Raad van State: Prinsjesdag komt te laat, Miljoenennota beter in het voorjaar

Prinsjesdag De Tweede Kamer staat buitenspel bij de Miljoenennota, stelt de Raad van State. Advies: behandel de begroting voortaan in het voorjaar

Demissionair minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) op Prinsjesdag 2021 met het koffertje met daarin de Miljoenennota op het ministerie van Financiën.
Demissionair minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) op Prinsjesdag 2021 met het koffertje met daarin de Miljoenennota op het ministerie van Financiën. Foto David van Dam

Sneuvelt het koffertje met de Miljoenennota als Prinsjesdagtraditie? De Raad van State stelt in een nieuw advies voor dat het kabinet de Miljoenennota niet langer op de derde dinsdag van september, zoals nu, maar al in het voorjaar indient. Dat moet zorgen voor meer inspraak van de Tweede Kamer, die nu pas in de laatste maanden van het jaar kan meepraten over de kabinetsplannen. Prinsjesdag blijft alleen voor de Troonrede, de hoedjes en – waarschijnlijk vanaf volgend jaar weer – de koets.

Rutte III mag dan een demissionair kabinet zijn, de Rijksbegroting voor 2022 bevat de nodige extra uitgaven. Het meest in het oog springt de bijna 7 miljard euro die het kabinet extra wil uitgeven aan de klimaatopgave, grotendeels via groene subsidies. Ook de bestrijding van zware criminaliteit, woningbouw, defensie en de sociale advocatuur krijgen er op het laatste moment geld bij, zo lekte al voor Prinsjesdag uit.

Dat gestrooi en geschuif met miljoenen en miljarden baart de Raad van State zorgen. Formeel stelt het kabinet grote delen van de begroting al in april vast. De hele begroting wordt in september, op Prinsjesdag, gepresenteerd en moet daarna worden goedgekeurd. In de maanden vóór Prinsjesdag kan aan de begroting nog van alles veranderen, maar traditiegetrouw blijft dat beperkt tot het sleutelen aan premies en belastingen. Op die manier probeert het kabinet doorgaans de koopkracht van groepen die er economisch op achteruit dreigen te gaan te stutten. Écht beleid blijft uit.

Alleen: zo werkt het vaak niet meer. In de praktijk „is er tussen eind april en eind augustus de nodige departementale, maatschappelijke en politieke druk om ‘toch nog tot iets extra’s te besluiten’”, schrijft Thom de Graaf, de vicepresident van de Raad van State, in het advies.

‘Cadeautjes’ van de coalitie

Met een Tweede Kamer die „op zoek is naar zijn institutionele functioneren en naar meer dualistische verhoudingen”, zo schrijft de Raad, is die volgorde onwenselijk. De héle Kamer zou moeten kunnen meedenken, zoals dat is vastgelegd in het budgetrecht.

Immers: het zijn nu vooral de coalitiepartijen die mogen meepraten en invloed kunnen uitoefenen op de wijzigingen. Zo besloten de vier coalitiepartijen van Rutte III in de zomermaanden om een grote pot geld, die eigenlijk was gereserveerd voor belastingkorting voor het bedrijfsleven, in te zetten voor extra uitgaven. Veel van de op het laatste moment aangekondigde ‘cadeautjes’ uit de nieuwe begroting komen uit die pot.

Oppositiepartijen staan bij die onderhandelingen over de Miljoenennota buitenspel. Zij kunnen hun invloed pas aanwenden na Prinsjesdag, als het kabinet zoekt naar parlementaire steun voor de begrotingen van ieder ministerie en de optelsom daarvan, de Rijksbegroting.

De Raad van State adviseert daarom de Miljoenennota naar voren te halen en in het voorjaar aan te bieden. Alle Kamerfracties kunnen dan meedenken en meebeslissen, voordat het kabinet het eindresultaat in september presenteert. Volgens het advies „komen de Kamers zo tijdiger ‘aan de bal’” en is er nog een voordeel: het ‘Europees semester’, de jaarlijkse Brusselse begrotingscyclus waarbij de Europese Commissie de begroting van de lidstaten tegen het licht houdt, vereist ook een begroting die al in het voorjaar is afgestemd.

Mild over miljardenuitgaven

De afgelopen jaren was de Raad van State soms uitgesproken kritisch over de stevige groei van de uitgaven van het kabinet. Drie jaar geleden keerde vicepresident Piet Hein Donner zich tegen het „expansief begrotingsbeleid in conjunctureel gunstige tijden” van dit kabinet. Nu voorziet de Raad van State grote investeringen door een nieuw kabinet – voor het klimaat, de stikstofaanpak, de wooncrisis – maar is het oordeel milder.

De Raad, zo schrijft De Graaf in het advies, ziet de „noodzaak voor een aan te treden nieuw kabinet tot structurele hervormingen en investeringen” en vindt de klimaatstrategie zelfs niet urgent genoeg.

De voornaamste waarschuwing bij al die uitgaven is niet financieel maar politiek van aard: „Wanneer budgettaire beperkingen niet worden gevoeld of niet in acht worden genomen, ontbreken democratische ankers om afwegingen over het heffen van belastingen en het uitgeven van collectieve middelen te beoordelen.”

Oftewel: miljarden uitgeven mag, dan moet het héle parlement zich er wel tijdig over kunnen uitspreken.