Vrij zijn is… strandjutten

Vrij Hoe breekt Nederland uit de sleur? Deze week: strandjutten en dieren redden.

Foto Folkert Koelewijn

Er is geen eilandbewoner op Schiermonnikoog die niet weet wie Theun Talsma (85) is. Al zijn hele leven woont hij op de koeienboerderij die hij van zijn vader heeft overgenomen, in het noordelijkste puntje van het waddeneiland. De meest noordelijke boerderij van Nederland dus, en trouwens ook de laatste bevrijde boerderij in de Tweede Wereldoorlog, zegt hij. Maar dat is weer een ander verhaal. Vandaag gaan we het hebben over de belangrijkste reden van zijn lokale beroemdheid: zijn missie om zoveel mogelijk vogels en zeezoogdieren, die hij op het strand in de problemen aantreft, te redden.

Vroeger struinde hij nog met paard en wagen het strand af, maar tegenwoordig rijdt hij rond in een jeep die hij van zeehondencentrum Pieterburen kreeg, op zoek naar zeekoeten die vastzitten in de olie, meeuwen met een buik vol plastic, of zieke zeehonden. „Dat zie je aan hun ogen, die stralen niet meer.” Als ze nog leven, brengt hij ze naar het vogelcentrum of komen ze bij Pieterburen of stichting SOS Dolfijn terecht, en als ze dood zijn, wat helaas vaker voorkomt, schakelt hij de gemeente in om de dieren te ruimen.

De laatste tijd gaat het niet zo goed met bruinvissen, zegt hij. De afgelopen weken heeft hij er al dertig dood aangetroffen, volgens het notitieboekje waarin hij alles opschrijft. „Ik heb er eentje naar de universiteit in Wageningen gestuurd voor onderzoek.” Hij treft ook af en toe grotere dieren levenloos aan, zegt hij. „Koeien, dolfijnen, zeehonden, paarden.” Korte pauze. „En mensen” Nee, hij maakt geen grap. Vandaag is er toevallig ook weer een lijk aangespoeld, zegt hij. „Dat is niet zo’n leuk gezicht. Ik vind liever een paar planken.”

Die zijn een zeldzaamheid, nu alles met containerschepen wordt vervoerd, en de vaarroute verder van het eiland af ligt. Vroeger kon hij hele delen van de boerderij opknappen met aangespoeld wrakhout, maar tegenwoordig ziet het strand eruit „alsof het is gestofzuigd”. Tot zijn verdriet, want hij gaat graag strandjutten. Alles wat de zee op het strand uitspuugt, heeft een verhaal, zegt hij. Van de koeien die na de Watersnoodramp in 1953 vanuit Zeeland naar Schiermonnikoog afdreven, tot aan de computerspelletjes die hij de laatste jaren weleens vindt.

Over zijn waardevolste vondst moet hij even nadenken. Na de containerramp met de MSC Zoe in 2019 lag het strand bezaaid met autowielen, bloempotten en duizenden schoenen, vertelt hij. Toen heeft hij wel een mooi paar in zijn maat uitgezocht. „Ze waren schoner dan in de winkel.” Eigenlijk is het wel gek dat Schiermonnikoog geen strandjuttersmuseum heeft, mijmert hij. Alhoewel, hij heeft wel een privécollectie aangelegd. Waar hij zijn schatten bewaart? „Dat is geheim”.