Opinie

Jean-Paul Belmondo voor de eeuwigheid

De mooiste film met Jean-Paul Belmondo is een vroege: ‘Léon Morin, prètre’ van Jean-Pierre Melville. De film is zestig jaar oud, maar opmerkelijk modern, stelt Peter de Bruijn vast: precaire thema’s als lesbische liefde en masturbatie komen zonder gêne voorbij.

Peter de Bruijn

Wie wil omzien in weemoed naar Jean-Paul Belmondo hoeft niet lang te zoeken naar een film. Op Netflix zijn een flink aantal films te vinden van de Franse filmster die onlangs overleed. De mooiste is een vroege. Léon Morin, prètre is een zwart-witfilm uit 1961 van Jean-Pierre Melville. De film ontstond kort na Belmondo’s grote doorbraak, als een coole kruimelcrimineel in Jean-Luc Godards legendarische debuutfilm À bout de souffle. Belmondo was plotseling een gewild acteur. Dat gold ook voor de andere hoofdrol in Léon Morin, prètre: Emmanuelle Riva was net doorgebroken met Hiroshima mon amour.

Melvilles film was gebaseerd op een autobiografische roman van Béatrix Beck. Riva speelt Barny, een jonge weduwe met communistische sympathieën die in een Frans stadje tijdens de Tweede Wereldoorlog besluit de plaatselijke priester uit te dagen. Ze neemt plaats in de biechtstoel, maar alleen om hem te zeggen dat religie opium van het volk is. Tot haar verbazing blijkt de knappe jonge priester niet beledigd, hij is eerder geamuseerd door haar provocatie. Tussen de twee ontspint zich een lang gesprek over het geloof. Ondertussen slaagt Barny er steeds minder goed in om haar vleselijke begeerten naar de charismatische priester te ontkennen en onderdrukken.

Léon Morin, prètre is precies zestig jaar oud. Wie de film nu ziet, betreedt een andere wereld. De film is eigenlijk alleen goed denkbaar in een samenleving waarin de kerk en het geloof nog een vanzelfsprekende rol spelen. Melville wilde met de film voor alles eindelijk eens een groot publiek bereiken. Met meer dan 1,7 miljoen Franse bezoekers is hij daarin geslaagd. Dat is nu nauwelijks nog voorstelbaar.

Maar tegelijk is Léon Morin, prètre ook opmerkelijk modern. De film gaat zonder omhaal over vrouwelijke lust; de priester is hier vooral het object van begeerte. Daarom was Belmondo volgens Melville ook de enige jonge Franse acteur die de rol kon spelen met zijn informele, uitdagende en fysieke stijl. Belmondo’s priester is toch niet zo ver verwijderd van de gangster die hij voor Godard speelde.

Precaire thema’s als lesbische liefde en masturbatie komen in deze film uit 1961 zonder gêne voorbij. Aanvankelijk is Barny hevig in de ban van haar cheffin Sabine op kantoor – en niet louter platonisch. Als Morin verklaart dat ze een man nodig heeft, antwoordt ze uitdagend: „Ik bedrijf de liefde met een stuk hout.”

Dat wil niet zeggen dat Léon Morin, prètre per se een maatschappijkritische film is. De priester blijft de geestelijk leidsman; de hiërarchie staat niet echt ter discussie. De film blijft binnen de kaders van een traditioneel verhaal van zonde, genade en verlossing. Maar juist dat religieuze kader biedt de mogelijkheid om echt naar de aard van mensen te kijken, terwijl humanisme, dat de mens op een voetstuk plaatst, vaak meer verhult. Volgens Melville was Léon Morin, prètre sowieso geen film over geloof, maar over verleiding. Dat zei hij misschien vooral om mensen naar de bioscoop te lokken. Zijn film is er hoe dan ook één voor de eeuwigheid.

Peter de Bruijn is filmrecensent.