Waar gaat het geld naartoe? Zorg en onderwijs delven in ieder geval het onderspit

Rijksbegroting 2022 Het demissionaire kabinet-Rutte III maakte een begroting met twee gezichten. Aan klimaat en veiligheid wordt flink meer uitgegeven, sectoren als zorg en onderwijs krijgen er weinig bij.

Illustraties Britt Planken

Grote nieuwe keuzes voor de langere termijn zijn aan een volgend kabinet, zei koning Willem-Alexander in de Troonrede. Zo werkt het bij begrotingen in een demissionaire periode: de échte keuzes moeten gemaakt worden door het nieuwe kabinet. Maar dit jaar zit het demissionaire kabinet-Rutte III in een lastige positie: écht beleidsarm begroten, dat gaat niet. De coronacrisis is niet voorbij, er moeten klimaatmaatregelen worden genomen om aan het Urgenda-vonnis en internationale afspraken te voldoen, er is dringend behoefte aan versterking van de rechtsstaat na de moord op Peter R. de Vries.

Ook het tekort aan huizen is een probleem dat niet kan wachten, vinden vrijwel alle partijen in de Tweede Kamer. Zeker omdat de formatie van een nieuw kabinet na een half jaar verder weg lijkt dan ooit. En: er is toch geld genoeg? Het Centraal Planbureau berekent voor volgend jaar een economische groei van 3,5 procent, en dit jaar van 3,9. Dat verhoogt de druk op het kabinet om tóch weer nieuw beleid te maken.

Dat maakt deze begroting dubbelhartig: aan de ene kant geeft het kabinet in sommige sectoren fors meer uit, met name als het gaat om klimaatbeleid. Maar in veel andere sectoren staat de beleidsmachine grotendeels stil. De zorgsalarissen gaan niet omhoog, hoewel de Tweede Kamer daarom heeft gevraagd. Grote nieuwe uitgaven in het onderwijs blijven uit, terwijl daar grote en dringende problemen zijn. Het lerarentekort wordt steeds nijpender, en door de coronacrisis zijn leerachterstanden in alle lagen van het onderwijs ontstaan.

Hoewel in de Troonrede werd gewezen op „de onrust en onzekerheid” die burgers voelen in een klimaat van polarisatie, en onderzoek van I&O Research in opdracht van NRC dinsdag aantoonde dat het vertrouwen in politiek en instituties is gekelderd, biedt de Rijksbegroting voor 2022 geen nieuwe plannen of maatregelen die bedoeld zijn om het groeiende gevoel van wantrouwen of onzekerheid weg te nemen.

De huurders

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
De wooncrisis is voorlopig niet opgelost

Zullen ze er snel iets van merken? De starters op de woningmarkt, die zoeken naar beschikbare en – vooral – betaalbare huizen? De huurders, die een steeds groter deel van hun inkomen kwijt zijn aan een hoge huur? Het kabinet belooft hen beterschap en steekt extra geld in het bestrijden van de wooncrisis, maar voor een echte oplossing zullen ze langer moeten wachten.

Het grootste bedrag, de woningbouwimpuls van 1 miljard euro, wordt uitgesmeerd over de komende tien jaar. Het extra potje geld verscheen op het laatste moment in de nieuwe begroting, op aandringen vanuit de coalitie. Het demissionaire kabinet wil graag laten zien dat het de wooncrisis serieus neemt.

Het geld moet vooral de bouw van betaalbare huizen ten goede komen die zonder subsidie niet rendabel zijn. Vorig jaar lanceerde het kabinet ook al zo’n fonds van 1 miljard euro voor woningbouw: dat moet uiteindelijk de bouw van meer dan honderdduizend woningen versneld mogelijk maken. Toch zal het lang duren voordat die huizen er staan – en worden de hoge prijzen in belangrijke mate de hoogte in gestuwd door de financiële ruimte van kopers en huurders, zo waarschuwen experts, en niet het woningaanbod.

