Opinie

Kookworkshop

Marcel van Roosmalen

Ik was uitgenodigd voor een kookworkshop. Het was een verplichting, eentje waar ik niet onderuit kon, ik moest ook maar eens tijd maken – geven en nemen tenslotte. Het was tijd om te geven. Een goede vriendin van de vriendin werd 42 en ze had haar beste vriendinnen uitgenodigd. Met partners.

Ik begreep de aanleiding best, maar waarom toch een kookworkshop?

„Omdat dat leuk is”, zei de vriendin. Ze had met dezelfde groep – zonder partners – ook al een keer een cursus pottenbakken gedaan.

„Dat lijkt stom en suf, maar uiteindelijk was het leuk. Je lacht ook om elkaar.”

Ja, lachen.

Ik moest op de dag van de kookcursus van alles, maar uiteindelijk stonden we met elkaar in een professionele keuken in Zaandam.

Bijna alle andere ‘partners van’ hadden er ook geen zin in gehad.

Gezellig.

Na een uitleg van de cursusleidster – over zichzelf, over het Ottomaanse rijk, over de Turkse keuken – werden we in tweetallen ondergebracht bij een gerecht waarvan zij dacht dat wij er affiniteit mee hadden.

Ik kwam met vriendin Maaike terecht bij het gehakt. Op het aanrecht een geplastificeerd uitlegvel, we gingen köfte maken.

Uitje snijden, alle ingrediënten in een kom, beetje kneden, beetje bakken.

Vriendin Maaike woont op een woonboerderij in de Beemster, ze hebben zo veel gras, dat haar vriend er wel een dag over doet om het te maaien. Het is er erg rustig, echt heel anders dan ze in Amsterdam gewend was.

Af en toe kwam de cursusleidster naar onze ovaaltjes van gehakt kijken. De eerste keer gooide ze alles terug in de kom. De uiensnippers waren te groot! Om ons heen ging het ook goed. De vriendin stond met de vriend van Maaike aubergines te hakken, ook leuk.

Eerlijk is eerlijk, de tijd kroop sneller voorbij dan op een gewoon feestje.

Daarna gingen we alles opeten.

Lekker, smul-smul, goh wat gebruiken ze toch veel olie, en baklava met suikerwater is net zo lekker als met honing.

Gisteren belde mijn zus over de verjaardag van mijn dementerende moeder. Ze wist ook niet precies wat er nog kon in het verzorgingscentrum en wat juist niet, wie er allemaal zouden komen en hoe we ongemakkelijkheden door het verlies aan decorum konden voorkomen. Geen idee wat we elkaar nog te zeggen hadden.

Ik hoorde het mezelf echt zeggen: „Turks koken.”

Met mijn moeder gehakt kneden, dat kan ook zittend, en dat ze dan af en toe een scheet laat en dat niemand daar iets van vindt.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.