Heimwee naar een banaan

In de stadstuinen van Bloei en Groei in Amsterdam Zuidoost hervinden vrouwen hun veerkracht. bezoekt de ‘healing garden’. Afl. 2: Anais.
Foto Ilvy Njiokiktjien

De mais heeft geen wortel geschoten. Misprijzend kijkt ze naar de lege plekken in haar tuintje. De mais, oorspronkelijk uit Midden-Amerika, kwam zo’n vijfhonderd jaar geleden naar Europa. Anais, geboren in Costa Rica en opgegroeid in Honduras, kwam vijfendertig jaar geleden naar Nederland. Aan de hand van een Nederlandse ingenieur die ze op het Hondurese filiaal van een Nederlandse olievatenhandel had ontmoet.

Ze belandde in Hoorn, Noord-Holland. Maar hoewel ze er vijfendertig jaar woonde, aardde ze er moeizaam, al paste ze zich wel aan. Net mais, zeg ik. Is ook een lastige plant. Komt ’ie al op, dan hangt ’ie binnen de kortste keren slap. En heb je eindelijk een kolf, dan vreten de vogels ’m in een oogwenk op.

Vraag Anais naar de mooiste bloem of plant, en ze antwoordt gouden regen. „Maar thuis vind ik Malinche het mooist.” Thuis, dat is Honduras, niet Hoorn. Ze mist de levendigheid. „Ging ik thuis naar de supermarkt, dan was ik twee uur weg. Hier sta ik dertig jaar lang bij dezelfde cassière en nog kan er alleen maar een goedemorgen vanaf.” Een maiskolf tussen de kaaskoppen, zeg ik. Daarom is ze zo blij dat ze nu in Amsterdam-Zuidoost woont, tussen al die nationaliteiten.

Al kwam ze naar hier om dichter bij haar dochter te zijn, nadat die de diagnose borstkanker had gekregen. „Je kunt je niet voorstellen hoe erg ik schrok.” Omdat ze dacht dat God ook deze dochter tot zich zou nemen, net zoals hij haar oudste tot zich had genomen toen zij op een regenachtige avond met haar auto tegen een boom botste. Omdat ze dacht dat ze nog een kleinkind zou opvoeden, net zoals ze had gedaan met het kind van haar oudste dat ten tijde van het ongeluk twaalf jaar was.

De rechter liet de jongen kiezen waar hij wilde wonen, in een opvanghuis of bij zijn grootouders. Dat vond ze wel een beetje vreemd, want in Latijns-Amerika zorgt familie voor elkaar, daar hoeft geen rechter aan te pas te komen. „Gelukkig koos hij voor ons.”

Inmiddels is de jongen een man, met een baan, een huis en een vriendin. En woont zij op een flat in het Amsterdamse Nellestein, waar ze voor haar man zorgt. Behalve op vrijdag – die is voor de tuin. Ze kijkt nog eens naar de lege plek. Ze zou graag fruit planten: bananen, mango, papaya. Thuis at ze het fruit zo uit de boom, maar in Nederland? Eerst wordt die banaan van de boom geplukt, dan in een vrachtwagen gegooid, in een zeecontainer geladen... „Tegen de tijd dat die banaan hier aankomt, is ‘ie niet meer te eten.” Misschien wil je dit proberen, zeg ik en pluk een blaadje van een dropplant op een naburige tuin. Ze ruikt eraan en deinst terug. Gatver. „Drop moet je jong leren eten, net als haring.”

Foto Ilvy Njiokiktjien

Toch, soms is ze Hollandser dan ze denkt. Vanochtend had ze haar zus in Málaga aan de lijn. „Ik moet ophangen, want ik word zo dadelijk geïnterviewd”, zei ze.

„Je hebt nog maar twee aardappelen en toch al een interview”, lachte haar zus. En zo stipt op tijd willen zijn, „dat is echt Nederlands.”

Dit is het tweede deel in een korte serie.