Analyse

‘Regulering van techbedrijven zet internetvrijheid onder druk’

Internetvrijheid Steeds meer regeringen verstevigen hun greep op ‘big tech’. Mensenrechtenorganisatie Freedom House waarschuwt voor censuur.

Een digitale stemhulp van de Russische oppositiepoliticus Aleksej Navalny werd in de loop naar de parlementsverkiezingen onder druk van de autoriteiten door Google en Apple uit hun appstores verwijderd.
Een digitale stemhulp van de Russische oppositiepoliticus Aleksej Navalny werd in de loop naar de parlementsverkiezingen onder druk van de autoriteiten door Google en Apple uit hun appstores verwijderd. Foto Sergej Ilnitski/EPA

Wereldwijd neemt de vrijheid op het internet af en verstevigen regeringen hun greep op het digitale domein. Dat schrijft de mensenrechtenorganisatie Freedom House in haar jaarlijkse rapport over de toestand van vrijheden en burgerrechten op het internet. „In de strijd tussen staten en technologiebedrijven zijn de rechten van internetgebruikers de grootste slachtoffers.”

Lees ook In Rusland mag je niet meer zoeken op de woordcombinatie ‘slim’ en ‘stemmen’

Nog geen week eerder hadden Apple en Google onder zware druk van de Russische autoriteiten een stemhulp van oppositiepoliticus Aleksej Navalny voor de Russische parlementsverkiezingen verwijderd uit hun appstores.

Volgens de Russische toezichthouder was de app in strijd met de wet. Maar volgens een van de medewerkers van Navalny, die zelf voor 2,5 jaar gevangen zit, was het verwijderen ervan „politieke censuur”.

De kwestie illustreert de dilemma’s die zich met het wereldwijd groeiende belang van internet steeds meer opdringen. Het lijkt vanzelfsprekend dat grote internetbedrijven zich moeten houden aan de lokale wetten. Maar wat als die wetten in strijd zijn met fundamentele rechten zoals vrijheid van meningsuiting?

Is het wel wenselijk dat regeringen, met hun eigen politieke agenda’s, grotere macht krijgen over sociale media?

Veel mensen maken zich zorgen dat een groot deel van het maatschappelijke en politieke debat plaats vindt op platformen van op winst gerichte ondernemingen, die daarmee ook bepalen wat de grenzen van dat debat zijn. Begin dit jaar legden Facebook en Twitter zelfs de toenmalige Amerikaanse president Trump vrijwel het zwijgen op, door hem van hun platforms te verbannen.

Lees ook dit commentaar van NRC: Techreuzen zijn te machtig

Maar is het aan de andere kant wel wenselijk dat regeringen, die zo hun eigen politieke agenda’s hebben, grotere macht krijgen over sociale media en wat daar wel en niet gezegd kan worden? In autoritair geleide landen als China en in mindere mate Rusland is te zien waar dat toe kan leiden: kritische stemmen worden weggedrukt.

Van internet naar ‘splinternet’

Freedom House stelt vast dat er in de wereld „een enorme verschuiving van normen” plaatsvindt naar meer overheidsinterventie op internet. De organisatie onderzocht zeventig landen, en in 48 daarvan zijn recent juridische of politieke maatregelen tegen de technologiebedrijven genomen.

Daarbij gaat het in sommige gevallen om „legitieme pogingen kwalijke zaken te beperken, misbruik van persoonlijke gegevens in te tomen of manipulatie van markten te stoppen”, aldus het rapport. Maar veel nieuwe wetten leiden tot „buitensporig breed toegepaste censuur en verplichtingen aan de private sector om gegevens te verzamelen”.

Omdat er geen wereldwijde consensus bestaat over de vraag hoe open en vrij het internet moet zijn, gaan veel regeringen over tot nationale regulering. Van een wereldomspannend netwerk wordt het internet zo een ‘splinternet’. „Het internet is onderdeel van de nationale infrastructuur geworden”, schreef de Russische cyberexpert Andrej Soldatov deze week in een commentaar op het zwichten van Google en Apple voor het Kremlin. „De internationaal opererende techreuzen kunnen vervangen worden” (door nationale platforms).

Het is de vraag of Google en Apple veel keus hadden (een dag later verwijderden ook YouTube en Telegram in Rusland materiaal van Navalny’s campagne). Lokale medewerkers zou met vervolging zijn gedreigd.

Dat is een patroon in meer landen: de grote techbedrijven worden bij wet verplicht in landen waar ze op internet actief zijn een kantoortje met lokale medewerkers te openen. Als de regering ontevreden is over het concern in kwestie, kan ze de lokale medewerkers onder druk zetten, vervolgen en het leven zuur maken tot het moederbedrijf inbindt.

Lees ook Staatsgreep 2.0: zo hou je het internet onder de duim

Activisten noemen dit soort wetten „gijzelaarswetten”. Maar Turkije, dat ook zo’n verplichting voor het oprichten van een lokaal kantoor met lokale staf kent, wijst erop slechts het voorbeeld van Duitsland te volgen. Dat land stelde de verplichting van een lokaal kantoor in om platforms juridisch te kunnen aanpakken als ze schadelijke berichten niet snel genoeg verwijderen.

De top vijf van landen waar de vrijheid op internet het grootst is bestaat uit IJsland, Estland, Canada, Costa Rica en Taiwan. Nederland is niet onderzocht. Helemaal onderaan de lijst staan Vietnam, Cuba, Myanmar, Iran en China.