Waarom de Duitse verkiezingen ongekend spannend worden

Duitse Bondsdagverkiezingen Na zestien jaar Angela Merkel is het de vraag welke partij de grootste wordt in Duitsland en wie na zondag de kanselier mag leveren. En maakt de kiezer een ruk naar links mogelijk? De Duitse verkiezingen op een rij.

Foto Filip Singer/EPA

Duitsland gaat komende zondag stemmen. Er zijn circa 60,4 miljoen mensen gerechtigd een nieuwe Bondsdag te kiezen, de Duitse ‘Tweede Kamer’. Door de sterke vergrijzing is bijna 60 procent van de kiezers ouder dan 50 jaar. De opkomst ligt deze eeuw doorgaans tussen de 70 en 80 procent. Het zijn de eerste verkiezingen in zestien jaar waaraan Angela Merkel niet meedoet.

1 Welke partijen maken kans op de winst en wie zijn hun lijsttrekkers?

Er zijn drie partijen die de laatste maanden in de peilingen stuivertje wisselden, waar het gaat om de verwachte winst.

Armin Laschet (CDU/CSU): achtervolgd door ‘lachincident’


Allereerst is daar de unie van de christen-democratische CDU en de Beierse zusterpartij CSU. Dit is de combinatie die de afgelopen zestien jaar met Angela Merkel de bondskanselier leverde, de afgelopen acht jaar in coalitie met de sociaal-democraten van de SPD.

De kanselierskandidaat voor CDU/CSU is bij deze verkiezingen Armin Laschet (60), de huidige deelstaatpremier van Noordrijn-Westfalen. Hij werd in januari verkozen tot voorzitter van de CDU, meestal het opstapje naar het lijsttrekkerschap van de unie.

Markus Söder, leider van de CSU en onder kiezers véél populairder dan Laschet, ambieerde ook het kopmanschap van de unie. Hij legde het af tegen Laschet vanwege de steun die laatstgenoemde vanuit de CDU kreeg, niet in de laatste plaats van Merkel.

De keuze voor Laschet als lijsttrekker, in april dit jaar, is volgens de recentste peilingen nog geen succes gebleken. Waar CDU/CSU begin dit jaar mijlenver voor stond op de concurrentie, heeft sinds het aantreden van Laschet het verval ingezet: van circa 35 procent van de kiezersgunst naar net boven de 20 procent nu.

Lees ook De strijd om Merkels opvolging: wordt het de ‘volksman’ of de ‘partijman’?

Kiezers geven aan niet te weten waar Laschet precies voor staat. Een notie die wordt versterkt door het ontbreken van een duidelijke lijn in zijn campagne. Dat hij tijdens de overstromingen in Duitsland stond te lachen bij een plechtige toespraak van bondspresident Frank-Walter Steinmeier, is sinds half juli bovendien zwaar aan hem blijven kleven.

 

Annalena Baerbock (de Groenen): van new kid naar middle-of-the-road


Ver voor het ‘lachincident’ was Laschet zijn voorsprong in de peilingen al eens kwijtgeraakt aan new kid on the block Annalena Baerbock, de aanvoerder van Bündnis 90/Die Grünen. Na drieënhalf jaar duo-leiderschap met Robert Habeck werd zij in april gepresenteerd als kanselierskandidaat. Een relatief jonge vrouw (40), die dé thema’s van deze tijd als geen ander leek te kunnen agenderen: feminisme, rechtvaardige inkomensverdeling en bovenal het klimaat.

Net als Sigrid Kaag in Nederland propageert Baerbock ‘nieuw leiderschap’ en dat bleek in het voorjaar aan te slaan. In mei zag het ernaar uit dat zij een serieuze gooi zou kunnen doen naar de hoogste post van Duitsland.

Maar de sneltrein-Baerbock is door allerlei blunders een stoptrein geworden. Een te opgepoetst cv, een te laat gemelde coronabonus: rechtse media en internettrollen doken fanatiek op die fouten en melkten ze grondig uit. Dat zorgt ook voor twijfel bij de achterban, waar sommigen zich afvragen of het tóch niet beter was geweest Robert Habeck, die in tegenstelling tot Baerbock wel bestuurservaring heeft, de klus te laten klaren. Dit is hét moment om electoraal te oogsten, maar is Baerbock wel de juiste vrouw op de juiste plaats?

