Mijn snaren veranderen in haar stem

Muziek bepaalt het leven van altvioliste . De opera ‘Fedora’ confronteert haar met haar onmacht.
Wagner over muziek

Het is donker in mijn studeerkamer, een smal lampje boven de lessenaar verlicht mijn altvioolpartij van Fedora (1898), een opera van Umberto Giordano die wij deze week repeteren, maar mijn concentratie is ver te zoeken. Om de haverklap kijk ik naar mijn telefoon en denk aan mijn hartsvriendin die gisteravond in het UMC is opgenomen. Hersenbloeding. Zo maar. Het wachten op bericht ondermijnt de muziek en versterkt mijn onbegrip.

Vladimir, Fedora’s man wordt vermoord, door haar toedoen overlijden later moeder en broer van haar minnaar Loris. Fedora’s koortsachtige geluk verliest het van haar fouten, ze beneemt zich het leven. Drie nogalwiedes aktes moeten volstaan voor mijn hartzeer om een ongeluk waarin elke logica ontbreekt. Mijn vriendin en ik hadden nog zo veel plannen, al zo veel momenten in onze agenda geschreven. Ik zit met een schuldgevoel – omdat ik het lot niet voor kon zijn – dat vanavond omvangrijker lijkt dan Fedora’s smart. Daardoor gaat de intentie van dit stuk aan mij voorbij.

Wie was Fedora? Wat kunnen mij haar beslommeringen schelen? Toch druk ik de altviool weer onder mijn kin en laat mijn onmacht spelen. Halverwege de tweede akte besef ik dat er steeds meer lijken vallen. Geen goed voorteken. Ik worstel me door de grillige toonaarden die mijn bange gevoelens steeds meer doorkruisen. Mijn vingers vechten tegen het libretto, ik druk de strijkstok nog steviger op de snaren, alsof mijn klaagzang zwaarder weegt dan Giordano’s aria’s – die zijn leven juist verlichtten.

Ineens veranderen mijn snaren in haar stem, onbewust pas ik het tempo aan en hoor mijn hartsvriendin weer praten en lachen – tot gisteren een fundament waarop we samen toonladders in alle toonaarden bewandelden.

Ik zal op een verlicht podium Fedora’s verdriet en dood opnieuw repeteren, waar ik, verzacht door Giordano’s splendeur, tussen de aria’s bijval zal betuigen, ook al klinkt in mijn hoofd de zang van de levensreddende apparaten in de UMC-kamer. Zonder publiek en applaus hoort dood niet bij het leven.

Mijn telefoon licht eindelijk op, ik lees het bericht waarop ik niet gewacht heb. Zal ze de ochtend halen? Net als in de opera wordt de waarheid hier verdoezeld. Ik klap de muziek dicht, knip het lampje uit en schrik van de duisternis.

Ewa Maria Wagner is altvioliste en schrijfster.