Ondanks vier goals tegen Sporting blijft Ajax-aanvaller Haller onderwerp van discussie

Voetbal Zijn statistieken zijn uitmuntend en zijn coach vindt hem geweldig. Toch is Ajax-spits Haller nog altijd niet onomstreden.

Sébastien Haller in duel met Roel Janssen van Fortuna. De spits van Ajax kwam dinsdag niet tot scoren.
Sébastien Haller in duel met Roel Janssen van Fortuna. De spits van Ajax kwam dinsdag niet tot scoren. Foto Maurice van Steen/ANP

Zoals een spits van Ajax betaamt, was Sébastien Haller dit seizoen vrijwel direct onderwerp van discussie. Een die zich uitspon over enkele weken en van krantenkolommen overwaaide naar de talkshowtafel, waarbij de ene oud-topspeler hoofdschuddend analyseerde wat anderen elders hadden gezegd.

Pierre van Hooijdonk stoorde zich vreselijk aan de discussie, zei hij zondag bij Studio Voetbal, daags nadat Haller een van de negen goals tegen SC Cambuur (9-0) voor zijn rekening had genomen. „Qua statistieken kan hij fantastische cijfers overleggen. Wat moet een spits van Ajax nog meer dan doelpunten maken?”

Het debat in het kort: Haller was een goede spits, maar misschien net te min voor de Champions League – dat laatste werd beweerd voordat Haller in datzelfde toernooi vier keer scoorde tegen Sporting Portugal.

Eenvoudige zege

Het is vermoedelijk een blijvende discussie, ook al heeft de duurste aankoop uit de geschiedenis van Ajax zijn waarde bewezen met 22 doelpunten in de dertig wedstrijden sinds zijn komst afgelopen winter. Dat hij dinsdagavond tegen Fortuna niet opviel, deed daar weinig aan af. Wat gaf het? In Sittard hadden meerdere Ajacieden een snipperdag kunnen opnemen, zo makkelijk ginge het: 0-5.

In de 65 minuten dat hij speelde, had Haller geduldig gewacht op voorzetten en kansen die niet kwamen. So be it, straalde hij uit toen hij naar de kant ging. Volgende keer beter.

Meer dan met zijn techniek heeft Haller altijd indruk gemaakt met zijn trefzekerheid. Bij FC Utrecht liep hij één op twee. Bij Eintracht Frankfurt in de Bundesliga scoorde hij gemiddeld eens per drie wedstrijden. Dat leverde hem een transfer op naar de Premier League, de competitie waar veruit het meeste geld in omgaat.

Bij West Ham United ging het echter moeizamer. In Engeland had hij veel meer tijd nodig (321 minuten) voor elk doelpunt. Grofweg één van zijn tien doelpogingen belandde in het net, het laagste percentage gedurende zijn carrière. Te weinig om zijn statuur als targetman van 50 miljoen euro in Engeland te bestendigen. Een miskoop, vonden de fans.

Haller was misschien net iets te licht voor de Premier League,maar dat betekende niet dat hij ongeschikt was voor Ajax. Moest hij het tegen de reuzen van Brighton en Burnley doen met kiertjes van een paar centimeter, hier zetten sommige tegenstanders de deur (onbedoeld) wijd open voor het bezoek uit Amsterdam. Fortuna was zo'n tegenstander, net als eerder NEC en Cambuur. Bij Ajax scoort Haller gemiddeld elke 125 minuten – nergens had hij daar zo weinig tijd voor nodig. Hij doet kortom precies waarvoor hij is gehaald.

En toch wagen sommige analisten zijn kwaliteiten te betwijfelen, tot ergernis van zijn trainer. Niets begrijpt Ten Hag ervan. Haller was juist zijn „missing link” geweest, het sluitstuk van zijn elftal. Na de 1-5 bij Sporting Lissabon, waarin Haller dus vier keer scoorde, zei hij tegen Ziggo Sports dat „Nederland moest leren respect te hebben.” Kritiek hoorde erbij, maar verslaggevers moesten ook „vanuit de objectiviteit blijven denken”.

Objectiviteit. Een grillig begrip. Want al ziet iedereen hetzelfde tafereel, net als bij een landschap van Van Gogh zal er over Ajax-spitsen zelden een unaniem oordeel bestaan – zelfs niet na vier doelpunten in de Champions League. Het is maar door welke bril je kijkt. En bovenal: wat verwacht je te gaan zien als je de blik op Haller richt? Hoogstandjes, doelpunten of beide?

Minder franje

Haller is een stabiele doelpuntenmaker zonder al te veel franje. Een soort Luis Suarez, maar dan vlakker: zonder de bijtende bezieling, maar ook zonder de dribbels, de verrassing en het vertier dat diens onnavolgbare spel soms teweeg bracht. Haller speelt ingetogener. Een type dat in de zestien loert op zijn kansen. En dat is ook het beste, zei oud-Ajax-spits Wim Kieft. Haller hoefde niet mee te voetballen; hij moest slechts wachten op de vier, vijf goede mogelijkheden die hij doorgaans krijgt.

Klinkt logisch, maar dat Haller niet overal evenveel indruk maakt met zijn koele optredens, komt ook omdat er van Ajax-spelers altijd iets speciaals wordt verwacht. Of zoals Van Hooijdonk zei: elke Ajax-spits wordt langs de meetlat van Marco van Basten en Patrick Kluivert gelegd. Onterecht, vond hij. Reken ze af op hun rendement.

Je hoorde het aan de woorden van ex-Ajax-speler Theo Janssen bij Studio Voetbal. Hij had bij Ajax met zowel Kolbein Sigthórsson en Mounir el Hamdaoui gespeeld en de laatste vond hij vele malen beter, terwijl de ander basisspeler was. Kennelijk appelleerde El Hamdaoui het meest aan de statuur van Ajax wanneer het aankwam op solo’s en schijnbewegingen. Sighthórsson werkte hard en maakte goals. Haller valt in de laatste categorie. Ten Hag vindt het prima.