Hof bepaalt dat Helpling-schoonmakers uitzendkrachten zijn

Platformdiensten Volgens het gerechtshof moet Helpling als werkgever aan strengere arbeidsvoorwaarden voldoen. Zo moeten werknemers worden doorbetaald bij ziekte.
Het bedrijf Helpling moet haar schoonmakers onder meer transitiekosten gaan betalen bij ontslag.
Het bedrijf Helpling moet haar schoonmakers onder meer transitiekosten gaan betalen bij ontslag. Foto Roos Koole/ANP

Het gerechtshof van Amsterdam heeft dinsdag in hoger beroep besloten dat schoonmakers die klussen zoeken en aannemen via het platform Helpling behandeld moeten worden als uitzendkracht. Daarmee moet Helpling als werkgever aan strengere arbeidsvoorwaarden voldoen: zo moeten werknemers worden doorbetaald bij ziekte, en hebben ze recht op een transitievergoeding bij ontslag.

Huishoudens kunnen Helpling gebruiken om een schoonmaker in de buurt te zoeken. De FNV spande de zaak aan samen met een schoonmaker, omdat de vakbond vindt dat Helpling niet alleen een platform is, maar ook een werkgever. De rechter sloot zich deels bij FNV aan: vanwege contractuele afspraken tussen schoonmakers en Helpling moet dat bedrijf gezien worden als hun werkgever. Maar omdat de gebruikers van de app schoonmaakinstructies geven en niet Helpling zelf, is volgens de rechter geen sprake van regulier werkgeverschap, maar van uitzendwerk.

Een kantonrechter oordeelde in 2019 dat Helpling geen werkgever was, ook geen uitzendwerkgever. Maar volgens de rechter mocht het bedrijf geen vergoeding meer vragen van schoonmakers die gebruik maakten van de app. De FNV ging in hoger beroep. Met de uitspraak van dinsdag zegt de vakbond „erg blij” te zijn, maar er zijn nog zorgen over de handhaving van de uitspraak. „Het is niet uit te leggen aan de belastingbetaler dat de Belastingdienst niet handhaaft bij dit soort platformbedrijven,” zegt FNV-vicevoorzitter Zakaria Boufangacha.

Vervolgstappen

De consequenties van het oordeel van het hof zijn voor Helpling „nog niet goed te overzien”, schrijft het bedrijf in een reactie op de uitspraak. De komende dagen gaat Helpling het arrest analyseren, en bepalen „of vervolgstappen noodzakelijk zijn”.

De uitspraak komt een week na een vonnis in de zaak die FNV aanspande tegen de taxi-app Uber. De rechtbank van Amsterdam bepaalde dat chauffeurs die via Uber hun diensten aanbieden gelden als werknemers van het bedrijf, niet als zelfstandige ondernemers. Als gevolg moet Uber haar circa vierduizend chauffeurs officieel in dienst nemen. Ze moeten worden betaald volgens de cao Taxivervoer, waarmee ze onder meer ontslagbescherming krijgen. Uber moet 50.000 euro schadevergoeding betalen aan de FNV. Omdat Helpling-schoonmakers niet gaan gelden als werknemers, hoeft het bedrijf ze ook niet te betalen volgens de schoonmaak-cao.

Lees ook: Rechter bepaalt dat Uber-chauffeurs werknemers zijn

Correctie (21 september 2021): In een eerdere versie van dit artikel stond dat de rechtbank van Amsterdam had bepaald dat Helpling-schoonmakers geen zelfstandige ondernemers zijn. De uitspraak van dinsdag komt van het Gerechtshof. Ook liet Helpling de schoonmakers niet werken als zelfstandig ondernemers, maar via de regeling ‘dienstverlening aan huis’. Beide zaken zijn hierboven aangepast.