Bij het Gerecht van de EU werken twee rechters per lidstaat. De twee Nederlandse rechters bij het instituut zijn Marc van der Woude (op de foto) en René Barents.

Foto German Talavera/Curia

Interview

‘De Europese markt bleef na de eerste coronaschok gewoon werken’

Marc van der Woude, president van het Gerecht van de Europese Unie

Een gemeenschappelijke EU-markt, met vrije en eerlijke concurrentie. Waar die in het geding raakt, oordeelt het Gerecht van de Europese Unie – waar Nederlander Marc van der Woude de president van is. „Deze crisis zal geen diepe sporen achterlaten in de Europese concurrentieverhoudingen.”

Maar liefst de gehele volgende week heeft het Gerecht van de Europese Unie uitgetrokken voor hoorzittingen over de marktmacht van Google in Europa. Een klein leger van Google-juristen treedt dan in het krijt tegen de Europese Commissie die het Amerikaanse concern drie jaar geleden een boete van 4,3 miljard euro oplegde. De techgigant zou sinds 2011 misbruik hebben gemaakt van zijn dominante positie op de markt voor zoekdiensten, en zo prijzen voor consumenten hebben opgedreven in de appstore voor besturingssysteem Android en digitale innovaties hebben gefrustreerd.

De inzet mag spectaculair zijn en de uitkomst kan verstrekkende gevolgen hebben voor Google, voor het in Luxemburg zetelende Gerecht is het maandelijkse kost. Multinationals als Apple, Amazon, Fiat Chrysler, Gazprom, Lufthansa en Starbucks zijn er bijkans kind aan huis. Met vaak razend ingewikkelde zaken die de Europese rechters jarenlang bezighouden. Sinds twee jaar is de Nederlander Marc van der Woude hun president. ‘The man who overruled Vestager’, kopte Politico eind vorig jaar.

Dat was een verwijzing naar twee geruchtmakende uitspraken waarin het Gerecht de ruimhartige fiscale bejegening van Apple door Ierland en de overname van Telefónica-dochter O2 door het Hongkongse Hutchison Whampoa goedkeurde, terwijl Europees Commissaris Margrethe Vestager (Mededinging) beide juist had willen verbieden. De Ierse tax ruling (die ging om een belastingkorting van 13 miljard euro voor Apple) betrof volgens haar onrechtmatige staatssteun en de O2-acquisitie zou de concurrentie op de Britse markt voor mobiele telefonie bederven. Daar oordeelde het Gerecht dus anders over.

Deze ochtend heeft Van der Woude in het streng beveiligde Palais de Justice in de Europawijk op de Kirchberg in Luxemburg in een – zoals het protocol voorschrijft – openbare zitting meer dan twintig kersverse uitspraken voorgelezen die minder stof zullen doen opwaaien. Ze beslechten onder andere ruzies over intellectuele eigendom, arbeidsgeschillen met Europese ambtenaren en conflicten over nationale subsidies voor kolencentrales in Spanje en een lng-terminal in Litouwen.

Vrij en onvervalst

Het is een van de belangrijkste pijlers van de Europese Unie: een gemeenschappelijke markt waarop de concurrentie vrij en onvervalst is. Wat komt daarvan terecht nu regeringen de afgelopen anderhalf jaar honderden miljarden euro’s in bedrijven hebben gestoken om de economische schade van de coronapandemie te beperken? „De vraag is of het anders had gekund”, zegt de man die aan het hoofd staat van de op een na hoogste rechtbank in de Europese Unie. Hij heeft alleen het Hof van Justitie nog boven zich.

Van der Woude: „Wij zien van die massieve steunoperaties maar een heel klein deel. Dat zijn de zaken waarin het fout gaat. De luchtvaartsector is een typisch voorbeeld. Prijsvechter Ryanair vindt het niet eerlijk dat regeringen nationale luchtvaartmaatschappijen steunen, terwijl het niets krijgt. De meeste van die zaken heeft Ryanair verloren, meestal omdat uitzonderlijke omstandigheden uitzonderlijke maatregelen billijken. Wij beoordelen alleen of zo’n steunmaatregel naar nationale en Europese maatstaven rechtmatig is. De vraag of zij gewenst is, mogen wij niet beantwoorden.”

Ook niet als protectionisme op de loer ligt?

Van der Woude: „Ik weet niet of dat zo is. Mij valt op dat de Europese interne markt na de eerste schok gewoon is blijven werken. De grensregels zijn aangepast, maar de vrachtwagens en al die goederen zijn gewoon blijven komen. Dus het vrije verkeer is blijven werken. En bij de steunmaatregelen is mijn indruk dat die er toch vooral op gericht waren om de klappen op te vangen. De leidende gedachte was niet: wij gaan onze ondernemingen een extra handje helpen om bedrijven in het buurland onderuit te halen.”

Rijke lidstaten kunnen meer steun verlenen dan landen die er zwakker voorstaan, en zo ‘hun’ bedrijven bevoordelen.

„Zeker, sommige landen hebben diepere zakken dan andere. Maar dat wordt in zekere zin gecompenseerd door het coronaherstelplan van de Europese Commissie. Daarin maken lidstaten die minder hebben aanspraak op meer bijdragen uit Europese fondsen. En al die steun voor horecazaken en culturele instellingen, zal die nou zoveel invloed hebben op de werking van de interne markt? Neem daarbij het feit dat de economie toch relatief snel weer aantrekt. Nee, ik verwacht niet dat deze gezondheidscrisis diepe sporen in de Europese concurrentieverhoudingen zal achterlaten.”