Lees ook Annalena Baerbock, mogelijk opvolger Merkel: ‘Het klimaat beschermen is de opdracht van onze tijd’

De campagne van de Groenen is de laatste tijd behoorlijk middle-of-the-road voor een partij die als belangrijkste doelstelling heeft het klimaat te redden. De maatregelen die daarvoor genomen moeten worden, worden door Baerbock en het partijkader niet met volle overtuiging gepresenteerd, maar staan vaak in de kantlijn of bungelen ergens onderaan een verhaal. Het moet vooral ook bij de Groenen niet lijken of ze de Duitser zijn auto en currywurst gaan afpakken.

 

Olaf Scholz (SPD): vicekanselier als vacuümvuller


De SPD is de strijd ingegaan met Olaf Scholz (63), de minister van Financiën in het huidige kabinet-Merkel. En na zestien jaar aan de macht is de Bundeskanzlerin ook wel een beetje de olifant in de kamer tijdens deze verkiezingen.

Want waar de massa niet echt lijkt warm te lopen voor verkiezingsthema’s als het minimumloon, immigratie of het klimaat, draait het al snel om personen. En met een Laschet die zichzelf niet kan verkopen en Baerbock die zichzelf uit de wedstrijd blundert, kan Scholz zijn saaie maar correcte imago inzetten als garantie voor continuïteit.

Kiezers die bang zijn voor het vacuüm na Merkel, kunnen in ieder geval terecht bij de huidige vicekanselier. Dichter bij Merkel kom je niet, zelfs niet bij de CDU. Zoals correspondent Nynke van Verschuer al optekende, lijkt de droogstoppeligheid van ‘Der Scholzomat’ in zijn voordeel te werken. Eind augustus pakte de SPD zodoende voor het eerst de leiding in de peilingen en heeft deze niet meer afgegeven.

Lees ook: Duisburg hoopt dat met Scholz de sociaal-democratie herleeft – maar welke?

Natuurlijk rept Scholz als een wat ouderwetse sociaal-democraat ook over inkomenszekerheid en het belang van een goed pensioen, maar hij ligt vermoedelijk ook voor vanwege het gebrek aan andere filiaalhouders die door de kiezer vertrouwd worden. Scholz heeft de afgelopen jaren op de winkel gepast en kan die resultaten overleggen. Dat hij als minister steken liet vallen in meerdere dossiers, zoals de Wirecard-zaak, lijkt hem op dit moment electoraal amper te worden aangerekend.

 

2 Wie wordt waarschijnlijk de grootste en mag de opvolger van Merkel leveren?

Deze verkiezingen worden ongekend spannend. Hoewel de Groenen hun beste verkiezingsresultaat gaan behalen sinds de oprichting in 1979, lijkt de strijd uiteindelijk te gaan tussen Olaf Scholz van de SPD en Armin Laschet van CDU/CSU. Scholz staat in de meeste peilingen een paar procentpunten voor, maar de marges zijn flinterdun. Tel daar bovendien bij op dat zeker een kwart van de kiezers nog niet weet welke partij ze zal steunen aankomende zondag.

Koploper Scholz benadrukte afgelopen zondag, bij het laatste van drie televisiedebatten tussen Laschet, Baerbock en hem, dat hij de voorkeur geeft aan samenwerking met de Groenen. Hij zet zich daarmee scherp af tegen Laschet en de CDU/CSU, maar loopt de kans om in het centrum kiezers te verliezen die zo’n groot en te links-georiënteerd blok niet zien zitten.

De positionering van Scholz is ook ingegeven door de (jonge) linkervleugel van zijn partij, die door SPD-vicevoorzitter Kevin Kühnert wordt vertegenwoordigd. Die vleugel steunt Scholz’ kandidatuur weliswaar, maar die steun is niet gratis: een nieuwe regering onder leiding van de SPD zou wat hen betreft zo progressief mogelijk moeten zijn. Lees: zonder CDU/CSU.

Lees ook dit profiel: Hoe Merkel Merkel werd

Bij CDU/CSU laten ze geen mogelijkheid onbenut om op het gevaar van een dergelijke ‘Linksrutsch’ te wijzen. Angela Merkel, die Laschet afgelopen week ook begeleidde op campagne in haar eigen kiesdistrict Stralsund, speelt daarin een voorname rol. Ze heeft de afgelopen weken geprobeerd ruimte te creëren tussen Scholz en zichzelf. Bovenal hamerde ze op het feit dat de SPD een samenwerking met Die Linke, voortgekomen uit de communistische partij van de DDR, niet volledig uitsluit.