De grootste meevaller in de woonbegroting was al in februari beklonken en belandt bij de sociale huur. Toen stemde de Tweede Kamerfractie van de VVD tot veler verrassing in met het voorstel van de SP om de huren van huurders bij corporaties en commerciële verhuurders in de sociale sector vanwege de coronapandemie een jaar lang niet te verhogen. De huurbevriezing – die 200 miljoen euro kost – scheelt sociale huurders gemiddeld zo’n zes euro per maand.

Van de meest omstreden post op de woonbegroting – de verhuurderheffing – blijft het kabinet grotendeels af. De belasting voor woningcorporaties wordt weliswaar met 30 miljoen euro verlaagd, maar dat komt neer op niet meer dan twee procent van de 1,5 miljard euro die de belasting jaarlijks oplevert. Al jaren klagen de corporaties dat ze door de verhuurderheffing, ingevoerd tijdens Rutte II, geen geld overhouden om huizen te bouwen. Ook Ollongren rekent erop dat de verhuurderheffing uiteindelijk zal sneuvelen, zei ze al – maar die taak laat ze aan een nieuw kabinet.

Terug naar boven

De ondernemers en klimaatmaatregelen

Economische Zaken en Klimaat
Ook grote bedrijven moeten energie gaan besparen

Grote industriële bedrijven word en wettelijk verplicht om energie te gaan besparen. Middelgrote en kleinere ondernemingen moeten al langer energiebesparende maatregelen nemen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend.

De grote bedrijven, die in Europees verband (ETS) moeten betalen voor hun CO2-uitstoot, zijn tot nog toe gevrijwaard van die plicht. Om ervoor te zorgen dat de verplichting om energie te besparen niet een papieren tijger blijft, wil het kabinet meer geld vrijmaken voor handhaving.

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat maakte op Prinsjesdag bekend in totaal 6,8 miljard euro extra uit te trekken voor de klimaatopgave. In de Miljoenennota wordt toegegeven dat in Nederland „de emissiereductie sinds 1990 nog relatief beperkt is vergeleken met andere Europese landen”.

Een deel van de extra uitgaven, goed voor 1,3 miljard, wordt gestoken in infrastructuur. Zo wordt er 750 miljoen euro gestoken in het ombouwen van het bestaande gasnet tot een waterstofnet. Dat netwerk moet vooral clusters van industriële bedrijven (zoals bij Rijnmond en in Zuid-Limburg) met elkaar verbinden. Ook gaat er ruim 120 miljoen naar het warmtetransportnet in Zuid-Holland. Via dit netwerk krijgen bedrijven en huizen in Den Haag, Delft en Leiden warmte uit de Rotterdamse haven.

Bedrijven zien ook de subsidies voor duurzaamheid (SDE++) met 3 miljard toenemen en dat geld wordt niet meer via de energierekening opgehaald. Ook voor de consument komt er meer subsidie. Wie een hybride warmtepomp aanschaft kan rekenen op financiële steun van 1.000 tot 2.100 euro. Een hybride warmtepomp is de elektrische vervanger van een cv-ketel die alleen op koude dagen op gas draait.

Opmerkelijk is het voornemen om de mogelijkheden om CO2 ondergronds op te slaan te vergroten. De afgesproken maximale opslag – volgens het Klimaatakkoord ruim 10 miljoen ton – is een moeizaam compromis tussen industrie en milieubeweging. De milieuorganisaties vrezen dat de opslag van CO2 (CCS genoemd) de verduurzaming bij bedrijven vertraagt. De Miljoenennota meldt dat de maximale opslag met 2,5 miljoen wordt verhoogd, maar EZK werkt die beslissing verder niet uit.

Terug naar boven

Ouders Toeslagenaffaire

Financiën
Steeds meer gedupeerden, steeds meer geld

De prijs van het aanrichten van „letterlijk en figuurlijk onrecht”, zoals koning Willem-Alexander de Toeslagenaffaire in de Troonrede noemde, is 5,2 miljard euro – op zijn minst. Zoveel geld verwacht de overheid in totaal kwijt te zijn aan het compenseren van de gedupeerden: de getroffen ouders, hun eventuele ex-partners, hun kinderen.

