Opinie

Deze Prinsjesdag toont onmacht in overvloed

Miljoenennota

Een nieuw kabinet moet helder economisch inzicht paren aan duidelijke publieke ambities, doortimmerde beleidsplannen en fundamentele hervormingen, meent .
Demissionair minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) met het koffertje met daarin de Miljoenennota
Demissionair minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) met het koffertje met daarin de Miljoenennota Foto Bart Maat/ANP

Het demissionaire kabinet-Rutte III presenteerde dinsdag zijn laatste begroting. De regering verdient lof voor het coronacrisisbeleid; de economie herstelt onverwacht goed met dit jaar een groei van 3,9 procent en volgend jaar 3,5 procent. Na twee jaar zit de economie weer terug op het inkomen van 2019 en heeft ze door de crisis slechts 1,5 procent van het inkomen structureel gemist. De werkloosheid is historisch laag en komt uit op 3,5 procent van de beroepsbevolking in 2022, zo blijkt uit de Macro Economische Verkenningen. De krapte op de arbeidsmarkt houdt aan, ook al loopt de werkloosheid iets op door uitgestelde bedrijfsfaillissementen aangezien de coronasteunpakketten aflopen.

Tegelijkertijd hebben de overheidsfinanciën goed de crisis doorstaan, ook al waren de noodpakketten riant. Het begrotingstekort neemt in een noodgang af van 5,4 procent dit jaar tot 2,3 procent volgend jaar om te eindigen op 0,9 procent van het bbp in 2025 – ruim onder de EU-tekortnorm van 3 procent. De staatsschuld bleef onder de 60 procent en daalt naar 54 procent van het bbp in 2025. Deze cijfers tonen eens temeer aan dat bezuinigen in een crisis onverstandig is.

Groei stagneert

Maar het goede nieuws kan structurele problemen in de Nederlandse economie niet verhullen. Na 2022 valt de economische groei terug naar ongeveer 1,5 procent per jaar door langdurige stagnatie en historisch lage productiviteitsgroei. De rentes op vrijwel alle looptijden van staatsleningen staan nog altijd onder nul. Het belangrijkste macro-economische aanpassingsmechanisme is daardoor kapot. De rente kan onvoldoende dalen om de economie automatisch te laten terugkeren naar het langetermijngroeipad. Daardoor stagneert de groei en is de inflatie laag.

De rente en de inflatie worden op korte termijn wel wat hoger. Wereldwijd stimuleren overheden de economie, denk aan president Joe Biden in de Verenigde Staten. Tegelijkertijd is het aanbod ontregeld door problemen in mondiale productieketens en stijgende kosten van grondstoffen, halfgeleiders, olie en transport. Door de toename van de vraag en een verkleining van het aanbod stijgt de inflatie en verhogen centrale banken de rente.

Maar de problemen in het aanbod lijken grotendeels tijdelijk, terwijl de structurele schade van corona beperkt is. Tegelijkertijd draaien structurele trends die de rente laag houden – grotere ongelijkheid, vergrijzing en technologische ontwikkelingen – niet ineens om. Langdurige stagnatie ligt daarom weer op de loer.

Door de extreem lage rentes jagen beleggers en welgestelden op rendement in de financiële- en huizenmarkt. Aandelenkoersen en huizenprijzen worden sterk opgestuwd. Starters hebben nu geen schijn van kans meer op de woningmarkt.

De productiviteits- en inkomensgroei blijft bovendien achter door groeiende marktmacht, tweedeling op de arbeidsmarkt en tekortschietende overheidsinvesteringen.

De marktmacht van bedrijven neemt toe. Een kleine groep grote bedrijven – denk aan de tech-giganten – wordt dominanter en trekt steeds meer winst naar zich toe. Deze monopolievorming is economisch schadelijk.

Grotere krapte op de arbeidsmarkt leidt tot nauwelijks hogere lonen, ondanks hogere winsten. Bedrijven kunnen vakbonden uitspelen omdat ze bedrijfsrisico’s kunnen afwentelen op flexwerkers en zelfstandigen. Door de lage loonstijging is de koopkrachttoename verwaarloosbaar, niet alleen volgend jaar, maar naar verwachting alle jaren tot aan 2025.

Investeringen in onderwijs en onderzoek schieten tekort. Door schoolsluitingen zijn onderwijsachterstanden opgelopen. De rendementen op onderwijsinvesteringen stijgen al decennia; de keerzijde van toenemende ongelijkheid tussen hoger en lager opgeleiden.

Richting en commitment ontbreken om de energietransitie en de stikstofproblematiek op te lossen. Het kabinet-Rutte III wil op de valreep nog zijn CO2-doelen halen met een paar noodmaatregelen.

‘Onverdiend inkomen’ wordt steeds belangrijker: inkomen waarvoor geen economische inspanning is geleverd in de vorm van hard werk, het nemen van risico en ondernemerschap. Steeds meer inkomen wordt vergaard door monopolievorming, uitbuiting, windhandel en vervuiling. Dat draagt ook bij aan groeiende inkomens- en vermogensongelijkheid.

De groei- en inkomensvooruitzichten zijn karig, de arbeidsmarkt splijt, onderwijskansen nemen af, de woningmarkt is niet meer toegankelijk, oplossingen ontbreken voor klimaatverandering en stikstof en inkomens- en vermogensongelijkheid worden groter.

Uitdijende marktmacht

Een combinatie van publieke investeringen en structurele hervormingen is nodig. Op de korte termijn kan een ruimer begrotingsbeleid de inflatie, lonen en rentes verankeren op normale niveaus. Pas dan kunnen centrale banken hun onconventionele beleid staken en rentes verhogen, waardoor huizen en vermogensmarkten afkoelen.

Voor de lange termijn zijn publieke investeringen in onderwijs, onderzoek en klimaat wenselijk om de productiviteit en inkomens te verhogen, de opwarming van de aarde te stoppen en het stikstofprobleem op te lossen.

De overheid heeft meer dan voldoende armslag om ongunstige neveneffecten van structurele hervormingen te compenseren. Harder en eerlijker mededingingsbeleid is gewenst om uitdijende marktmacht te beteugelen.

Lees ook: Aan de flanken radicaliseert een deel van de kiezers

De woningmarkt moet integraal worden hervormd, van sociale huursector, koopwoningenmarkt, belastingen en subsidies, financiële wet- en regelgeving, grondpolitiek tot aan ruimtelijkeordeningsbeleid.

De tweedeling in de arbeidsmarkt kan alleen worden verkleind als vaste en flexibele arbeid naar elkaar toegroeien op arbeidsvoorwaarden, fiscaliteit, pensioen en sociale zekerheid. Alleen als vakbonden werkelijk opkomen voor flexwerkers kunnen ze hogere lonen bedingen.

Het belastingstelsel moet worden hervormd zodat vermogensinkomsten en -winsten consistent worden belast, onverdiende inkomens worden afgeroomd, hoge belastingen op arbeid verlaagd of inkomensongelijkheid verkleind. Koolstof- en stikstofbelastingen zijn essentieel om milieuschade correct te beprijzen.

Het is hoog tijd dat Den Haag helder economisch inzicht paart aan duidelijke publieke ambities, doortimmerde beleidsplannen en politieke wil tot fundamentele hervormingen. Daar is een nieuw kabinet voor nodig. Deze Prinsjesdag toont slechts onmacht in overvloed.