Twee weken geleden, bij een van haar laatste toespraken in de Bondsdag, kwam de campagne-zeepkist tevoorschijn. Samengevat zei Merkel: hoedt u voor het linkse gevaar. Armin Laschet is de juiste man voor stabiliteit en continuïteit. Met Scholz weet je niet zeker wat je zal krijgen.

 

3 Welke andere partijen spelen een (belangrijke) bijrol?

Anders dan in Nederland geldt in Duitsland een kiesdrempel van 5 procent. Er doen altijd tientallen partijen mee aan de verkiezingen, maar slechts een handjevol haalt genoeg stemmen om in de Bondsdag te belanden. Naast CDU/CSU, SPD en de Groenen waren dat bij de verkiezingen in 2017 de liberale FDP, het uiterst-linkse Die Linke en het radicaal-rechtse Alternative für Deutschland. Afgaande op de peilingen blijft dit de komende vier jaar de politieke staalkaart in het parlement.

Alternative für Deutschland


Het AfD werd – mede vanwege de vluchtelingencrisis in 2015 – bij de laatste verkiezingen de derde partij van het land, met 12,6 procent van de stemmen. Toch speelde de partij toen en ook nu geen rol bij regeringsvorming. Andere partijen zijn simpelweg niet bereid samen te werken met de anti-immigratiepartij, die in het voormalig Oost-Duitsland veel aanhangers heeft. De verwachting is vooralsnog dat het AfD licht zal zakken in het aantal behaalde stemmen.

Die Linke


Die Linke is mede een overblijfsel van de Sozialistische Einheitspartei Deutschland (SED), de partij die de dictatuur in Oost-Duitsland draaiende hield. Na de val van de Berlijnse Muur en het IJzeren Gordijn verdween de SED en gingen de restanten – na wat naamsveranderingen en een fusie – in 2007 op in Die Linke. De partij heeft nog steeds klassiek socialistisch-communistische standpunten, zoals arbeiderszelfbestuur, een zeer sterke rol voor de overheid en een afkeer van kapitalisme en de NAVO. Verwacht wordt dat ze deze keer net een procentpunt boven de kiesdrempel uitkomen, maar die verwachting valt binnen de foutmarge. Voor Die Linke geldt eigenlijk: hoe slechter andere linkse partijen het doen, hoe beter het met hen gaat. Dus wat dat betreft lijkt 2021 niet zo’n gunstig verkiezingsjaar.

Freie Demokratische Partei (FDP)


De liberalen van de FDP draaien al mee sinds 1948 en namen daarbij met zeer grote regelmaat regeringsverantwoordelijkheid, vooral in combinatie met CDU/CSU. Maar zo groot als de VVD de laatste stembusgang in Nederland werd, is de FDP in Duitsland nooit geworden. De partij is van klassiek-liberale snit, met een nadruk op de vrije markt en ontplooiing van het individu.

Voorlopig dieptepunt was het niet halen van de kiesdrempel in 2013, na een deelname aan Merkel II. In de jaren daarna zijn de wonden gelikt en bij de verkiezingen van 2017 behaalde de partij onder de nieuwe leider Christian Lindner 11 procent van de stemmen. De verwachting is dat de FDP deze verkiezingen iets soortgelijks presteert. Waar Lindner in 2017 nog wegliep bij coalitieonderhandelingen met CDU en de Groenen, is de kans aanzienlijk dat hij nu in een regering belandt, van welke samenstelling dan ook.

 

4 Hoe verloopt het stemmen?

Duitsers mogen twee stemmen uitbrengen. De eerste op een kandidaat uit hun kiesdistrict. Daarbij geldt: er is één winnaar per district die naar de Bondsdag gaat. Alle stemmen uitgebracht op verliezende kandidaten zijn betekenisloos.

Daarnaast is er de tweede stem, die wordt uitgebracht op een partij. Via deze stem wordt de zetelverdeling, en daarmee de krachtsverhoudingen tussen de partijen in de Bondsdag, bepaald.

Het kan zijn dat een partij veel kandidaten heeft die in hun district dankzij de eerste stem een zetel weten te bemachtigen, zoals bijvoorbeeld de in Beieren dominante CSU. Maar tegelijk kunnen Duitsers in andere deelstaten niet op de regionaal opererende CSU stemmen, waardoor de partij relatief weinig tweede stemmen haalt. Omdat de winnaars via eerste stem een zetel móeten krijgen, moeten de andere partijen gecompenseerd worden, om de evenredigheid te herstellen.