Dat bedrag is nog eens 2,2 miljard meer dan het kabinet eerder dacht kwijt te zijn aan de compensatie van mensen die kinderopvangtoeslag ontvingen en in de problemen kwamen door de op hol geslagen fraudejacht van de Belastingdienst. „Het aantal gedupeerden dat zich meldt, is namelijk groter dan eerder werd verwacht”, zo valt te lezen in de Miljoenennota. Inmiddels hebben al 46.000 mensen zich bij de overheid gemeld als slachtoffer.

Eind vorig jaar kondigde het kabinet aan dat de meeste getroffenen in aanmerking komen voor de ‘Catshuisregeling’: 30.000 euro. Daarnaast neemt het kabinet voor honderden miljoenen aan publieke en private schulden over.

Het zal niet de laatste keer zijn dat het kabinet extra geld moet reserveren. Zo moet er nog een oplossing gevonden worden voor mensen die in de problemen kwamen met andere toeslagen dan de kinderopvangtoeslag, zoals de huurtoeslag. Om de dienstverlening en informatievoorziening van de overheid te verbeteren, een les uit het handelen in de Toeslagenaffaire, trekt het kabinet 3,6 miljard uit.

Terug naar boven

De leraren

Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
Het lerarentekort wordt niet opgelost

Aan lovende woorden over leraren en onderwijs geen gebrek in de Miljoenennota. Het belang ervan „kan moeilijk worden overschat”. En: „Het aantal en de kwaliteit van leraren en schoolleiders heeft de hoogste prioriteit, want goed onderwijs begint bij hen.” Precies daar zit „de uitdaging” van het demissionaire kabinet: er zijn niet genoeg leraren en het tekort loopt de komende jaren nog verder op.

Het is een van de meest fundamentele en hardnekkigste problemen waar het onderwijs op dit moment mee kampt, naast de toenemende kansenongelijkheid en afnemende lees- en rekenprestaties van leerlingen. Maar de leraar die op structurele oplossingen hoopte, zoals een salarisverhoging en kleinere klassen, vindt die niet in de begroting voor 2022.

Wel worden de coronamiljarden in de schijnwerpers gezet: de 8,5 miljard euro van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) die het kabinet begin dit jaar beschikbaar stelde om de onderwijsachterstanden als gevolg van corona weg te werken. Veel geld, maar geld met een beperking: het bedrag is incidenteel, moet binnen twee jaar worden uitgegeven en kan dus níet worden gebruikt om structureel meer leraren aan te trekken of bijvoorbeeld de loonkloof tussen het basis- en voortgezet onderwijs te dichten.

Bovendien hebben de miljarden een onbedoeld bijeffect: vooral de bijlesindustrie lijkt ervan te profiteren. Ironisch genoeg werkt het NPO in sommige opzichten zelfs averechts: er zijn op korte termijn nóg meer leraren nodig om extra lessen te geven, waardoor scholen nog harder moeten concurreren om personeel. Met name scholen in het speciaal onderwijs en scholen in achterstandswijken zijn hier de dupe van. Hun leraren werden net voor de zomervakantie met het NPO-geld ‘weggelokt’ door detacheringsbureaus of door scholen in minder problematische wijken buiten de grote steden.

Het extra salaris dat het kabinet al eerder beloofde voor leraren op scholen in zwakkere wijken (want „de beste docenten zijn nodig op de meest uitdagende plekken”) zal voor de meeste leraren het verschil niet maken. Onderwijsbond AOb dreigt in een eerste reactie al met „acties” als er geen structureel geld bijkomt in de formatie en noemt de begroting „een gotspe”.

