Reportage

Corona raakt de Australische outback hard, door wantrouwen en achterstelling

Australië Aboriginal bewoners van Australië voelen zich tijdens de pandemie vergeten door een overheid die zij met argwaan bekijken.

Monica Kerwin, een aboriginal vrouw van de Barkindji-stam.
Monica Kerwin, een aboriginal vrouw van de Barkindji-stam. Foto Meike Wijers

Voorzichtig loopt Monica Kerwin (52), een aboriginal vrouw van de Barkindji-stam, naar de oever van de rivier Darling, die dwars door haar dorp stroomt. Ze woont in Wilcannia, een kleine gemeenschap elf uur rijden ten westen van Sydney. De zachte rode klei aan de waterkant is glad. „Deze rivier is onze levensader, het is een belangrijke spirituele plek voor de aboriginal gemeenschap in dit gebied. Dit is de basis van veel herinneringen, het is een belangrijke voedselbron en ons medicijn”, zegt ze.

Ooit was de rivier een drukke waterweg en had het dorp een levendige haven, maar daar is weinig van over. De oude hefbrug die in 1896 werd gebouwd staat er nog wel. Kerwin komt hier de laatste tijd regelmatig om troost te zoeken. Maar de rivier kan de aboriginal gemeenschap van Wilcannia nu niet genezen. Het dorp met ruim zevenhonderd inwoners is sinds een paar weken getroffen door een golf coronabesmettingen. Inmiddels heeft bijna 15 procent van de bevolking het virus te pakken.

Ruim 60 procent van de inwoners van Wilcannia is Aboriginal. Het dorp is stil en uitgestrekt, de huizen liggen ver uit elkaar. De hoofdstraat is geasfalteerd, verder zijn er vooral zandwegen. In de overgroeide berm liggen afgedankte auto’s op hun zij. In het dorp is één supermarkt, een tankstation en een klein ziekenhuis.

De rivier Darling bij Wilcannia heeft voor de aboriginal gemeenschap een spirituele betekenis.

Corona kan uitlopen op een ramp voor deze kwetsbare gemeenschap. Want de lokale gezondheidskliniek heeft slechts één gebrekkige beademingsmachine. Als mensen hier echt ziek worden, moeten ze minstens twee uur reizen naar een groter ziekenhuis, al is dat gelukkig nog niet gebeurd.

Kerwin begrijpt dan ook niet waarom de Australische overheid zo lang heeft gewacht om actie te ondernemen. „We wisten hoe verwoestend het virus zou zijn”, zegt ze, vanachter een mondkapje met cirkels gevormd van stippen in verschillende kleuren, online gekocht van een aboriginal kunstenaar. „We vroegen een jaar geleden al om ons dorp af te sluiten van de buitenwereld, we wilden dat er barricades neergezet zouden worden. Maar die roep om hulp was aan dovemansoren gericht.”

Al vanaf het begin van de pandemie wordt er gewaarschuwd voor een drama indien het virus zich zou verspreiden in aboriginal gemeenschappen. Onlangs lekte uit dat een bekende aboriginal organisatie al in maart 2020 een brandbrief schreef aan de Australische minister van aboriginal zaken. Minister Ken Wyatt werd opgeroepen tot „dringende en urgente actie” om deze kwetsbare groep te beschermen.

Wantrouwen

Kerwin heeft zich ontpopt als woordvoerder van de gemeenschap, nadat ze Wilcannia op de kaart zette met een emotionele Facebookvideo. Daarin vroeg ze om hulp voor een jonge aboriginal vrouw die met corona was weggestuurd bij het ziekenhuis. Ze kent elk aboriginal gezin in het dorp. „De mensen die corona krijgen zijn doodsbang. Ze weten niet waar ze naartoe moeten, er was niets voor ze geregeld”, zegt ze.

