De winstcorrectie door de fiscus was onredelijk

Economie en recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal fiscaal recht.

Foto Apimook Pornsurin/EyeEm

Ze zit samen met haar echtgenoot in het goud: in Dubai koopt hun vof nieuwe sieraden in, die ze aan bedrijven en particulieren in Europa verkopen. Ook handelt het bedrijf in zogeheten sloopgoud, dat wordt omgesmolten en geëxporteerd. Uit boekenonderzoek concludeert de Belastingdienst dat de administratie niet op orde is, en dat met name de inventarisatie niet klopt: het is onmogelijk op te maken op welk moment en tegen welk bedrag sieraden ingekocht zijn, noch is omsmelten van sloopgoud goed verwerkt in de administratie. De fiscus legt de vof over een aantal jaren naheffingen op voor de omzetbelasting, en het echtpaar voor de inkomstenbelasting. Daarbij maakt de dienst zelf een inschatting van de winst van de vof.

Niet alleen dát de fiscus de inschatting maakt, maar ook de hoogte ervan vindt het echtpaar onterecht. Ze stappen naar de rechter. Die blijkt het met de fiscus eens: het echtpaar heeft niet de juiste aangiften gedaan, de administratie is gebrekkig. Met name het omsmelten van sloopgoud is niet verwerkt, en de eigenaresse wist dat, stelt de rechter. Die concludeert dat daarmee ook bekend was dat de aangiften onjuist waren. Kortom, hier geldt omkering en verzwaring van de bewijslast; de Belastingdienst mag een inschatting maken.

Maar die inschatting moet wel redelijk zijn. En daar heeft de fiscus steken laten vallen. In beginsel is de ‘niet-verantwoorde voorraad’ aan te merken als verzwegen omzet, maar de rechter acht het aannemelijk dat dit niet alleen sieraden voor de verkoop betreft, maar ook lager te waarderen sloopgoud. Daar hield de Belastingdienst geen rekening mee. Omdat het onredelijk is de hele niet-verantwoorde voorraad onder dezelfde hoge omzetcorrectie te vangen, worden de aanslagen verlaagd.

Uitspraak: ECLI:NL:RBGEL:2021:3479