Terug naar boven

De werknemers

Sociale Zaken
Goed nieuws voor ouders maar niet voor flexwerkers

Goed nieuws voor werknemers die binnenkort een kind verwachten: vanaf 2 augustus worden de verlofregelingen voor hen nóg verder uitgebreid. De laatste jaren is het partnerverlof al verruimd van twee dagen naar zes weken, waarvan de eerste week volledig en de rest deels wordt doorbetaald. Het ouderschapsverlof, dat vaders en moeders daarna kunnen opnemen, is nu nog onbetaald – tenzij werkgevers een ruimere regeling hebben getroffen. Dat verandert in augustus. Van de 26 verlofweken die vaders en moeders kunnen opnemen, worden er negen deels betaald. Jonge ouders krijgen een UWV-uitkering die de helft van hun loon bedraagt, mits zij dit opnemen voor de eerste verjaardag van hun kind.

Het is een van de twee grote wetsvoorstellen waar demissionair minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) nog hard aan werkt, naast de nieuwe pensioenwet, die voortvloeit uit het pensioenakkoord van 2019 met vakbonden en werkgevers. De Tweede Kamer heeft de nieuwe verlofwet niet controversieel verklaard, omdat een EU-richtlijn Nederland verplicht die snel in te voeren.

Geen nieuws – en daarmee slecht nieuws – bevat Koolmees’ begroting voor flexwerkers en zzp’ers die liever een vast contract zouden krijgen. Zoals de minister al eerder aankondigde, laat hij verdere besluitvorming over de kloof tussen vast en flexibel werk over aan een volgend kabinet.

En dat terwijl de commissie-Borstlap in januari 2020 had opgeroepen om hier haast mee te maken. Deze gezaghebbende commissie, onder leiding van oud-topambtenaar Hans Borstlap, adviseerde het kabinet over nieuwe regels voor werk.

De uitzonderlijk grote hoeveelheid flexwerk moet worden ingeperkt, schreef de commissie. En de overheid mag hier niet zoveel vertraging laten ontstaan als bij de klimaat- en stikstofdiscussie gebeurd is, zei Borstlap erbij. „Dat leidt echt tot maatschappelijke en sociale schade.”

Koolmees had graag „meer willen doen” om Borstlaps adviezen uit te werken, zei hij vorig jaar in de Tweede Kamer. Maar door de uitbraak van het coronavirus moesten zijn ambtenaren aan de slag met steunregelingen. Voor de arbeidsmarkthervorming hadden zij toen, zei de minister, „helaas geen tijd en ruimte” meer.

Terug naar boven

De ontwikkelingslanden

Buitenlandse Zaken
Democratisch geluid

Volgens Buitenlandse Zaken is „een stevig democratisch geluid” nodig in reactie op internationale ontwikkelingen „waarbij het recht van de sterkste steeds vaker zegeviert”. Afgelopen jaar was dat lastiger door forse extra uitgaven voor de hulp aan Nederlanders die door de coronacrisis vastzaten in het buitenland. Dat wordt in 2022 weer afgebouwd. Ook bij het ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking worden in de begroting (3,3 miljard euro) andere accenten gelegd. Voor ontwikkelingslanden komt er meer geld dan voorheen om de gevolgen van corona, klimaatverandering en humanitaire crises op te vangen.

Terug naar boven

De automobilisten

Infrastructuur en Waterstaat
Stimulans voor aankoop goedkope elektrische auto’s

Weinig zicht op meer asfalt om de filedruk weg te werken. De maximumsnelheid die voorlopig nog op 100 kilometer per uur blijft staan. Maar wel extra miljoenen om de aanschaf van nieuwe of tweedehands elektrische auto’s te stimuleren: de begroting van Barbara Visser (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) biedt de particuliere automobilist volgend jaar vooral meer ruimte om te verduurzamen. Het kabinet trekt volgend jaar zo’n 600 miljoen euro extra uit om elektrisch rijden te stimuleren. In 2030 moeten alle nieuwe auto’s emissievrij zijn, zo is in het klimaatakkoord afgesproken. En zover is het nog lang niet. Iets meer dan 1 procent van het Nederlandse wagenpark is elektrisch. Maar vanaf 2030 moeten er 1,9 miljoen elektrische auto’s op de weg zijn.

