”

En wat die ‘kern’ dan is? Dat hangt volgens Eisenstein samen met die grote levensvragen waar hij meteen over begon. Wat een goed leven is, wat een gezonde verhouding met de natuur, hoe we ons tot elkaar moeten verhouden. Die vragen blijven nu te vaak onbeantwoord door grote groepen mensen, vindt hij.

We doen maar wat, hebben geen richting, zitten in een ‘crisis of belonging’ (een crisis van erbij horen) en zijn daardoor vatbaarder voor beïnvloeding en angst. Deels vanwege het wegvallen van religie en andere bronnen van zingeving, deels door het ontsporen van het economische systeem, dat draait om steeds maar meer consumptie, groei en exploitatie van de natuur. Daardoor voelen mensen zich onveilig, wat de in zijn ogen overdreven veiligheids- en beheersingsdrang verklaart. „Als mensen weten wie ze diep van binnen zijn, laten ze zich niet zo makkelijk manipuleren.”

Hoe zou hij die grote vragen over hoe te leven zelf dan beantwoorden? Met een ‘verandering van het verhaal’. Daarmee bedoelt hij het maatschappelijke verhaal dat mensen zichzelf vertellen over wat een nastrevenswaardig bestaan en een rechtvaardige samenleving is.

De mythe die nu in het Westen dominant is, noemt Eisenstein ‘het verhaal van afscheiding’. Kort gezegd is dat het verhaal dat mensen zelfzuchtig zijn, als individu afgescheiden zijn van andere mensen en van de natuur, en dat de mens het recht heeft om die te exploiteren.

Volgens Eisenstein moeten we toe naar een ‘verhaal van interbeing’, een narratief over wederzijdse afhankelijkheid, symbiose met andere mensen en de natuur. Dat baseert hij onder meer op taoïstische en boeddhistische ideeën en de ecologische wetenschap. Dat nieuwe - maar eigenlijk ook oeroude - verhaal draait om heling, verbondenheid, en een acceptatie van de onbeheersbaarheid van de natuur in plaats van een ‘illusie van controle’. Die leidt volgens hem tot die overdreven nadruk op veiligheid en beheersbaarheid die allemaal schadelijke neveneffecten heeft. „Alleen als je leeft in de misvatting dat je buiten en boven de natuur staat, kun je geloven dat je die natuur tot in het extreme kunt beheersen.”

Maar hoe verander je zo’n dominant verhaal volgens hem? „Ik heb geen makkelijke formule.” Maar hij denkt dat mensen om in dat alternatieve verhaal terecht te komen, niet alleen andere dingen moeten doen, maar ook andere dingen zullen moeten wíllen.

Interne verandering

Het gaat hem niet zozeer om een externe aanpassing maar om interne verandering. „Je moet diep van binnen kijken, luisteren naar wat jou roept van binnenuit. Is dat je ambitie, of je liefde?” Je moet die liefde volgen, zegt hij. Om daar beter naar te kunnen luisteren, helpen volgens hem meditatie, verblijven in de natuur, het beoefenen van gulheid naar andere mensen. Eisenstein redeneert met de wetenschap in de hand, er zijn diverse onderzoeken waaruit inderdaad blijkt dat dit soort zaken zorgt voor meer gevoelens van verbondenheid en liefde. Maar voor sommigen steekt hij bij dit soort argumenten de grens over van rationaliteit naar spiritualiteit, iets wat hem zowel kritiek als populariteit oplevert.

Hij haalt daarover zijn schouders op. „Ik denk dat elke roeping die gebaseerd is op liefde ons dichter bij dat verhaal van interbeing kan brengen.” Liefde draait volgens hem om ‘een expansie van je zelfbeeld’, doordat je ook de ander in die liefde betrekt. „Dat is wat liefde ís: als je liefde voelt voor iemand, ben je niet meer een afgescheiden individu. Dat ben je samen geliefden, een gezin, een gemeenschap. Als je je liefde uitbreidt naar de natuur, word je er vanzelf meer een onderdeel van.”

Innerlijke heiligdom

Volgens hem zou het ook helpen als we anders leren kijken naar het begrip gezondheid. Daar gaat zijn volgende project over, The Sanity Project, een poging om samen met zijn duizenden lezers, luisteraars en kijkers beter te definiëren wat zij verstaan onder gezondheid, een gezond leven, gezonde verhoudingen: lichamelijk, geestelijk en gemeenschappelijk. Is dat wel altijd de totale afscherming van ziekte?

Ook het beantwoorden van die vraag begint bij ‘innerlijke soevereiniteit’, volgens Eisenstein. „Loskomen van meninkjes. Vertrouwen in wie je zelf bent, en in wat je zelf wéét over wat gezond is, wat goed is. Daarin zit je innerlijke heiligdom, je kern. Van daaruit kunnen we een nieuw gezamenlijk verhaal opbouwen.”

Want dat oude verhaal staat niet alleen door corona onder druk, denkt hij. „Covid is nog maar het begin. De mensheid komt in een stroomversnelling terecht, vooral door de klimaatcrisis en het instorten van ecosystemen. We zijn pas enkele centimeters op weg van een wilde rit die vele kilometers zal beslaan.”

Dat klinkt apocalyptisch. „Ik denk ook niet dat de meeste mensen overzien wat er de komende jaren op ons afkomt”, zegt hij. „We zullen bereidheid moeten tonen om fundamentele aannames over onze plek in de wereld los te laten. We zullen heel veel moeten óntleren.”