Angelo De Augustine en Sufjan Stevens

Illustratie Daniel Anum Jasper

Interview

‘Eindelijk speelde ik weer met iemand samen, in plaats van alleen’

Sufjan & Angelo Muzikanten-vrienden Sufjan Stevens en Angelo De Augustine keken elke avond horror- en actiefilms en maakten er een nieuw album met 14 prachtige liedjes over dat vrijdag 24/9 verschijnt. Voor Sufjan Stevens was het een terugkeer naar zijn roots, na een langdurige ‘elektronische’ periode.

De muzikanten Sufjan Stevens en Angelo De Augustine vertellen over hun gezamenlijke nieuwe album, via een driehoeks-zoom. De vragen komen uit Amsterdam, de antwoorden afwisselend uit Californië, van De Augustine, en uit een dorp in de staat New York, van Stevens. In dit duo is Stevens (46), de oudere leermeester, en De Augustine (zijn leeftijd wil hij niet noemen) de nieuwkomer. Zonder beeld (De Augustine houdt niet van camera’s), is niet duidelijk wie van de geïnterviewden aan het woord is. Sufjan Stevens biedt houvast: „Ik klink opgewekt, Angelo klinkt stoned.”

Dat De Augustine dromerig klinkt was al te horen op zijn solo-albums. De singer-songwriter vertelt in wankelende lettergrepen over zijn zielenroerselen, bij een sobere begeleiding.

Sufjan Stevens daarentegen, vertegenwoordigt de romantische en lyrische kant van het folkspectrum. Hij zingt met weelderige stembuigingen, en maakt uitgebreide instrumentaties. Stevens staat bekend om meer stijlen: in zijn bijna dertigjarige carrière heeft hij allerlei genres uitgeprobeerd. Begonnen met verhalende folk, leidde hij ook symfonieorkesten en werkte met uitsluitend elektronica. Sufjan Stevens denkt graag in concepten. Zo kondigde hij ooit aan dat hij over iedere Amerikaanse staat een album zou opnemen. Hij begon met zijn geboortestaat Michigan (2003), maar strandde na twee staten. Hij maakte het album Carrie & Lowell (2015) over de relatie tussen zijn moeder en zijn stiefvader, dat een van de hoogtepunten van zijn oeuvre zou blijken. Vorig jaar verscheen een reeks van vijf EP’s, met in totaal 48 nummers, bestaand uit meditatieve elektronica, geïnspireerd door de recente dood van zijn biologische vader.

Als ik een nummer schrijf, is het alsof ik naar een film kijk. Als het goed gaat, tenminste

Sufjan Stevens muzikant

En toen kwam zijn vriend De Augustine op bezoek. De twee schreven voor de vuist weg een liedje. Dat ging zo soepel dat ze besloten een album op te nemen.

Angelo De Augustine kwam een tijdje logeren in Stevens’ huis op het platteland. De liedjes schreven ze samen, componerend op een akoestische gitaar. „Zo ging ik terug naar mijn roots, zeg maar”, zegt Stevens. „Want in de periode hiervoor had ik met elektronische instrumenten gewerkt.”

Simpel werken

Het album Ascension (2020), zijn ‘synthipop-album’, maakte Stevens in zijn eentje, met een drummachine en synthesizers. „Het was een opluchting om weer banjo en akoestische gitaar te spelen, met Angelo.”

Op de vraag waarom het een opluchting was, haalt Stevens diep adem en vuurt dan een reeks redenen af. „Het was fijn om op een simpele manier te werken. Om liedjes te schrijven met een akoestisch instrument, in plaats van elektronische apparatuur. Eindelijk speelde ik weer met iemand samen, in plaats van alleen. En ik vind het fantastisch om akoestische instrumenten te laten resoneren in een ruimte.”

Zo ontstond A Beginner’s Mind. In veertien prachtige liedjes versterken De Augustine en Stevens elkaars talent om omslachtige melodieën vloeiend te laten klinken. Uitdijende wendingen worden geolied door tegen elkaar opbiedende koortjes en zangdialogen. De verhalende toon van de nummers stamt uit folk, hun beider bakermat, maar de begeleiding is barok en uitvoerig.

De Augustine werkte voor het eerst met iemand samen. „Gelukkig met een gelijkgestemde ziel, die net zoveel belang hecht aan de juiste woorden en de melodie als ik.”

Stevens bedacht ook nu een ‘thema’ van het album: zijn eigen favoriete films. „Toen Angelo bij me was, hadden we een duidelijke indeling: we werkten overdag, ’s avonds keken we films. Horror, actie, klassiekers, sciencefiction, B-films, van alles.”

Filmische liedjes

Stevens houdt van horror. De Augustine niet: „Ik vind horror eng. Bij Evil Dead was ik bang.” Verwijtend: „Jij zei toen ‘Dat huis waar al die mooie mensen vermoord werden, is precies zo’n huis als dit’.”

Stevens lacht. „Ik hou van films met aliens en monsters. Sterker nog, ik ben er aan verslaafd. Horror is mijn junk food.”

Ze besloten om de teksten van de liedjes te baseren op films. Zo is de tekst van ‘Back To Oz’ geïnspireerd door Return To Oz, ‘Murder And Crime’ door Mad Max en ‘The Pillar of Souls’ door Hellraiser. Naar de films wordt meestal op een associatieve manier verwezen, en soms letterlijk, zoals het personage ‘Clarice’ in ‘Cimmerian Shade’ – gebaseerd op The Silence of the Lambs.

„Liedjes hebben van zichzelf al een filmische kwaliteit”, zegt Stevens. „Als ik een nummer aan het schrijven ben, is het alsof ik naar een film kijk. Als het goed gaat, tenminste.”

De twee muzikanten deden research naar de films, en kwamen daarbij bijzondere woorden tegen. De Augustine: „Soms archaïsch, soms specialistisch. We wilden die woorden in de teksten inpassen.” Termen als ‘Cimmerian’ (een vroeg-Europees ruitervolk), ‘autogynophilia’ (mannelijke seksuele opwinding bij de gedachte van zichzelf als vrouw) en ‘sentry’ (cipier), hebben, zegt De Augustine, een sensuele kwaliteit. Al moesten ze puzzelen op het metrum.

De twee muzikanten zijn goed in het bedenken van melodieën. De vraag is wanneer een melodie in hun ogen geslaagd is. Volgens De Augustine bestaan er geen goede of slechte melodieën, bij hem gaat het om een „instinctieve waardering” voor een bepaalde notensequentie.

Stevens noemt het „een gevoel van verrassing” dat hem overvalt. „Als ik verrast ben door mijn eigen liedje, ben ik op de goede weg.” Bij A Beginner’s Mind had hij veel van die momenten. „In bijna elk nummer gebeurde iets onverwachts. We ontdekten nieuwe intervallen, of een andere manier om onze stemmen te laten samenklinken. Muziek is als een wiskundig probleem dat je oplost: chaos organiseren tot een harmonisch geheel. En dat op meerdere niveaus: esthetisch, emotioneel, technisch.”

Ons driehoeksgesprek loopt ten einde. In Californië is het ochtend, in de staat New York al middag. De Augustine gaat ontbijten, Stevens gaat de tuin in. Sinds zijn verhuizing naar het platteland is hij een echt buitenmens, zegt hij. „Ik draag afgeknipte broeken en Crocs. En mijn laatste grote aanschaf? Een tractor.”

Het album A Beginner’s Mind verschijnt vrijdag 24 sept bij Konkurrent. Inl: konkurrent.nl