Sinds haar video viraal ging, staat het dorp symbool voor de trage respons van de Australische overheid op de risico’s van coronabesmettingen in de outback – het verre binnenland. Die staat in schril contrast met de reactie in metropool Sydney, waar het gros van de beschikbare coronavaccins naartoe wordt gestuurd.

Ik vertrouw de overheid niet, en dat zal ook nooit gebeuren

Monica Kerwin aboriginal activist

De aanvankelijk haperende vaccinatiecampagne in Australië is de afgelopen weken op gang gekomen: in de staat New South Wales, waar zowel Wilcannia als Sydney ligt, heeft nu 55 procent van de bevolking twee prikken gehad, en 83 procent ten minste één. Maar al is de aboriginal gemeenschap in het Australische vaccinatieplan aangemerkt als een prioriteit, toch loopt de vaccinatiegraad van aboriginal Australiërs met minstens 20 procentpunt achter op de rest van de bevolking. Volgens minister Wyatt komt dat door wantrouwen bij veel aboriginal groepen.

In Wilcannia staan mensen inderdaad niet te springen om zich te laten vaccineren. Dat geldt ook voor Kerwin: „Ik ben heel sceptisch. Ik vertrouw de overheid niet, en dat zal ook nooit gebeuren. Zij zijn verantwoordelijk voor de enorme puinhoop in mijn gemeenschap.”

Lees ook ‘Onze prachtige cultuur werd in twintig jaar uitgeroeid’

Achterstelling

Dat wantrouwen is te verklaren. Aboriginal gemeenschappen zijn kwetsbaar omdat ze sowieso al achtergesteld worden in de Australische samenleving. De oorspronkelijke bewoners van Australië maken zo’n 3 procent uit van de huidige bevolking. Ze leven gemiddeld acht tot negen jaar korter dan de rest van het land. Onder de aboriginal gemeenschap komen veel chronische ziekten voor, zoals overgewicht. De werkloosheid is hoog en ze maken een onevenredig groot deel uit van de gevangenispopulatie.

Bij die achterstelling heeft de overheid een grote rol gespeeld, zoals bij de zogenaamde ‘gestolen generaties’. Zo'n honderdduizend aboriginal kinderen zijn tussen 1910 en 1970 bij hun ouders weggerukt. Bewust beleid van de regering om Australië een zo wit en westers mogelijke identiteit te geven. Dit heeft voor veel ellende gezorgd, waar ook huidige generaties nog last van hebben.

Volle huizen

Daarnaast is overbevolking in dorpen zoals Wilcannia een groot probleem. Er zijn niet genoeg huizen voor alle inwoners, waardoor veel mensen bovenop elkaar leven. Een rijke voedingsbodem voor het coronavirus, zeker als het gaat om de besmettelijke Deltavariant. Veel mensen wonen met grote gezinnen.

Leetisha Jones (40) woont samen met haar acht kinderen in een gelijkvloerse bungalow. Haar huis staat aan de rand van het dorp aan een zandpad. De blauwe lucht steekt fel af tegen de rode aarde. In de tuin hangt was te drogen in de brandende zon. De achtertuin loopt over in de bush. Een uitgestrekte vlakte met enkele weerbarstige struiken. De Australische flora is hard en stekelig, met soms verrassend delicate bloemen. Het is lente in Australië, de wattle staat in bloei. De bloesem lijken op kleine gele pompoms.

Leetisha Jones met haar dochters. Foto Meike Wijers

Jones probeert zich te houden aan de oproep binnen te blijven, maar dat is moeilijk in een huis met acht mensen en drie slaapkamers. Haar jongste dochter is zes, haar oudste zoon die nog in huis woont is 18 jaar oud. Een andere zoon, van 19, woont met zijn partner en kind in een dorp een paar uur verderop. Een aantal van haar kinderen slaapt noodgedwongen op matrassen in de tuin. „Ik probeer mijn kinderen zoveel mogelijk te beschermen, want als één van hen ziek wordt dan worden we allemaal ziek”, zegt Jones. „Daar lig ik ‘s nachts wakker van.”

