Opinie

De Mooiste

Column Rotterdam

Hasna El Maroudi

Enthousiast schreef ik mezelf een paar weken geleden in voor de Rotterdam marathon, ook wel bekend als De Mooiste. Ik had nog zo’n dertien weken om een trainingsschema voor beginners te volgen. Dat moest voldoende zijn om hem te kunnen uitlopen. Niet op snelheid, maar op wat men noemt ‘karakter’, en genietend van de sfeer van mijn stad. Mijn man verklaarde me stiekem voor gek. „Je hebt al weken niet gelopen, zou je dat wel doen?”, vroeg hij voorzichtig om niet al te ontmoedigend te klinken. Die weken waren eigenlijk maanden geweest, maar ik zette de inschrijving koppig door. „Het wordt mijn vijfde marathon, dus ik weet echt wel wat ik doe”, reageerde ik. En bovendien: de vraag was nog maar of het grootscheepse evenement überhaupt zou kunnen doorgaan vanwege de coronamaatregelen. Het is immers geen Formule 1.

Eerlijkheidshalve was de inschrijving bedoeld als stok achter de deur om weer íets van beweging in mijn weekritme te krijgen. Sinds de eerste lockdown heb ik vooral mijn kaakspieren aan het werk gezet, en dat is intussen goed zichtbaar. Niet dat ik klaag, want het was een werkelijk privilege om de horeca te kunnen ondersteunen met allerhande dinertjes thuis en om filmavond na filmavond te kunnen houden met het gezin. Met een zak chips en popcorn op de bank, ons ongegeneerd te laten gaan. De wereld was al saai genoeg.

De Rotterdam marathon heeft geen moeite met ‘achterstandwijken’, hij komt overal

Maar nu versoepeling op versoepeling wordt gestapeld en het werkritme langzamerhand weer het oude wordt, sluipt ook het aloude verlangen naar vertier terug. Voor de één zijn het autoraces, voor de ander is het een avondje doorzakken in de kroeg. Voor mij zijn het de trainingsdagen. Om langs de Rotte te lopen, of een rondje Rotterdam: van Noord naar Zuid over de Van Brienenoordbrug, langs de Kuip en zo via de Erasmusbrug weer naar huis. Het is de opbouw naar het grootste moment aller tijden: onder luid gejoel van dikke rijen toeschouwers op de Coolsingel over de eindstreep rennen. Met een medaille om mijn nek en een banaan in de hand mijn familie opzoeken en euforisch constateren dat ik het weer gedaan heb. Mijn lijf – hoe moe en krakkemikkig het soms ook mag lijken – en mijn hoofd – hoe moe en versleten ik soms ook ben – we hebben het hem weer geflikt.

Ze noemen hem niet voor niets De Mooiste. De Rotterdam marathon heeft geen moeite met ‘achterstandwijken’, hij komt overal. Met opgeheven hoofd loopt hij vanuit het centrum naar diep Zuid, om na een grote lus de Erasmusbrug weer over te gaan en de weg te vervolgen voor een rondje Kralingse Plas, om zo uiteindelijk op de Coolsingel ter hoogte van het Stadhuis te eindigen. Wijken die gewoonlijk langs elkaar leven worden plots verbonden door een haag aan toeschouwers, die er vol bewondering en trots voor zorgen dat you never walk alone. Zelfs niet op de gevaarlijke Bosdreef; het 32-kilometerpunt, waar de man met de hamer graag toeslaat.

Onlangs kwam het verlossende woord. Trots verkondigde burgemeester Aboutaleb dat Rotterdam is making it happen, de marathon gaat door. Op sociale media werd de aankondiging breed gevierd: we mogen eindelijk weer. De kleine lettertjes werden voor het gemak overgeslagen. „Met wat aanpassingen”, had de burgemeester gezegd. Wat die aanpassingen precies zijn moet nog blijken, al is wel duidelijk dat het gaat om aanpassingen rondom het Stadhuis en de Coolsingel – gericht op de toeschouwers. Het bleek een goed excuus voor dit ongetrainde lijf, want zonder of met minder Rotterdammers langs de finishlijn is De Mooiste De Mooiste niet. En alleen De Mooiste is de moeite waard.

Hasna El Maroudi is journalist, columnist en programmamaker