Opinie

Waarschuwing! Nog een crisis in aantocht

Menno Tamminga

Het gaat erom spannen. Wie dacht dat de klimaatcrisis met stip bovenaan het politieke en maatschappelijke prioriteitenlijstje staat, werd de afgelopen week met zijn neus op andere feiten gedrukt. De denktank WRR, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, publiceerde een lijvig rapport over de dreigende gezondheidszorgcrisis.

De boodschap in een notendop: de arbeidsmarkt en de rijksbegroting raken ontwricht omdat burgers om allerlei redenen (langer leven, meer behandelingen, technologische vooruitgang, stijgende lonen) steeds meer en duurdere zorg vragen. Gevolg: als de uitgaven in dit tempo doorgaan, drukt de zorg andere bestedingen op de begroting (onderwijs, klimaat, veiligheid) weg. Zonder maatregelen is het perspectief dat over minder dan veertig jaar ruim een derde van alle werkenden een baan in de zorg heeft. Nu is dat een op de zeven.

Lees ook dit interview: ‘Als de zorgkosten in dit tempo blijven toenemen, heeft dat grote gevolgen’

Tussen de klimaatcrisis en de dreigende zorgcrisis zijn de nodige overeenkomsten. Om te beginnen: iedereen ondervindt de gevolgen vroeger of later aan den lijve. Nog wat dramatischer: het gaat om leven of dood. Is het niet van mensen, dan van dieren, planten en biodiversiteit.

De woorden waarmee de crisis wordt ‘bestreden’ zijn bijna identiek. Het mantra van het klimaatbeleid is ‘haalbaar en betaalbaar’. De WRR munt de combinatie houdbaar en betaalbaar. De private en collectieve uitgaven aan de gezondheidszorg becijfert de Raad voor 2019 op ruim 100 miljard euro.

En de uitgaven aan klimaatbeleid? Dat is een dusdanig oerwoud van definities, regelingen, uitgaven van overheden, bedrijven en consumenten, van subsidies en van opslagen dat een totaalcijfer niet binnen handbereik ligt. Meten is weten, zou je zeggen. In de gezondheidszorg zijn kosten en financiering (premie, eigen bijdragen, belasting op suiker, vet en vlees) politieke vraagstukken. Klimaatbeleid concurreert met de zorg om dezelfde schaarse middelen van overheid, burgers en bedrijven. Dus zorg voor concrete cijfers. Dat vergemakkelijkt debat en politieke afwegingen.

Nog een overeenkomst: de zekerheid, het vertrouwen of de hoop (doorstrepen wat niet van toepassing is) dat technologie ons zal redden. In de zorg zie je dat bijvoorbeeld met het enthousiasme over het groeiende digitale aanbod. Handig, maar bespaart het ook kosten? Scepsis is op z’n plaats. Het WRR-rapport: „Een videoconsult kost de zorgverlener in veel gevallen evenveel tijd en daarmee loonkosten – de grootste component van de zorguitgaven.”

Dat in het bedrijfsleven niet anders. Nieuwe technologie is spannend, onderscheidt jouw bedrijf van andere. Wie als topvervuiler gokt op nog te realiseren ‘groene’ waterstof – stroom uit zon, wind en elektrolyse – zoals Tata Steel (na 2030), is de bink. Mits er overheidssteun is, natuurlijk.

Wie over isolatie begint, een bewezen oplossing voor energiebesparing, voelt zich een achterblijver. Terwijl Nederland met zijn overdaad aan chemische, olieverwerkende en energieopwekkende bedrijven daar extra winst boekt.

Achter de miljarden, de urgentie en de technologische hoop gaat een vierde dimensie schuil: leeftijd. De zorg- en klimaatcrises raken iedereen, maar niet iedereen in gelijke mate. Wat krijgt absolute prioriteit? En wanneer grijpt de overheid echt in? Rustig aan met klimaatpolitiek en de zorg prioriteit (blijven) geven is een belang van ouderen. Maatschappelijke mobilisatie en alle geld naar klimaatpolitiek is een jongerenbelang. Het klimaat bepaalt hun leven het langst. Veertigers en vijftiger zitten daartussen. De machtsverhoudingen tussen de generaties zullen beslissend zijn voor de vraag: welke crisis vrezen we het meest?

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.