De grote vieze schuur is geen woonruimte

Economie en recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal fiscaal recht.

Foto Deepblue4you

Voor 285.000 euro koopt een stel in 2019 een woonhuis met erf, grond en verdere toebehoren. Ze betalen 2 procent overdrachtsbelasting betaald. Maar daar gaat de fiscus niet mee akkoord. Volgens de Belastingdienst geldt voor schuur en bijschuur het hogere tarief van 6 procent. Een naheffing volgt dan ook.

Dat is niet terecht, vinden de kopers. De gebouwen worden niet bedrijfsmatig gebruikt en kunnen dat ook niet meer volgens de huidige agrarische normen, zo betogen ze. Ook is het dak niet waterdicht, zeggen ze, en het is er stoffig. Kortom, de schuren zijn ‘aanhorig’ aan de woning.

Nee, stelt de fiscus voor de rechter die zich over deze kwestie buigt, de aangebouwde schuur is groter dan het woonhuis en kan niet als ondergeschikt daaraan worden gezien. Dat er wat privéspullen in zijn neergezet, maakt het nog geen opslagplek ‘in dienste van de woning’.

De rechter volgt die lijn. „Het enkele feit dat de aangebouwde schuur en de bijschuur niet meer voor hun oorspronkelijke doel gebruikt kunnen worden en dat de aangebouwde schuur vanuit de woning bereikbaar is, maakt ze nog niet tot aanhorigheden bij de woning”, stelt de rechter. Het voor niet-woningen gangbare tarief van 6 procent geldt.

Uitspraak: ECLI:NL:RBNNE:2021:3603