Recensie

Recensie Film

‘Beginning’: gevangen in kaders kerk en patriarchaat

Arthouse In haar veelgeprezen debuutfilm ‘Beginning’ portretteert Dea Kulumbegashvili een vrouw die slaapwandelt door de smeulende puinhopen van post-Sovjet Georgië.

Jana (Iamze Soekhitasjvili) met haar zoon in ‘Beginning’.
Jana (Iamze Soekhitasjvili) met haar zoon in ‘Beginning’.

Nog voordat we goed en wel in de gaten hebben waar Dea Kulumbegasjvili’s overdonderende debuutfilm Beginning over gaat – een kleine Jehova-gemeenschap in Georgië, het bijbelverhaal over Abraham en Isaak, over een offer dus, en over schuld – gooit ze een molotovcocktail naar binnen. Letterlijk, omdat het houten kerkje aan de voet van de Kaukasus even daarna in vlammen opgaat. Maar ook overdrachtelijk, omdat Kulumbegasjvili niet alleen deze explosieve openingsbeelden heeft bedacht, maar met de gebeurtenissen die uit die as oprijzen ook een aanval doet op kerk, staat en patriarchaat.

Dat verhaal vertelt ze door de ogen van Jana, de vrouw van religieus voorman David. Terwijl David op reis gaat om bij de ouderlingen van de kerk verantwoording af te leggen, blijft Jana alleen achter met hun zoontje en wordt seksueel lastiggevallen door een politieman die een nogal schimmige rol blijkt te spelen in de gebeurtenissen.

Toch is Beginning ondanks deze detectiveplot geen misdaadmysterie, maar een grimmig en sinister mysterie herbergt de film wel. De brand vormt de achtergrond voor een veel gewelddadiger verhaal over de manier waarop in Georgië de orthodoxe kerk met z’n extreem patriarchale structuren een staat in de staat is, en hoe die structuren geweld tegen vrouwen legitimeren, van minachting tot daadwerkelijke gewelddaden.

Lees ook een interview met regisseur Dea Kulumbegasjvili: ‘De kerk heeft de Sovjet-Unie vervangen’

In elk shot van de magnifiek vormgegeven film sluimert onraad, van elk detail in de lange takes en het minutieuze sound design van muzikaal genie Nicolas Jaar. Het is alsof er steeds net buiten het kader iemand staat en kijkt en sluipt en gluipt en ieder moment paraat is om toe te slaan. Die anonieme dreiging wordt voelbaar omdat we dicht bij de slaapwandelende Jana blijven. Ze heeft haar onbehagen eerder al tegen haar echtgenoot geformuleerd: „Het is alsof we wachten tot er iets gaat beginnen, of eindigen.” Moet ze blijven, weggaan, kan ze aan de lange arm van kerk en politieapparaat ontsnappen? Ze doolt en dwaalt door de puinhopen van post-Sovjet-Georgië. Politieke betekenis en kritiek zit er genoeg in de film, maar niets is uitgesproken, alles smeult. Jana is een vrouw tussen Chantal Akermans Jeanne Dielman en de personages in de films van de Duitse regisseur Angela Schanelec, die magie en poëzie oproept in zeer naturalistische beelden. Het maakt het onbehagen concreet.