Opinie

Naakte mannen ruiken zo niet

Joyce Roodnat voelt zich tekortschieten bij de tentoonstelling Dwarsverbanden in het Van Abbemuseum. De wisselwerking tussen kunstwerken was veel concreter in het Mode Museum (MoMu) in Antwerpen.

Joyce Roodnat

In de grote expositie waarvoor het Van Abbemuseum de eigen collectie uitspitte, blijf ik plakken bij het tapijt van Mercedes Azpilicueta, een geweven muurschildering die het verhaal van de kidnapping van een 16de-eeuwse Europese vrouw in Argentinië verstrengelt met de mythologie van de inheemse bevolking. Het is een koortsdroom waarin van alles opdoemt, het wervelt van de krijgers, overheersers te paard, een portret van de ontvoerde Europese vrouw (maar ondersteboven), zwemmen met een stier, Godzilla, een minstreel met de kop van een emoe, wat niet al.

Er zijn meer goeie kunstwerken te zien in het Van Abbe. Maar pas op, er is werk aan de winkel, de tentoonstelling heet namelijk ‘Dwarsverbanden’. Er is uitleg. Zo valt er te snuffelen aan een geurproject in relatie tot schilderijen: „De spanning wordt weergegeven door een fris en toch rokerig aroma”, lees ik bij een schilderij uit 1936 van Jean Brusselmans met zes naakte, zwemmende mannen. Mijn neus staat voor een raadsel.

Tja, die dwarsverbanden tussen kunstwerken. Ik voel me tekortschieten en moet denken aan mijn paniek, een kleine dertig jaar geleden, toen ik in het Amsterdamse Stedelijk Museum mijn best stond te doen op de expositie Coupletten van directeur Rudi Fuchs. Hetzelfde idee, al heette dwarsverband daar ‘wisselwerking’: ook daar was dieper inzicht de bedoeling, ook toen schoot me niks te binnen.

Kan zoiets dan niet? Jawel, als de dwarsverbanden maar niet arbitrair zijn. Als de wisselwerking maar concreet is, niet uit de mouw geschud door een autoriteit. Ik zie het in Antwerpen, in het Mode Museum (MoMu). Hun enerverende expositie E/motion zit bomvol dwarsverbanden tussen de tentoongestelde stukken. Alle ontwerpen worden gestuurd door emoties uit de actualiteit, en die varieert van #MeToo tot racisme, van heroïne tot vluchtelingen. Het modehuis Comme des Garçons rouwde over de terreuraanslagen in Parijs met een aangrijpende jas, opgebouwd uit bloedende rozen.

Comme des Garçons, collectie lente-zomer 2015. Foto Matthias De Boeck/MoMu Antwerpen

Alle kunstenaars weerspiegelen hun eigen tijd, maar modekunstenaars een beetje meer. Zij bespelen het lichaam: daarom kunnen we geen ontwerp zien zonder ons heel even voor te stellen dat wij het zelf aantrekken. En dat heeft consequenties. De modekunstenaar kan zich nooit in zichzelf terugtrekken, die moet zich altijd verhouden tot wie zijn ontwerp bekijkt. Soms wordt de modemaker onder de voet gelopen. De aanslagen van 9/11 voltrokken zich tijdens de New York Fashion Week. Het MoMu toont de kleding vol scheuren uit de ‘Medea-collectie’ van Hussein Chalayan. Indrukwekkend, maar je beseft: die kon hij die week niet meer showen. Walter Van Beirendoncks shirts met de opdruk ‘aestheticterrorists’ waren ineens zo bedreigend dat de douane ze in beslag nam.