Wild vleermuisvirus lijkt sprekend op SARS-CoV-2

Vleermuisgrot Laos Coronavirussen die hoefijzerneusvleermuizen in Laos bij zich dragen, verschillen nauwelijks van het pandemievirus.

Kalksteengrot in Laos.
Kalksteengrot in Laos. Foto Chanatiptravel

In kalksteengrotten in Laos zijn bij hoefijzerneusvleermuizen „wilde” coronavirussen aangetroffen die sterker dan ieder eerder geïdentificeerd virus lijken op SARS-CoV-2. Nog steeds is dit niet de zeer gezochte dirécte voorouder van het pandemische virus, maar met deze ontdekking lijkt de zoektocht naar de oorsprong wel weer een stapje verder gekomen. Franse en Laotiaanse wetenschappers beschrijven hun bevindingen in een preprint, een kladversie van een wetenschappelijk artikel dat nog door collega-onderzoekers beoordeeld moet worden.

Dit vleermuisvirus kan direct mensen infecteren

De grote verrassing is dat drie van de aangetroffen vleermuiscoronavirussen al blijken te beschikken over de sleutel om de menselijke cel binnen te dringen: het vermogen om sterk te binden aan de ACE2-receptor aan de buitenkant van de menselijke cel. Het gedeelte van het spike-eiwit van het virus dat aan deze receptor bindt, het zogeheten receptor binding domain (RBD), verschilt in de vleermuisvirussen slechts één of twee aminozuren van SARS-CoV-2. „Dat betekent dat in wezen alle benodigde contactpunten tussen deze eiwitten al aanwezig zijn in een wild virus”, zegt viroloog Bart Haagmans van Erasmus MC in een reactie. „Dat betekent dat zo’n vleermuiscoronavirus direct mensen zou kunnen infecteren. En de onderzoekers hebben ook laten zien dat dit coronavirus uit vleermuispoep direct primatencellen kan infecteren.”

Vientiane

In vier verschillende grottencomplexen in het noorden van Laos vingen de onderzoekers 645 vleermuizen die zij onderzochten op coronavirussen. Die troffen ze aan bij 24 vleermuizen behorend tot tien verschillende soorten. SARS-achtige virussen zagen ze alleen bij hoefijzerneusvleermuizen van het geslacht Rhinolophus, allemaal gevangen in het Fueng-district in de provincie Vientiane. Bij vijf virussen lukte het om het genoom volledig te ontcijferen. Dat maakte een nauwkeurige vergelijking met de code van de virussequenties van de eerste patiënten in Wuhan mogelijk. Drie daarvan bleken sterk verwant met SARS-CoV-2.

Tot nu toe was de nauwste verwant van SARS-CoV-2 een virus met de codenaam RaTG13 dat wetenschappers van het Wuhan Institute of Virology in 2013 ontdekten bij een hoefijzerneusvleermuis in een grot in de Zuid-Chinese provincie Yunnan. RaTG13 was voor 96,1 procent identiek aan SARS-CoV-2, maar toch nog zo verschillend dat het geen directe voorouder kon zijn.

De auteurs van het nieuwe onderzoek denken dat SARS-CoV-2 een „genetisch mozaïek” is, ontstaan uit onderdelen van verschillende coronavirussen. Haagmans ziet daar ook wel wat in: „In die grotten leven vele soorten vleermuizen samen en is tegelijk ook een enorme diversiteit aan coronavirussen. Het leidt tot een evolutionaire wedloop waarbij het virus telkens overspringt naar een andere nauw verwante vleermuissoort. Daarbij kunnen virussen ook onderling onderdelen uitwisselen door recombinatie. Als we nog meer gaan zoeken zullen we vast nog varianten vinden die nog dichter staan bij het oorspronkelijke virus dat opdook in Wuhan. En misschien ook wel een virus dat kan doorgaan voor de directe voorouder.”