Lees ook deze column van Marc Hijink: Gevangen op je iPhone, doodgeknuffeld door Google

Meer dan van corona heeft de Europese rechtsorde te duchten van regeringen en rechtscolleges die haar legitimiteit in twijfel trekken. Van de Poolse regering bijvoorbeeld, die de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht beknot. Of van het Duitse Constitutionele Hof, dat het Europees Hof op de vingers tikt over zijn goedkeuring van het omvangrijke programma waarmee de Europese Centrale Bank sinds 2015 staatsobligaties van eurolanden opkoopt. Of van de Hongaarse regering, die er niet voor terugdeinst rechten van minderheden en media in te snoeren, in weerwil van Europese waarborgen.

Steen des aanstoots is telkens de zogenoemde voorrangsregel die in 1964 werd vastgelegd: Europees recht geniet altijd voorrang boven nationaal recht. Een gemeenschappelijke markt, zoals de EU-landen nastreven, veronderstelt eenheid van marktregels. Want als de ene lidstaat er totaal andere afspraken over pakweg in- en uitvoer, productveiligheid of consumentenbescherming op nahoudt dan de andere, wordt het een rommeltje. „Wie de voorrangsregel niet respecteert, legt de bijl aan de wortel van de Europese Unie”, zegt Van der Woude.

„Als deze weerstand de algemene tendens zou worden, is dat heel zorgwekkend. Anderzijds is het ook wel weer begrijpelijk. Niemand kon zich zestig jaar geleden voorstellen hoe de Europese integratie zich zou ontwikkelen. Wie had toen gedacht dat bijvoorbeeld strafrecht, milieuzaken en echtscheidingen zouden worden beïnvloed door het Europese recht? Dat je meer conflicthaarden krijgt in een rechtsorde die zo sterk uitdijt, is logisch. Maar je kunt niet doen alsof je aan die conflicten geen boodschap hebt. Als er geen juridische uitweg wordt gevonden, wordt het een politieke kwestie en die moet je uiteindelijk aan de politieke onderhandelingstafel zien op te lossen.”

En als dat niet lukt?

„Van nature ben ik een pessimist – waarschijnlijk omdat dat gemakkelijker is. Maar ik denk toch dat het onderlinge besef dat we met z’n allen verder moeten uiteindelijk sterker zal zijn dan de neiging van sommige Prinzipienreiter om onder de voorrangsregel uit te komen en daarmee alle verworvenheden in de waagschaal te stellen.”

Waarom zouden burgers zich nog naar rechterlijke uitspraken voegen als hun regeringen ze aan hun laars lappen?

„Dat is een groot gevaar. Dan ben je, om met de minister Grapperhaus van Justitie te spreken, de rechtsstaat aan het ontrafelen. De kwestie is: aanvaard je de rechtsstaat als methode waarop je de maatschappij inricht? En die aanvaard je met de ondertekening van de Europese Verdragen. Als je vervolgens zegt: ‘Hoho, als het die kant opgaat, doe ik niet meer mee’ – dan gedraag je je als iemand die lid wordt van een zwemclub om te gaan schaken. Dat gaat niet. Als je de regels van de club niet wilt aanvaarden, zul je daar vroeg of laat consequenties aan moeten verbinden.”

Marc van der Woude kwam naar eigen zeggen in 2010 „bij toeval” bij het Gerecht terecht. Hij werd tijdens een symposium in Luxemburg getipt over een aanstaande Nederlandse vacature bij het Hof van Justitie en besloot te solliciteren. Daarop werd hij gevraagd zich te kandideren voor het Gerecht waar ook een Nederlandse post vacant kwam. Zijn Utrechtse collega Sacha Prechal werd rechter bij het Hof. „Deze uitkomst sloot eigenlijk ook beter aan bij mijn expertise in mededingingskwesties.”

Als president hikt hij nu aan tegen niet minder dan acht vacatures.

Hoe komt dat?

„Het probleem ligt in de eerste plaats bij de lidstaten. Zij dragen kandidaten aan. Sommige lidstaten houden daarbij de stabiliteit en continuïteit van de rechtspraak goed in het oog, andere helaas minder.”

Obstructie?

„Dat wil ik niet zeggen, maar het moet natuurlijk geen duiventil worden. Indien een lidstaat als Spanje een rechter na een mandaat voor drie jaar terugroept, draagt het niet bij tot de stabiliteit. Die rechter is al bijna weer weg als die goed en wel is ingewerkt. Dat werkt bijzonder verstorend en ondermijnt de uitoefening van de rechtspraak.”

Het speciale comité dat sinds 2010 kandidaten screent op deskundigheid en integriteit wees in negen jaar tijd 21 van de 101 voorgedragen nieuwkomers voor Hof en Gerecht af.

„De tijd dat lidstaten dit werk konden beschouwen als een leuk baantje in Luxemburg, als een soort prepensioen, ligt gelukkig ver achter ons. Maar het is ontegenzeggelijk zo dat sommige lidstaten minder zorgvuldig met de selectie omgaan. Ik wil met volwaardige teams aantreden, en dat kan nu niet omdat we niet voltallig zijn. Dat is onbevredigend, maar ik houd de hoop dat dit in de komende maanden gaat veranderen.”