De aanschaf van elektrische auto’s wordt nu al gesubsidieerd, maar dat betreft vooral de zakelijke leasemarkt. Minister Visser wil volgend jaar vooral de verkoop van goedkopere auto’s op de particuliere markt stimuleren. De lagere fiscale bijtelling gaat voor de dure elektrische auto omhoog. En er komen miljoenen extra aan subsidie bij om juist goedkopere auto’s op de particuliere markt aan te schaffen.

Die subsidieregeling was er de afgelopen twee jaar ook al, maar het budget voor nieuwe auto’s was in januari al op, dat voor tweedehands in augustus. In totaal was er tot eind 2025 252 miljoen euro beschikbaar voor de particuliere aanschaf van elektrische auto’s. Daar komt nu 90 miljoen euro bij, zo blijkt uit de begroting van Visser.

Het is de vraag of dat genoeg is. De afgelopen jaren is het nauwelijks gelukt om elektrisch rijden te stimuleren, zo bleek maandag uit onderzoek van TNO. Gesubsidieerde, schone auto’s verdwenen op grote schaal naar het buitenland. Te duur op de Nederlandse tweedehandsmarkt. Terwijl ‘vieze buitenlandse auto’s’ daar juist goedkoper werden door strengere milieuregels en dus gretig aftrek vonden op de Nederlandse markt.

Precies die trend wil het kabinet vanaf volgend jaar keren. Met rekeningrijden als sluitstuk van dat beleid, zouden vuile auto’s geweerd of ontmoedigd worden. Maar daar wordt in de I&W-begroting niet over gerept. Besluitvorming daarover is aan de formatie en een nieuw kabinet.

Terug naar boven

De boeren

Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Beslissingen over boeren schuiven door naar formatie

Boeren moeten „verduurzamen”, „vergroenen”, uitstoot „verminderen”. De begroting van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij staat vol met zulke woorden. Maar de begroting blijft met 1,8 miljard euro ongeveer even groot als vorig jaar.

Demissionair minister Carola Schouten (ChristenUnie) erkent dat de landbouw de afgelopen jaren onder druk stond, met name door de stikstofcrisis. Er werden al maatregelen genomen, zoals vrijwillige uitkoop van boeren die dichtbij natuurgebieden zitten, maar praktisch iedereen is het er over eens dat dat niet genoeg is om de stikstofcrisis op te lossen.

Ook het CDA is inmiddels om: Kamerlid Derk Boswijk zei eerder dat het „onvermijdelijk” is dat de veestapel zal inkrimpen.

Over hoe dat moet gebeuren heerst nog wel wat onenigheid. Boswijk wil boeren niet gedwongen uitkopen. Maar dat is wel een van de scenario’s die het kabinet de afgelopen maanden liet doorrekenen. Daarbij zou de grond van boeren worden opgekocht en vervolgens ingericht naar een duurzamere manier van landbouw.

Het zou al snel gaan om meer dan duizend bedrijven. Dat zou flink in de papieren lopen, de kosten werden geschat op 17 miljard euro, blijkt uit stukken die NRC eerder inzag. De andere optie, waarbij geen land maar wel productierechten van boeren worden opgekocht, kost ook veel geld: naar schatting 9 miljard. Voorlopig is daar nog geen sprake van, het demissionaire kabinet schuift de beslissing door naar de formatietafel.

Schouten had desondanks op meer geld gehoopt: ze wilde met één groot maatregelenpakket komen om de landbouw te vergroenen, om zo naast het stikstofprobleem ook de uitstoot van broeikasgassen aan te pakken. Dat geld kreeg ze niet. De minister moet het daarom doen met kleinere budgetten.

Er is 250 miljoen euro uitgetrokken voor de vrijwillige uitkoop van boerderijen die veel stikstof uitstoten en dichtbij natuurgebieden liggen. Ook zijn er een paar kleinere subsidieregelingen, bijvoorbeeld voor innovatieve boeren die de inrichting van hun stal of mestverwerking willen aanpakken. Dat moet de uitstoot van ammoniak, methaan en fijnstof tegengaan.

