Spitsbergen? Nee, deze walrus werd gespot bij Schier

Waddenzee Vis-ecoloog Van Hal deed maandag studie naar platvis in de Waddenzee. „We dachten: ‘dit is geen zeehond’. Daarna draaide ze haar hoofd en zeiden we tegen elkaar: ‘het is een walrus, maar dat kan eigenlijk helemaal niet’.”

De walrus werd maandag gespot op een zandplaat in de Waddenzee.
De walrus werd maandag gespot op een zandplaat in de Waddenzee. Foto Ralf van Hal/Wageningen University

Niemand heeft haar een naam gegeven. Maar de walrus die maandag werd gezien bij Schiermonnikoog is wel met veel warme gevoelens begroet. „We voeren er in eerste instantie voorbij”, vertelt Ralf van Hal enthousiast. Hij was als vis-ecoloog die dag aan boord geklommen op een schip van Rijkswaterstaat om onderzoek te doen naar de stand van platvis in de Waddenzee, toen hij tussen het oostelijke deel van Schiermonnikoog en de zandplaat Simonszand „iets groots” zag liggen.

Van Hal: „Even later kwamen we met het schip terug en keken we nog eens. We dachten: ‘dit is geen zeehond’. Daarna draaide ze haar hoofd en zeiden we tegen elkaar: ‘het is een walrus, maar dat kan eigenlijk helemaal niet’.” Toch was het zo, bleek na bestudering van een gemaakte foto. „Een enorm toeval.” Van Hal publiceerde de waarneming. „En sindsdien gaat de telefoon.”

De walrus is „heel ver uit de koers”, zegt zeezoogdieronderzoeker Sophie Brasseur van Wageningen Marine Research, aangezien walrussen doorgaans veel noordelijker worden waargenomen, vooral bij Spitsbergen. Dat het dier bij Schier opduikt, is „opmerkelijk”. In Nederland is vorige eeuw slechts vijf keer een walrus op land gezien; de laatste keer was in 1998.

Foerageren

Anderzijds is de huidige waarneming „niet verbazingwekkend” omdat walrussen, als ze niet bezig zijn met voortplanting of verharing, veel zwemmen en daarbij grote afstanden overbruggen en regelmatig in hun eentje gebieden ontdekken waar ze kunnen foerageren. Bovendien, zegt Brasseur, „zou het best kunnen dat er regelmatig meer walrussen zwemmen, maar dat wij die niet zien”. Het dier ziet er volgens haar „best vet” en „zeker niet ongezond” uit. „Het zit niet vol met zweren of iets dergelijks.”

Dat de walrus hier is opgedoken, blijkt ook minder verrassend dan je misschien zou denken; Sinds enkele maanden werd deze vrouwelijke walrus waargenomen in Denemarken en Duitsland. Zeezoogdieronderzoeker Hans Verdaat van Wageningen Marine Research: „Eens in de vier of vijf jaar komt er wel een walrus ergens in de Noordzee. Die worden regelmatig gezien. In maart werd dit dier in Denemarken gezien, en die waarneming is breed gedeeld.” De waarnemingen liepen parallel met die van een andere walrus, ‘Wally de Walrus’ die enkele maanden lang in Ierland, de Scilly-eilanden en Wales kon worden gevolgd en inmiddels op de weg terug is naar het noorden, en bij IJsland is waargenomen. Wally heeft bootjes doen zinken door erop te gaan liggen, en er werd speciaal voor Wally een ponton gebouwd.

Lees ook: Hoe de walrus van IJsland verdween

Knorren en blazen

Zijn ze gevaarlijk? Verdaat: „Van elk wild levend dier moet je gepaste afstand houden. Ze zijn groot en zwaar. Op vijftig meter afstand kun je er gerust naar kijken. Als een walrus zich bedreigd voelt, gaat die knorren en blazen. Het gevaar is vooral als je er in een bootje naast gaat liggen, dat de walrus de boot een duw geeft of dat ze omhoog komen en met hun slagtanden een van de tubes beschadigen.”

Het vrouwtje is vermoedelijk drie tot vier jaar oud en weegt vele honderden kilo’s. Oudere walrussen halen vijftienhonderd kilo. Walrussen worden zo’n veertig jaar oud. Ze eten voornamelijk schelpdieren die in het arctische gebied voorkomen, enkele tientallen kilo’s per dag. Walrussen zouden ook in zuidelijker streken wel voldoende schelpdieren kunnen vinden, denken de onderzoekers, maar ze prefereren het koude noorden. Brasseur: „Het is hier erg heet. Ze hebben een enorme vetlaag. Ze kunnen hun warmte niet kwijt.”

Boswachter Erik Jansen van Natuurmonumenten op Schiermonnikoog heeft meerdere mensen gesproken die de walrus hebben gezien en heeft woensdag geprobeerd het „verdwaalde beest” opnieuw waar te nemen. Tevergeefs. „We hebben alleen zeehonden gezien.”