Opinie

Een fout, ondanks goede bedoelingen

Karel Smouter

Heb je dat wel eens, dat je met de beste bedoelingen ter wereld tóch een inschattingsfout blijkt te hebben gemaakt? En dat je je daar pas bewust van wordt wanneer een ander je daar op wijst? Ik wel, in ieder geval. Zo werd ik onlangs aangesproken op een interview van acht zomers geleden. Ik portretteerde een bekende gospelzanger, die aan mij opbiechtte tijdens zijn carrière met tientallen jonge vrouwelijke fans het bed te hebben gedeeld. Best een onthulling in die kringen. Een taboe bovendien, dat werd geslecht. Ik was er best trots op.

Tot ik recent werd benaderd door één van de vrouwen die destijds in zijn ban was geraakt. Het stak haar, vertelde ze me, dat hij in een groot interview schoon schip mocht maken zonder aandacht voor de meiden die het betrof. Niet zij, maar hij leek ineens het slachtoffer te zijn. Dat had ik niet zo moeten doen, bedacht ik me.

Net zoals ik de Zwolse kunstenaar die alle kranten haalde terwijl hij zich voordeed als de Marokkaanse politicoloog Nizar Mourabit niet als ‘mediamarokkaan’ had moeten beschrijven, in een artikel in De Correspondent. Pas nadat enkele Nederlands-Marokkaanse collega’s me daarop hadden gewezen zag ik hoe mijn snedige term een ander door de ziel kon snijden. Na de rel- en de knuffelmarokkaan was daar ineens de mediamarokkaan. De term was lomp en stereotyperend.

Nu geloof ik bestseller-journalist Rutger Bregman best wanneer hij stelt dat de meeste mensen deugen. Maar voor wie het aangaat is de vraag of je bedoelingen hebben gedeugd natuurlijk helemaal niet zo interessant. De gevolgen wegen voor hen zwaarder dan je goede bedoelingen.

Hier moest ik aan denken toen ik me de afgelopen weken verdiepte in een rel in de hogere echelons van de Nederlandse kwaliteitsjournalistiek. Waar het om ging? Of De Volkskrant een bekende weldoener in verband mocht brengen met fraude, terwijl een onderzoek hem daarvan juist vrijpleitte. De Groene Amsterdammer stelde de Volkskrant-publicatie in een uitvoerig onderzoeksartikel onder kritiek.

Nu heb ik geen enkele reden om te twijfelen aan de intenties van mijn collega’s bij de Volkskrant. En beschik ik niet over de juiste informatie om te beslissen wie het hier bij het rechte eind heeft. Maar wat mij interesseert zijn de dilemma’s: zou het zo kunnen zijn dat ze in hun verlangen onrecht aan te wijzen waar ze het zagen onvoldoende oog hadden voor het ontlastende bewijs dat óók beschikbaar was? En hoe wegen ze het vermeende vergrijp – een greep in de kas van 50.000 dollar – tegen het feit dat de beschuldigde zich niet meer kan verweren? Drie dagen na zijn vermeende bekentenis vond hij de dood.

In plaats van publieke reflectie en debat kiest de krant voor de vlucht naar voren. Aanvankelijk dreigde hoofdredacteur Pieter Klok zijn collega van De Groene Amsterdammer met publicitaire en zelfs juridische stappen. Uiteindelijk is de kwestie nu aan de Raad voor de Journalistiek voorgelegd.    Fraai oogt het niet, vind ik, wanneer media elkáár voor de Raad treffen, een orgaan dat bedoeld is voor benadeelde burgers om hun beklag te doen over de behandeling die hen door journalisten deel valt. Het zou ons toch moet lukken om ons als beroepsgroep buiten dit gremium om te scherpen aan elkaars kritiek. Liefst in het openbaar.

Vandaar deze vraag tot besluit: welke onbedoelde fout blijft jou achtervolgen? Ik ga er graag over in gesprek.

Karel Smouter is chef van de mediaredactie en bereikbaar via mail: k.smouter@nrc.nl en twitter: @ kcsmouter