Dit alles vraagt om een ingewikkeld verrekeningsmechanisme, dat ervoor zorgt dat de totaaluitslag zo zuiver mogelijk wordt weerspiegeld in het parlement. Daardoor is het basisaantal van 598 zetels niet meer voldoende.

Bij de laatste verkiezingen, in 2017, kwam het totaal na alle compensaties uit op 709 zetels, terwijl het er vier jaar daarvoor nog 630 waren. Die stijging wordt ook verklaard doordat mensen vaker op een districtskandidaat van partij A stemmen, terwijl hun tweede stem naar partij B gaat.

In het wildste scenario zou de Bondsdag volgens de Bertelsmann Stiftung na deze verkiezingen kunnen uitdijen tot duizend zetels, wat een discussie heeft losgemaakt over de oplopende kosten van dit stelsel.

Er komen hervormingen aan, maar de wil bij SPD en CDU/CSU om in deze voor hen voordelige situatie echt in te grijpen, ontbrak. Bij de verkiezingen van 2024 verdwijnt bijvoorbeeld een handjevol kiesdistricten. Die Linke, de FDP en de Groenen zien de aanpassingen zoals doorgevoerd door SPD en CDU/CSU niet zitten en vrezen benadeeld te worden. Ze zijn naar het Constitutioneel Gerechtshof in Karlsruhe gestapt, dat pas ergens na de verkiezingen uitspraak zal doen.

 

5 Wanneer weten we de uitslag?

Bij het sluiten van de stemlokalen is er zondag een exitpoll, om 18.00 uur. Daarna wordt het beeld bepaald door werkelijke uitslagen, waarbij een pakket aan representatieve kiesdistricten wordt gebruikt om een landelijk beeld te schetsen. Later op de avond vallen definitievere uitspraken te doen over de krachtsverhoudingen binnen de Bondsdag. Bij een nek-aan-nekrace kan dit ook tot de volgende dag duren.

 

6 Valt er iets te zeggen over mogelijke coalities?

Dat het AfD geen deel zal uitmaken van een coalitie, lijkt zo ongeveer de enige zekerheid die er na de verkiezingen is. Verder liggen alle opties op tafel, afhankelijk van welke partij de grootste wordt. In Duitsland werd doorgaans een stuk sneller geformeerd dan in Nederland, maar met de verwachte versnippering van de stemmen en het gebrek aan een overduidelijke winnaar, kan het wel eens maanden gaan duren. In 2017 werd er bijna vier maanden geformeerd, ondanks het feit dat CDU/CSU toen afgetekend won.

Coalities ontlenen hun naam vaak aan de kleuren van de deelnemende partijen. Hieronder de combinaties met een verwachte meerderheid, zonder de door iedereen uitgesloten AfD.

Stoplicht-coalitie (SPD, de Groenen, FDP)


SPD en de Groenen steken niet onder stoelen of banken dat ze een regering zouden willen vormen. Het ziet er alleen niet naar uit dat ze samen een meerderheid gaan halen. De FDP zou dan als derde kunnen aanschuiven.

De liberale partijleider Christian Lindner houdt zich erg op de vlakte en zegt dat hij ‘veel fantasie’ nodig heeft om dat stoplicht-kabinet voor zich te zien. De FDP zegt niet mee te willen werken aan het linkser maken van Duitsland.

Er zijn programmatisch ook grote verschillen, vooral met de Groenen. Die laatste partij wil, net als de SPD, een hoger minimumloon. Bovendien worden belastingverhogingen niet uitgesloten. Allemaal moeilijke punten voor de FDP-achterban en in 2017 nog reden voor Lindner om weg te lopen uit coalitiegesprekken met de Groenen en CDU/CSU.

Of Lindner de kaarten tegen de borst houdt uit principe of omwille van zijn onderhandelingspositie straks, is onduidelijk. Er vindt volgens analisten de laatste tijd wel degelijk meer toenadering plaats tussen de Groenen en de FDP.

Als de SPD en de Groenen een succesvolle agenda willen met aandacht voor rechtvaardige inkomensverdeling en het klimaat, is het geen gekke gedachte om de liberale ‘werkgeverspartij’ medeverantwoordelijk te maken. De vraag is welke prijs men bereid is te betalen aan de FDP, dat dan op economisch en financieel vlak een dikke vinger in de pap zal willen krijgen. Christian Lindner heeft al uitgesproken dat hij bij een regeringsdeelname minister van Financiën wil worden.

