‘Nederlandse vrienden waren verbaasd dat ik zo jong trouwde’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Kashif Akmal (26) werd meer gevormd door zijn geloof dan door zijn afkomst.

Kashif Akmal: „Het was een balanceeract om de wens van mijn ouders in acht te nemen en ook te doen wat mij zelf aanspreekt.”
Kashif Akmal: „Het was een balanceeract om de wens van mijn ouders in acht te nemen en ook te doen wat mij zelf aanspreekt.” Foto Walter Herfst

‘Mijn opa is in 1957 naar Nederland gekomen om imam te worden van de Mobarak-moskee in Den Haag. Mijn vader was twintig toen hij in 1984 ook naar Nederland kwam. Het kostte hem veel moeite om de taal te leren, vervolgens is hij gaan studeren aan de TU Delft. Hij is zelfstandig financieel adviseur.

„De voertaal bij ons thuis was Urdu, de taal die in Pakistan het meest wordt gesproken. Op school zorgde dat ervoor dat mijn woordenschat wat kleiner was dan die van mijn vriendjes. Mijn vader keek vaak naar Pakistaans nieuws, wij kinderen niet. Ik ben maar twee keer in Pakistan geweest, voor het laatst toen ik vijf of zes was. Mijn identiteit is veel meer gevormd door mijn geloof dan door mijn Pakistaanse afkomst.

„Al van jongs af ben ik betrokken bij de moskee, ik ben nu bestuurslid. Een groot deel van de leden is Pakistaans maar er zijn ook Marokkaanse en Nederlandse leden. Vanuit de islam voel je je ook met hen verbonden. Het gemeenschapsgevoel is groot, het wordt een soort familie. De moskee organiseert ook sociaal-maatschappelijke activiteiten. Straten vegen, bomen planten, bloed doneren.

„Mijn moeder heeft me heel bewust de islamitische waarden meegegeven. Mijn beide ouders eigenlijk, maar vanuit haar rol van huisvrouw was mijn moeder primair verantwoordelijk voor de opvoeding. De houding van mijn ouders was: omdat wij het geloof zo mooi vinden, willen we het aan onze kinderen doorgeven. Ze probeerden altijd uit te leggen waarom wij bepaalde dingen zo doen. Die uitleg vind ik van groot belang.

„Mijn vader had voor mij het beroep ‘registeraccountant’ voor ogen. Tijdens mijn studie merkte ik dat financieel-economische analyse me meer aansprak. Maar in onze cultuur wordt veel waarde gehecht aan de mening en het advies van ouders. Het was een balanceeract om de wens van mijn ouders in acht te nemen en ook te doen wat mij zelf aanspreekt. Nu werk ik bij een bank, ik maak analyses voor de financiering van grondstoffenhandelaren. Ik kom in landen waar ik nooit had gedacht te zullen komen, zoals Oekraïne.

‘Op mijn 23ste ben ik getrouwd. Nederlandse vrienden waren verbaasd dat ik zo jong trouwde. Het was wat ik noem een ‘gearrangeerd liefdeshuwelijk’. Mijn ouders leidden het proces, ik werd voorgesteld aan mijn huidige vrouw als ‘mogelijke huwelijkskandidaat’. We konden elkaar leren kennen en het besluit was aan mij om daar wel of niet mee verder te gaan.

Mijn vader keek vaak naar Pakistaans nieuws, wij kinderen niet

„In de Pakistaans-islamitische traditie is het huwelijk ook een verbintenis tussen twee families. Waar ik uitga van het gevoelsmatige, subjectieve, keken mijn ouders ook wat rationeler. Hun eigen huwelijk is ook gearrangeerd. Mijn moeder is geboren en opgegroeid in Engeland. Ze is goed bevriend met een tante van mijn – eveneens Engelse – vrouw. Zo is mijn huwelijk tot stand gekomen.

„Ik heb het gevoel dat ik voldoende vrijheid heb gehad in het proces. Het vinden van een partner is ook iets spiritueels. In gebed wend je je tot God en vraag je hem jou het beste besluit te laten nemen. Wat ik daarbij ervaarde, is een positief gevoel. Ik geloof dat dat gevoel een goddelijk element bevat.

„Ik ga heel erg mijn best doen om mijn kinderen op te voeden zoals ik zelf ben opgevoed. Wij zijn de generatie die hier is geboren en opgegroeid; wij hebben alles meegemaakt wat zij zullen meemaken. Ook het Urdu willen mijn vrouw en ik zeker doorgeven. De stichter van onze gemeenschap heeft veel boeken geschreven in het Urdu. Voor de preken in de moskee is het niet nodig, die zijn eerst in het Nederlands en dan in het Urdu.

‘Wij behoren tot de Ahmadiyya-moslimgemeenschap. We geloven dat de voorspelde messias en hervormer in de negentiende eeuw al is verschenen. In sommige landen wordt onze gemeenschap vervolgd. In Pakistan zijn wij volgens de wet niet-moslims, en mogen we ons ook niet gedragen als moslim. Als wij daar ‘salam aleikum’ zeggen, de islamitische vredesgroet, kunnen we een gevangenisstraf krijgen van drie jaar.

„Hier is vrijheid van geloof, daar ben ik heel dankbaar voor. Wel heb je de anti-islamretoriek in het publieke debat, die je het gevoel geeft dat je er niet helemaal bij hoort. Mensen gaan exotische begrippen gebruiken, zoals ‘jihad’, zonder te weten wat het inhoudt – om tweedeling te creëren.

„Als moslim heb ik soms het idee dat ik strijd lever op drie fronten. Je hebt dat publieke debat. Dan heb je bínnen het islamitische geloof de extremisten die het geloof misbruiken om wrede praktijken te rechtvaardigen. En ten derde zijn er fanatieke moslims die mij als ongelovige beschouwen.

„Het motto van onze gemeenschap is liefde voor iedereen, haat voor niemand. Uiteindelijk proberen we met liefde de harten te winnen. Ik ben optimistisch dat dat zal lukken, dat we wat dichter bij elkaar kunnen komen.”

Aanmeldingen: ditbenik@nrc.nl