Het einde van de verhuurderheffing is nu echt nabij

Verhuurderheffing De omstreden verhuurderheffing raakt corporaties die goedkope huurwoningen aanbieden hard. De Tweede Kamer heeft het gemunt op de belasting, die niet het gewenste ‘duwtje richting meer markt’ bleek te geven.

Lilian Marijnissen (SP), Rob Jetten (D66) en Geert Wilders (PVV) voeren het woord bij de Algemene Beschouwingen. In vak K de ministers Hugo de Jonge en Wopke Hoekstra met premier Mark Rutte.
Lilian Marijnissen (SP), Rob Jetten (D66) en Geert Wilders (PVV) voeren het woord bij de Algemene Beschouwingen. In vak K de ministers Hugo de Jonge en Wopke Hoekstra met premier Mark Rutte. Foto’s David van Dam

De kop van Jut is-ie tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen: de verhuurderheffing. Een groot deel van de Tweede Kamer ziet de belasting die woningcorporaties over hun huizenvoorraad betalen het liefst zo snel mogelijk verdwijnen, zo viel woensdag te horen. Nieuw is dat niet: al geruime tijd is een Kamermeerderheid vóór afschaffing. Alleen de coalitiepartijen van Rutte III hielden dat tegen. Nu de oude coalitie verkruimelt en de begroting tot nieuwe onderhandelingen dwingt, lijkt het einde voor de heffing nabij.

Lees ook de analyse van de Beschouwingen: Kamer ruikt kansen na verbrokkelen coalitie

Grote particuliere verhuurders als prins Bernhard jr. en Wybren van Haga (tevens Kamerlid) betalen hem niet, woningcorporaties die goedkoop verhuren wel: de verhuurderheffing blijft acht jaar na invoering omstreden. Het onafhankelijke Kamerlid Pieter Omtzigt klonk er woensdag nog altijd verbaasd over. „Noem mij één land ter wereld, één land behalve Nederland, dat een speciale belasting heeft op betaalbare sociale huurwoningen”, zei de oud-CDA’er.

Het hoofddoel van de verhuurderheffing was ‘het generen van inkomsten’

Toen de verhuurderheffing in 2013 werd ingevoerd, was de economische crisis amper voorbij. Dat was geen toeval. Het hoofddoel, zo maakte het kabinet-Rutte II direct duidelijk in de toelichting bij de wet, was „gelegen in het genereren van inkomsten”. Extra inkomsten, die het sobere hervormingskabinet van VVD en PvdA goed kon gebruiken. Voortaan moesten verhuurders die meer dan tien – nu: meer dan vijftig – woningen bezaten in de sociale sector belasting afdragen over de waarde van hun woningbezit. De opbrengsten, in 2013 nog een schamele 50 miljoen euro, groeiden snel, tot 1,8 miljard nu.

Maar de verhuurderheffing was vanaf het begin ook bedoeld om de woningmarkt een duw te geven. Met name de VVD was allesbehalve gelukkig met het feit dat een kwart van de Nederlanders woont in een sociale huurwoning, waarmee de Nederlandse sociale huursector wereldwijd een koppositie inneemt. Konden veel van die mensen niet in de vrije sector huren of een eigen woning kopen? Dan konden de woningcorporaties zich voortaan beperken tot armlastige en kwetsbare bewoners.

Corporaties hadden het verbruid

Dat moest de verhuurderheffing oplossen. Als je de corporaties zou belasten voor de waarde van hun bezit, konden ze immers twee dingen doen. Óf ze zouden een hogere huurprijs vragen aan hun huurders – daarvoor verruimde het kabinet de mogelijkheden. Dat zou de vrije huursector competitiever maken, en ook een koopwoning aantrekkelijker. Óf de corporaties konden kiezen hun mooiste en meest waardevolle panden te verkopen. Dat zou ze belasting schelen en genoeg geld opleveren om goedkope woningen te blijven bouwen, voor hun nieuwe doelgroep.

Wat hielp was momentum. Anno 2013 stonden de corporaties er slecht op. De ingetogen bestuurders van de oude woningbouwverenigingen hadden in korte tijd en op aansturing van de politiek plaatsgemaakt voor snelle jongens. De corporaties moesten zich meer gedragen als marktpartijen – en dat deden ze. Directeuren verhoogden hun salarissen, de hoogste bazen reden rond in Maserati’s, Vestia ging de mist in met gespeculeer op de beurs en Woonbron vergooide honderden miljoenen aan de aanschaf en renovatie van cruiseschip SS Rotterdam. Zelfs de PvdA zag er dan ook weinig bezwaar in de heffing te steunen. Medelijden met de corporaties hoefde je niet te hebben.

De VVD beweegt nu ook

Beweging op de woningmarkt kwam er, maar niet zoals gehoopt. Woningcorporaties bouwden al snel fors minder nieuwe huizen, van bijna 30.000 nieuwe huizen in 2013 naar 15.000 twee jaar later. Doordat corporaties in een hoger tempo sloopten en verkochten, slonk hun totale woningbezit zelfs jarenlang. Het aantal huurwoningen in de vrije sector groeide wel, zoals het kabinet onder woonminister Stef Blok (VVD) wenste, maar kon de vraag niet bijbenen.

Lees ook over dit kiezersonderzoek dat NRC liet uitzoeken: Aan de flanken radicaliseert een deel van de kiezers

Daardoor kwam ook weinig terecht van de betaalbare huren die de liberalisering moest bieden. Wie dat kon bleef sociaal huren, maar de lange wachtrijen daar stuwden ondertussen wel de huurprijzen in de vrije sector tot steeds hogere niveaus.

Pas nu de coalitie van Rutte III uit elkaar lijkt te vallen, ruikt de oppositie haar kans voorgoed een einde te maken aan de belasting. Eerder hield de coalitie de afschaffing tegen. De hoop is dat ChristenUnie, CDA en D66 zo’n voorstel nu wel aan een meerderheid zullen helpen.

Met dat voorgevoel leek zelfs de VVD woensdag tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in beweging te komen. Volgens waarnemend fractievoorzitter Sophie Hermans viel ook met haar partij te praten over een verlaging, al moest daar dan wel een verplichting aan de corporaties tot de bouw van extra woningen tegenover staan.

Het klonk alsof zelfs de VVD een nieuwe toon aansloeg. Alhoewel: zo’n bouwverplichting in ruil voor een korting had de partij ook in het verkiezingsprogramma opgenomen.