Rood-groen-rood (SPD, de Groenen, Die Linke)


In dit scenario wordt de ‘Linksrutsch’ waar Merkel en consorten voor waarschuwen bewaarheid. Drie partijen gaan regeren in een samenstelling die op federaal niveau nog niet eerder is getest. Programmatisch zijn er vanzelfsprekend overeenkomsten, al staat de SPD – een op consensus gerichte middenpartij – wel behoorlijk ver af van Die Linke.

Het is de vraag in hoeverre Scholz als kanselier een baken van continuïteit en stabiliteit kan zijn als er in zijn coalitie een partij zit die antikapitalistisch is en tegen de NAVO. En die bovendien nog niet zo lang geleden door de binnenlandse veiligheidsdienst in de gaten werd gehouden vanwege ‘anti-grondwettelijke tendensen’ binnen de gelederen.

Ook Annalena Baerbock van de Groenen geeft eerder afwerende signalen af dan verwelkomende. Voor zowel de Groenen als de SPD is het echter handig om Die Linke zo lang mogelijk boven de markt te laten zweven, aangezien dat bijvoorbeeld de FDP nerveus zou kunnen maken.

Jamaica-coalitie (CDU/CSU, de Groenen, FDP)


Mocht CDU/CSU alsnog de grootste worden, dan is deze combinatie zeker niet ondenkbaar. In deelstaat Sleeswijk-Holstein werken deze partijen al redelijk succesvol samen en ook voor de FDP heeft CDU/CSU de voorkeur boven de SPD. De liberalen worden in dit scenario niet gesandwicht tussen twee linkse partijen; het gevaar dat in een stoplicht-coalitie met SPD en de Groenen zeker bestaat.

In 2017 was het juist FDP-leider Lindner die vlak na de verkiezingen gesprekken over een Jamaica-coalitie opblies. Hij had er toen, naar eigen zeggen, te weinig vertrouwen in. Vooral met de Groenen waren er destijds grote verschillen, bijvoorbeeld over belastingen en het beteugelen van de vrije markt. Het is afwachten in hoeverre die zaken nu, met nieuwe leiders bij de Groenen en CDU/CSU, een doorslaggevende rol zouden spelen.

Voortzetting ‘GroKo’ (CDU/CSU, SPD)


Als de twee grootste partijen in de Bondsdag een coalitie vormen zoals CDU/CSU en SPD nu doen, wordt dat een ‘Grosse Koalition’ genoemd, afgekort GroKo. Nu er in de peilingen nipt een meerderheid lijkt voor de voortzetting van deze coalitie, wordt daar door sommige betrokkenen op gezinspeeld. Zo opperde CSU-leider Markus Söder deze optie onlangs, maar alleen als CDU/CSU uiteindelijk groter wordt dan de SPD.

Met de sociaal-democraten van de SPD als winnaar zit een nieuwe GroKo er hoogstwaarschijnlijk niet in. Lijsttrekker Olaf Scholz heeft duidelijk aangegeven dat hij wil inzetten op een regering met de Groenen, wellicht in combinatie met de FDP, de zogeheten stoplicht-variant.

Kenia-coalitie (CDU/CSU, SPD, de Groenen)


De vraag is dus of CDU/CSU en SPD een meerderheid behalen voor hun huidige coalitie, mochten ze die toch willen voortzetten. Als die meerderheid uitblijft, is een derde partij nodig. Willen de Groenen zich daarvoor lenen?

Met een duidelijke focus op klimaat en een belofte van verandering en ‘nieuw leiderschap’, lijkt het niet logisch dat die partij iets dergelijks mogelijk zal maken. Ook bij de linkervleugel en de jongerenafdeling van de SPD is er weinig enthousiasme voor hernieuwde samenwerking met CDU/CSU.

Duitsland-coalitie (CDU/CSU, SPD, FDP)


In deze coalitie zijn de drie kleuren van de Duitse vlag vertegenwoordigd. Mocht de huidige ‘GroKo’ weer in beeld komen maar geen meerderheid halen, kan er een beroep worden gedaan op de liberale FDP.

De SPD zal haar vingers niet zo snel willen branden aan een dergelijke centrum-rechtse dominantie, die binnen de partij onverkoopbaar lijkt. Dus zal deze optie hooguit aan bod komen als alle andere mogelijkheden zijn uitgeput.