Terug naar boven

De militairen

Defensie
Nijpend gebrek aan munitie krijgt prioriteit

De militairen krijgen er opnieuw geld bij, maar nog steeds is het slechts een doekje voor het bloeden. Het kabinet Rutte III besloot bij aantreden in 2017 de Defensiebegroting fors te verhogen, tot 1,5 miljard euro per jaar. In 2022 komt daar structureel 95 miljoen bij, waardoor de Defensiebegroting oploopt tot 12,5 miljard euro.

Het extra geld is echter bij lange na niet genoeg om alle gaten te dichten. Het kabinet legt de prioriteit bij een van de grootste bedreigingen van de inzetbaarheid van de krijgsmacht: het nijpende gebrek aan munitie. Volgend jaar wordt 60 miljoen extra uitgetrokken voor de aanschaf van patronen, bommen en raketten. De Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) krijgt er 15 miljoen per jaar bij en er wordt 20 miljoen per jaar extra uitgetrokken voor het Nationaal Fonds Ereschuld, voor de ondersteuning van veteranen die gehandicapt of getraumatiseerd zijn geraakt door een militaire missie.

Het is achterstallig onderhoud voor een krijgsmacht die nog altijd in slechte vorm steekt door personeelsgebrek, versleten materieel en een vervallen infrastructuur. Op sommige kazernes vallen de gipsplaten van het plafond. Als gevolg hiervan, zo schrijft het departement in een persbericht, staat de „operationele gereedstelling” (de inzetbaarheid van de krijgsmacht ) onder steeds „toenemende druk”.

Terug naar boven

de politieagenten/rechercheurs

Justitie en Veiligheid
Extra geld voor bestrijding zware drugscriminaliteit

Jarenlang gingen ze gebukt onder een gebrek aan mankracht, waardoor duizenden zaken op de plank bleven liggen. Maar dit jaar bevat de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid flinke lichtpunten voor de mannen en vrouwen van de regionale en landelijke recherche.

In de komende begroting is er extra geld voor sociale advocatuur en detentie, maar voorál voor de bestrijding van de georganiseerde drugscriminaliteit. Na de moord op advocaat Derk Wiersum in 2019 mocht minister van Justitie Ferd Grapperhaus (CDA) al ruim honderd miljoen extra inzetten voor zijn ‘brede offensief tegen ondermijnende criminaliteit’ (‘Botoc’). Luttele maanden na de liquidatie van misdaadverslaggever Peter R. de Vries wordt dat bedrag uitgebreid met maar liefst 434 miljoen euro per jaar, waardoor het totale budget uitkomt op meer dan een half miljard.

De helft van de extra investeringen (die in 2022 zelfs eenmalig 524 miljoen bedragen) gaat naar wat het ministerie het ‘versterken van de weerbaarheid’ van de samenleving noemt. Op regionaal niveau werkt de politie al langer samen met gemeenten en andere overheidsdiensten, zoals de FIOD, douane en Marechaussee in zogeheten Regionale Informatie- en Expertise Centra’s (RIEC’s). Justitie werkt ook aan de oprichting van een zogeheten Multidisciplinair Interventieteam (MIT) dat op landelijk niveau gaat werken aan nieuwe strategieën om de georganiseerde misdaad te bestrijden.

Extra geld komt er ook voor een betere bewaking en beveiliging van de hoeders van de rechtsstaat, van lokale bestuurders tot officieren van justitie en journalisten. Er wordt geïnvesteerd in de ‘strafrechtketen’ zodat er meer zaken tijdig kunnen worden afgedaan, in de forensische opsporing en in de bijzondere opsporingsdiensten.

