Opinie

Sexting is oké, het doorsturen van naaktfoto’s niet

De Rotterdamse campagne ‘Snap je wat je stuurt’ is volledig gericht op het voorkomen van negatieve ervaringen met sexting door slachtoffers te bewegen geen of zeer voorzichtig naaktfoto’s of -video’s te delen. Maar met sexting zélf is niet veel mis. De waarschuwing zou moeten gelden voor het harteloze doorsturen, vindt .

Illustratie Stella Smienk

Een naaktfoto sturen, doe het niet. Dat is de boodschap achter de Rotterdamse aanpak ‘Snap je wat je stuurt!’ die in 2018 is gestart. Het lijkt een goede boodschap, wel zo veilig; stuur niks door en doe niet aan sexting, dan overkomt je niets. Maar eigenlijk is het de digitale variant van ‘dan moet je maar geen kort rokje aantrekken’. Terwijl: niet het sturen van een naaktfoto is verwerpelijk maar het doorsturen.

In Rotterdam heeft 42 procent van de jongeren ervaring met sexting. Dit blijkt uit het onderzoek Seks onder je 25e, van Rutgers en Soa Aids Nederland, onder meer in samenwerking met de GGD. Een op de drie van deze Rotterdamse jongeren heeft er minstens één negatieve ervaring mee. Dit betekent dat 1 op de 7 jongeren in Rotterdam een negatieve ervaring met sexting heeft gehad.

Niet gek dus dat de wethouder Judith Bokhove in 2018 de internet- en mediacampagne ‘Snap je wat je stuurt’ lanceerde. Op Snapchat, Instagram en YouTube zijn dat najaar korte filmpjes vertoond met een link naar de website. De filmpjes zijn ook in bioscopen vertoond. Daarnaast zijn scholen geïnformeerd en zijn posters opgehangen op scholen. Een grootschalige campagne dus.

Deze was volledig gericht op het voorkomen van negatieve ervaringen met sexting door slachtoffers te bewegen geen of anders zeer voorzichtig naaktfoto’s en video’s digitaal te delen.

Negatieve kant

Deze campagne liet daarmee vooral de negatieve kant van sexting zien en waarschuwde mogelijke slachtoffers voor gevaren ervan. Uit Amerikaans onderzoek van Emily Stasko van de Drexel University blijkt dat verreweg de meeste ervaringen van volwassenen met sexting positief zijn. Als het sturen van naakt beeldmateriaal door beide partijen als gewenst wordt ervaren, hebben zowel mannen als vrouwen daar vooral positieve ervaringen mee. Stasko raadt zelfs aan sexting in te zetten als hulpmiddel bij relatietherapie.

Voor jongeren is sexting wellicht risicovoller, maar ook voor hen kan het een mooie ervaring zijn. Het is niet zonder risico en natuurlijk is het beter eerst even na te denken naar wie je het stuurt. Hier zou geen campagne op gericht moeten zijn. De aandacht moet gaan naar het harteloze en gemene doorsturen van de foto’s of video’s.

Wethouder Judith Bokhove wil de campagne aanpassen en het meer op daders richten en op het eerder aanspreken van potentiële daders. Hiervoor gaat de gemeente bij de volgende campagne gebruikmaken van de website en filmpjes van helpwanted.nl, een website voor advies bij online seksueel misbruik.

Op deze site staan ook tips hoe je kan zorgen dat je zelf niet in de problemen komt. Op enkele video’s wordt wel aangeven hoe je moet melden en bewijs moet verzamelen. Verder wordt er nog even gemeld dat het niet je eigen schuld is. Op zich een verbetering ten opzichte van de campagne ‘Snap je wat je stuurt!’, maar nog steeds is er geen filmpje te vinden die gaat over het doorsturen.

Omgekeerde wereld

Zowel in de campagne uit 2018 als bij de filmpjes van helpwanted is geen aandacht voor daders. Het verwerpelijke verspreiden van het beeldmateriaal komt niet aan de orde. Wat D66 Rotterdam betreft is dit de omgekeerde wereld. Dit leidt tot victim blaming, het slachtoffer de schuld geven.

Dit blijkt ook uit onderzoek van de Radboud Universiteit uit 2019. Daarin staat zelfs dat het slechte beeld van sexting een reden kan zijn voor het doorsturen van naaktfoto’s en video’s. Uit dit onderzoek van Marijke Naezer (Radboud Universiteit) en Lotte van Oosterhout in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid blijkt dat de negatieve beelden over sexting vanuit de media en volwassenen door jongeren worden overgenomen. Voor sommige plegers was dit een belangrijke reden om zelf materiaal van slachtoffers door te sturen.

Sexting werd vaak beschreven als iets dat slecht, vies, dom en gevaarlijk is, en/of als iets dat vooral gedaan wordt door ‘zwakke’, ‘onzekere’ mensen ‘zonder zelfrespect’. Deze negatieve beeldvorming rond sexting maakt het voor jongeren moeilijker zich in te leven in leeftijdgenoten die dit wel doen. Slachtoffers kregen daardoor vaak de schuld en daders werden vaak niet ter verantwoording geroepen.

De oplossing ligt volgens de onderzoekers bij interventies die gericht zijn op het ontwikkelen van een genuanceerder beeld over sexting, meer begrip voor slachtoffers en het voorkómen van plegerschap.

Het in een kwaad daglicht stellen van sexting heeft kortom een averechts effect en zorgt voor het beschuldigen van de slachtoffers. Wij willen dan ook dat de teksten en filmpjes die vooral de slachtoffers verantwoordelijk stellen voor het sexting snel worden verwijderd en dat er een campagne komt gericht op het niet-doorsturen van seksueel getinte foto’s en video’s. De nieuwe slogan moet wat ons betreft dan ook zijn ‘Snap je wat je doorstuurt!’.

Ingrid van Wifferen is gemeenteraadslid bij D66 Rotterdam