Heldere communicatie over de gevaren van het virus en het belang van vaccinaties is cruciaal, maar de campagnes van de overheid bereiken de outback nauwelijks. „De overheid bekommert zich nooit om ons”, zegt Jones. Pas sinds de besmettingen oplopen in het dorp heeft ze regelmatig te maken met politie en het leger die zijn ingevlogen om te helpen. De manier waarop de regering hulp aanbiedt laat volgens Jones te wensen over. Ze voelt zich opgejaagd. „Dit is Barkindji land, het is ons land. Ze walsen hier zomaar binnen en lopen over ons heen”, zegt ze.

Vier weken na de eerste besmetting in Wilcannia is hulp vanuit de overheid gearriveerd. Er zijn campers neergezet op de parkeerplaats, zodat mensen in overvolle huizen die besmet zijn met het virus zich kunnen afzonderen.

Dez White van de corona-hulpdienst. Foto Meike Wijers

Structurele hulp

Dez White is verantwoordelijk voor het basiskamp voor de hulpdiensten. Normaal gesproken coördineert ze noodkampen voor de brandweer tijdens het bosbrandseizoen, een crisis als deze heeft ze niet eerder meegemaakt. Al vijfentwintig jaar werkt ze bij de brandweer. Ondanks de hitte heeft ze een stevige, felgele veiligheidsjas aan. Het kamp aan de rand van het dorp is zelfvoorzienend en ruim honderd zorgverleners, brandweer, politie en het leger kunnen hier bivakkeren. „Het is jammer dat het virus hier terecht is gekomen, maar we zijn hier om te helpen. Ik vertrouw erop dat dit ook gaat lukken”, zegt White. Ze schat dat het kamp ongeveer een maand in het dorp blijft.

Maar Jones vindt dat er structurele hulp nodig is. „Als dit allemaal voorbij is, wonen we hier nog steeds met veel te veel mensen in kleine huizen. Dan is de hulp er niet meer, en laten ze ons weer achter in deze situatie.”

Lees ook Frustratie groeit om trage vaccinatiecampagne in ‘zero Covid’-land Australië

Haar dochter Larissa (14) is bang dat ze het virus krijgt. Ze heeft verschillende familieleden en vrienden die zijn besmet. Sommigen hebben dagen in een tent in de voortuin gebivakkeerd, omdat ze zich nergens anders konden afzonderen. Hoewel Larissa zich thuis verveelt en veel ruzie maakt met haar broers en zussen, wil ze zich aan de coronaregels houden. „Niet iedereen doet dat”, zegt ze. „Daarom is er zoveel politie in ons dorp denk ik. Het is een dodelijke ziekte en niet iedereen neemt dat serieus.”

De oproep van Kerwin op sociale media heeft bij veel Australiërs een snaar geraakt. Vrijwilligers uit de wijde omgeving zijn naar Wilcannia getrokken met ladingen brood, zoetigheid, vlees en groenten. Een online inzamelingsactie heeft meer dan 100.000 Australische dollar opgeleverd (ruim 62.000 euro). Een aantal aboriginal mannen van een dorp een paar uur verderop, is op kangoeroes gaan jagen. Het vlees wordt uitgedeeld onder de aboriginal gemeenschap. Kerwin heeft geen goed woord over voor de overheid, maar is de Australische bevolking enorm dankbaar. „Zij hebben sneller gereageerd dan de regering. Ik had nooit verwacht dat mijn video zoveel zou losmaken.”

Kerwin heeft zes kinderen en kleinkinderen. Haar jongste kleindochter is net geboren. Ze heeft de baby nog niet vast kunnen houden vanwege de coronamaatregelen. Zodra het kan, wil ze met haar kleindochter en familie naar de Darling-rivier. „Al mijn kinderen en kleinkinderen heb ik gewassen in deze rivier, het is een spirituele manier om ons te verbinden aan onze voorouders. Dat kan niemand me afnemen.”