Het extra geld zorgde het afgelopen jaar ook voor enige onrust, want goede rechercheurs groeien niet aan de bomen. De Nationale Recherche en het Team High Tech Crime beklaagden zich intern dat het MIT hun beste mensen wegkocht. Jan Struijs, voorzitter van de Nederlandse Politiebond, noemde de aandacht voor ondermijning in een reactie eenzijdig. „Van dat extra geld kan de politie geen extra agenten aannemen”, zei hij tegen ANP.

Terug naar boven

De verpleegkundigen

Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Geen geld gereserveerd voor hoger salaris zorgpersoneel

Na anderhalf jaar pandemie dreigen steeds meer zorgverleners uitgeput en gedesillu-sioneerd de sector te verlaten. Uit een nieuw onderzoek van vakbond FNV blijkt dat een op de vijf zorgmedewerkers op het punt staat te vertrekken vanwege een te hoge werkdruk. Er zijn minder in plaats van meer IC-verpleegkundigen beschikbaar dan voor de crisis, gaf IC-baas Diederik Gommers onlangs toe in NRC. Om het tij te keren vindt een meerderheid in de Tweede Kamer inmiddels dat de zorgsalarissen structureel omhoog moeten, zeker van de verpleegkundigen en verzorgenden aan het bed die de ziekenhuizen en verpleeghuizen draaiende houden.

Het demissionaire kabinet gaat daar nog niet in mee. In de Troonrede was er van koning Willem-Alexander lof voor de „buitengewone prestatie” die zorgmedewerkers hebben geleverd, maar in de begroting is geen geld gereserveerd voor een salarisverhoging. Het kabinet zegt dat een beslissing hierover aan een volgend kabinet is, omdat het verhogen van de zorgsalarissen een grote structurele uitgave zou zijn. Het CPB becijferde eerder dat het verhogen van de zorgsalarissen met 1 procent al ruim een half miljard euro kost. Aan de andere kant is het ook een kwestie van prioriteiten: het demissionaire kabinet besloot dit jaar wel miljarden extra vrij te maken voor klimaat- en woonbeleid en criminaliteit.

Het kabinet is terughoudend omdat de zorgkosten toch al dreigen te exploderen. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid waarschuwde de politiek vorige week dat „scherpe keuzes” in de toekomst noodzakelijk zijn. Een dure salarisverhoging ligt dan niet voor de hand. Bovendien wijzen onderzoeken uit dat zorgverleners vaker ontevreden zijn over inflexibele roosters, een gebrek aan inspraak en te weinig opleidingsmogelijkheden dan over hun salaris.

De vraag is of het kabinet deze week bij de Algemene Beschouwingen de druk van de Kamer kan weerstaan om toch iets aan de salariëring te doen. Een voorstel van de SP en ChristenUnie vraagt 600 miljoen extra voor volgend jaar. De FNV hoopt dat het kabinet eindelijk over de brug komt, schrijft de vakbond in een verklaring, want anders „dreigt de zorg zelf op de IC te komen”.

Terug naar boven

250 fte

De koning
Subsidie voor Het Loo

De uitgaven voor de Koning, een apart hoofdstuk in de Rijksbegroting, stijgen van 45,7 miljoen naar 48,2 miljoen euro. De bulk – 30 miljoen – zijn de zogenoemde ‘functionele uitgaven’, waaronder personeelskosten voor 250 fte. De koning, zijn echtgenote, prinses Beatrix en kroonprinses Amalia krijgen gezamenlijk 10,5 miljoen euro. Amalia heeft besloten deze uitkering terug te storten zolang zij geen publieke functies vervult. Verder houdt het ministerie van Landbouw rekening met een nieuwe subsidieaanvraag voor het Kroondomein en reserveert daarvoor 800.000 euro. Dat zou betekenen dat volgend jaar Het Loo jaarrond open is, zoals de voorwaarde voor de subsidie vereist.

Terug naar boven


 

Met medewerking van Stéphane Alonso, Steven Derix, Pim van den Dool, Titia Ketelaar, Wouter van Loon, Christiaan Pelgrim, Rik Rutten, Guus Valk, Patricia Veldhuis, Jos Verlaan, Erik van der Walle.