Het duin is de duivel

Woord ‘Duin‘ lieflijk? Dat valt nog te bezien. „Ik wist het: dat duin van mij is allerminst ‘blond’,” schrikt .

Loop een willekeurige tweedehands boekwinkel binnen en de kans is groot dat je het woord ‘duin’ zal aantreffen in een doos met verfomfaaide pockets – als titel van zes sciencefictionboeken die de Amerikaanse schrijver Frank Herbert tussen 1965 en 1985 publiceerde. En nu de verfilming van de eerste roman van Denis Villeneuve wereldwijd in de bioscoop draait, is het woord overal.

De Duin-boeken, allemaal in het Nederlands vertaald en nog steeds verkrijgbaar, gaan over een woestijnplaneet waar grootmachten, duizenden jaren verderop in de toekomst, vechten om de controle van een kostbare, natuurlijke hulpbron. De reeks kwam van de zomer bij mij op, toen ik me wandelend op de grens tussen Schoorl en Bergen opeens bevond aan de voet van een enorme zandberg. Een duin. Het torende zo’n twintig meter boven mij uit, alsof het niet echt was. Opgespoten, misschien. Want kijk hoe het stuifzand over de stenen van de weg ernaast heen waait. Gevaarlijk – alsof de woestijn zich langzaam maar zeker meester maakt van het landschap. Nog bevreemdender was het overweldigende gevoel van eenzaamheid dat het duin met zich meebracht. Er zijn hier zelfs geen voetstappen in het zand. Wat gebeurt er allemaal in de glooiingen van het duin?

De ‘blonde duinen’ zeggen we, verwijzend naar het duinlandschap ten zuiden van Bergen aan Zee. Mijn duin bevindt zich pal op deze grens. Verderop in het noorden, zijn de duinen veel vlakker, kalkarm en witgrijs. Door de zuurdere bodem groeien er heidevelden en zijn de zandheuvels over het algemeen minder groen dan in zuidelijker gebied. Deze geografie is boeiend, maar geeft nog geen inzicht in dat mysterieuze woord ‘duin’.

Stellan Skarsgård als baron Vladimir Harkonnen in de film Dune. Foto Legendary and WBEI

Het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands schrijft: „Gezien de onduidelijke herkomst en ook gezien het betekenisveld (natuur) zal het woord eerder uit een substraattaal komen die zowel in het Keltisch als in een deel van het Germaans sporen heeft achtergelaten.” In Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (2001) zet P.G.J. van Sterkenburg, emeritus hoogleraar Lexicologie, uiteen hoe in ‘duin’ wellicht de voorbode van het Kwaad te vinden is, als een verbastering van ‘duivel’. Hij haalt het blijspel De Puiterveense Helleveeg, of Beslikte Swaantje aan den tap (1719) aan, waarin deze zin staat: „Maar, hoe duinen, kan jy weeten/ Van buiten, wat ’er wel van binnen is geseeten?” Wat zit erin?

Ik wist het: dat duin van mij is allerminst ‘blond’. Het is duister, vilein zelfs, net als de rimpelingen in het zand, met scherpe randen die eruit zien of ze eeuwenlang niet aangeraakt zijn. Ik wil niet weten wat „er wel van binnen is geseeten”. Bovendien, lees de toegangsvoorwaarden van het Noordhollands Duinreservaat: ‘U betreedt het duingebied op eigen risico.’

Maanden na mijn wandeling, ga ik naar de bioscoop voor Dune, en vallen de puzzelstukjes op hun plaats. Terugdenkend aan het duin tussen Schoorl en Bergen zie ik nu baron Vladimir Harkonnen (Stellan Skarsgård) voor me. Angstaanjagende imperialist en vervuiler van planeten. Vreetzak die nog eens iets onnoemlijks in z’n mond stopt en gromt: „This is my Dune. Kill them all.