Recensie

Recensie Muziek

Minnaars ‘Goldbergvariaties’ zijn opmerkelijk klankrijk

Nieuw album Pianist Hannes Minnaar schuwt op zijn nieuwe album met de ‘Goldbergvariaties’ extremen in dynamiek en frasering. Maar elk van de dertig variaties krijgt een duidelijk profiel.

Pianist Hannes Minnaar.
Pianist Hannes Minnaar. Foto Andreas Terlaak

In de zomer van 2020, tussen twee lockdowns in, reisde pianist Hannes Minnaar met Bachs Goldbergvariaties langs enkele grote stadskerken. Het spelen in „kathedrale ruimtes” beviel dusdanig dat hij besloot Bachs pianokathedraal ook op te nemen in een kerk. Het is een uitmuntende opname geworden, waarin naast de akoestiek van de Waalse Kerk in Amsterdam vooral een diepgaande vertrouwdheid met Bachs muziek doorklinkt.

Net als op zijn vorige cd, het schitterende Nox, combineert Minnaar de klassieke pianoliteratuur met nieuwe noten: een bonus-cd bevat de mooie Gedanken zu Bach die Daan Manneke voor hem componeerde.

Intiem

Minnaar trad in 2018 voor het eerst op met de Goldbergvariaties en tijdens de concertloze maanden van de coronacrisis leefde hij intiem samen met het werk. Dat hoor je. En hoewel hij de Goldbergvariaties „een van Bachs meest seculiere werken” noemt, ademt Minnaars opname een zekere gewijde sfeer, die meer behelst dan de kerkgalm. De troost van de kunst is in elke variatie voelbaar. Het is musiceren zonder effectbejag en zonder dogma’s, gaaf en kalm. Elk van de dertig variaties krijgt een duidelijk profiel, hoewel Minnaar extremen in dynamiek en frasering schuwt. God schuilt in de details en de nuance, terwijl zijn greep op de architectuur onmiskenbaar is.

Daarbij is de klankrijkdom opmerkelijk. Dat is mede te danken aan de vleugel die Minnaar bespeelt, een modern instrument ontworpen door de Belgische bouwer Chris Maene, waarop de registers helderder en qua timbre minder uniform klinken dan op een Steinway. Zo weet Minnaar, waar voorgeschreven, voortreffelijk de suggestie van twee klavieren te wekken, bijvoorbeeld in de virtuoze variatie Nr. 20 of het fascinerende kleurenspel van Nr. 13. De Aria vloeit heel teder, terwijl de parelende noten van Nr. 14 iets kouds hebben en de melancholische Nr. 22 aan een beiaard doet denken. Zelfs het onthechte, zeer langzaam genomen Adagio (Nr. 25) blijft in al zijn schoonheid aards.

Lees ook: Een universum verscholen achter Bachs dertig variaties